Brabants Volkslied

Al meer dan een jaar woedt er in onze provincie een discussie over het Brabants Volkslied. Een recente ontwikkeling is dat de Brabantse media het populaire lied ‘Brabant’ van Guus Meeuwis tot officiële provinciehymne gebombardeerd willen zien. Velen vinden dit echter geen echt volkslied.

Ook ik meen ook dat het oudere ‘Waar de luchten wijder worden’ meer de daarvoor vereiste kwaliteiten heeft. Maar van dit lied was de tekst van het tweede en derde couplet bepaald gedateerd. Ik heb daarom een poging gewaagd, die aan te passen, i.c. minder tijdgebonden te maken. Het Eindhovens Dagblad was zo vriendelijk, de nieuwe versie gisteren af te drukken. Voor belangstellende DSE-ers doe ik dat hieronder ook. U vindt onder elkaar elkaar eerst de oude, dan de nieuwe tekst.

Al meer dan een jaar woedt er in onze provincie een discussie over het Brabants Volkslied. Een recente ontwikkeling is dat de Brabantse media het populaire lied ‘Brabant’ van Guus Meeuwis tot officiële provinciehymne gebombardeerd willen zien. Velen vinden dit echter geen echt volkslied.

Ook ik meen ook dat het oudere ‘Waar de luchten wijder worden’ meer de daarvoor vereiste kwaliteiten heeft. Maar van dit lied was de tekst van het tweede en derde couplet bepaald gedateerd. Ik heb daarom een poging gewaagd, die aan te passen, i.c. minder tijdgebonden te maken. Het Eindhovens Dagblad was zo vriendelijk, de nieuwe versie gisteren af te drukken. Voor belangstellende DSE-ers doe ik dat hieronder ook. U vindt onder elkaar elkaar eerst de oude, dan de nieuwe tekst.

Brabants volkslied. Muziek: August de Laat
Oorspronkelijke tekst: Willem van Mook

Waar de luchten wijder worden,
’t Waterland in bos vergaat
En de schone paarse heide
Eenzaam stil te bloeien staat,
Waar de dennen vrolijk jub’len,
’t Zonlicht fel door d’akkers slaat,
Daar is mijn Brabant, lief vaderland,
Daar is mijn Brabant, lief vaderland.

Waar een volk van stoere eenvoud,
Trouw aan God en trouw aan ’t land,
Vreedzaam voor een schaam’le bete
Wroet en werkt in ’t schrale zand,
Waarin plicht, vreugd bleef behouden,
Lach en luim de kroon nog spant,
Daar is mijn Brabant, lief vaderland,
Daar is mijn Brabant, lief vaderland.

Waar naast ranke torenspitsen
Zwarte schouwen, roetbelaân,
Als twee tekenen van vrede
Hoog in donk’re luchten staan,
Waar in soberheid en arbeid
Alle standen samengaan,
Daar is mijn Brabant, lief vaderland,
Daar is mijn Brabant, lief vaderland.

————————————
Nieuwe tekst: Willem van Mook/Lau Kanen

Waar de luchten wijder worden,
’t Waterland in bos vergaat
En de schone paarse heide
Eenzaam stil te bloeien staat,
Waar de dennen vrolijk jub’len,
’t Zonlicht fel door d’akkers slaat,
Daar is mijn Brabant, lief vaderland,
Daar is mijn Brabant, lief vaderland.

Waar een volk van ernst en eenvoud,
Goed van hart, gehecht aan ’t land,
Op de velden, in bedrijven
IJv’rig werkt met hoofd en hand,
Waar de kind’ren buiten spelen,
En gastvrijheid u ontspant,
Daar is mijn Brabant, lief vaderland,
Daar is mijn Brabant, lief vaderland.

Waar in dorpen en in steden
Rust en arbeid samengaan
En bij grandioze feesten
Haast geen mens is weg te slaan,
Waar de mensen nog graag lachen,
Ook al valt er soms een traan,
Daar is mijn Brabant, lief vaderland,
Daar is mijn Brabant, lief vaderland.

6 comments

  • henkdaalder

    ter vergelijking, de tekst van Brabant
    Een muts op mijn hoofd, mijn kraag staat omhoog
    Het is hier ijskoud, maar gelukkig wel droog
    De dagen zijn kort hier, de nacht begint vroeg
    De mensen zijn stil en er is maar een kroeg
    Als ik naar mijn hotel loop, na een donkere dag
    Dan voel ik mijn huissleutel diep in mijn zak
    En ik loop hier alleen in een te stille stad
    Ik heb eigenlijk nooit last van heimwee gehad
    Maar de mensen ze slapen, de wereld gaat dicht
    En dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht.

    Ik mis hier de warmte van een dorpscafé
    De aanspraak van mensen met een zachte G
    Ik mis zelfs het zeiken op alles om niets
    Was men maar op Brabant zo trots als een Fries
    In het zuiden vol zon woon ik samen met jou
    Tis daarom dat ik zo van Brabanders hou.

    Ik loop hier alleen in een te stille stad
    Ik heb eigenlijk nooit last van heimwee gehad
    Maar de mensen ze slapen, de wereld gaat dicht
    En dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht.

    De Peel en de Kempen en de Meijerij
    Maar het mooiste aan Brabant ben jij dat ben jij
    Ik loop hier alleen in een te stille stad
    Ik heb eigenlijk nooit last van heimwee gehad
    Maar de mensen ze slapen, de wereld gaat dicht
    En dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht.

    En dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht.

    En dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht.

    [b]Deze tekst is niet het lied. Een volkslied moet je horen, niet lezen. En de mensen moeten het mooi vinden. Als Guus Meeuwis het zingt, vind ik het heel mooi.
    Bovendien is de tekst van Guus Meeuwis veel meer van deze tijd dan de tekst van Gouddelver[/b]

    • Anoniem

      volkslied
      Dit is helemaal geen volkslied maar het zoveelste liefdesliedje, niks mis mee verder maar beetje onzinnig als volkslied.Hou er toch over op.
      Waarom moet er een volkslied komen? Zoek eerst eens uit wat er van Brabant over is na al die Philipsimport in Eindhoven en omstreken en overloop vanuit Utrecht in Den Bosch.
      Als er zo nodig iets moet dan een VLAG, de vlag van Brabant is er al, ga eens naar België , daar kunt u hem vinden: Een gele leeuw op een zwart vlak.
      Heel wat beter als die rare TT finishvlag die er nu voor door moet gaan, schande is dat.
      Trouwens de originele Brabantse vlag komt goed uit voor als wij ( Brabant, Limburg en Zeeuwsvlaanderen) bij onafhankelijk Vlaanderen aansluiten en eindelijk verlost worden na 300 jaar discriminatie door Holland.

    • gouddelver

      Ter vergelijking: Gelders en Limburgs Volkslied
      Een volkslied moet je horen en de mensen moeten het mooi vinden, daar ben ik het mee eens. De melodie en het ritme zijn dus erg belangrijk. Maar niet alleen als Guus Meeuwis het zingt, zowat iedereen moet zich in het lied kunnen vinden. En het moet niet alleen gezongen kunnen worden in de kroeg of bij sportevenementen.

      Zelf vind ik de tekst ook belangrijk, zowel qua inhoud als qua vorm.
      Maar voor de massa lijkt die er minder toe te doen. Want kijk nou eens – om de vergelijking wat breder te trekken – naar de (officiële en onomstreden) volksliederen van twee van onze buurprovincies, Gelderland en Limburg. Zouden wij, Brabanders, daar brood van lusten? Bedenk daarbij: het Limburgs Volkslied is, om zo te zeggen, nog steeds een nationale kaskraker.

      [b]Ons Gelderland[/b]

      Waar der beuken brede kronen,
      Ons heur koele schaduw biên
      Waar we groene dennebossen,
      Paarse heidevelden zien;
      Waar de blonde roggeakker,
      En het beekje ons oog bekoort,
      Daar is onze Vale-ouwe,
      Kostlijk deel van Gelre’s oord.
      Daar is onze Vale-ouwe,
      Kostlijk deel van Gelre’s oord.

      Waar bij zomerzon de boomgaard,
      Kleurig ooft de wand’laar toont,
      En de vruchtb’re korenakker,
      Stage arbeid rijk’lijk loont;
      Waar het ‘aorige rivierke’,
      Rustig stroomt langs groene boord,
      Daar is onze rijke Betuw,
      Kostlijk deel van Gelre’s oord.
      Daar is onze rijke Betuw,
      Kostlijk deel van Gelre’s oord.

      Waar kastelen statig rijzen
      Rond door park en bos omringd,
      Waar het voog’lenkoor zijn lied’ren
      In het dichte lover zingt;
      Waar het lief’lijk schoon van ‘t landschap,
      ‘t Oog des schilders steeds bekoort.
      Daar is onze ‘olde Graafschap’,
      Kostlijk deel van Gelre’s oord.
      Daar is onze ‘olde Graafschap’,
      Kostlijk deel van Gelre’s oord.

      [b]Limburgs Volkslied[/b]

      Waar in ’t bronsgroen eikenhout ’t nachtegaaltje zingt:
      Over ’t malse korenveld ’t lied des leeuw’riks klinkt:
      Waar de hoorn des herders schalt, langs der beekjes boord,
      Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord!
      Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord!

      Waar de brede stroom der Maas statig zeewaarts vloeit:
      Weel’drig sappig veldgewas kost’lijk groeit en bloeit:
      Bloemengaard en beemd en bos overheerlijk gloort.
      Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord!
      Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord!

      Waar der vaad’ren schone taal klinkt met hel’dre kracht:
      Waar men, kloek en fier van aard, vreemde praal veracht:
      Eigen zeden, eigen schoon, ’t hart des volks bekoort,
      Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord!
      Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord!

      Waar aan ’t oud Oranjehuis, ’t volk blijft hou en trouw:
      Met ons roemrijk Nederland, één in vreugd en rouw:
      Trouw aan plicht en trouw aan God heerst van Zuid tot Noord,
      Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord!
      Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord!

    • gouddelver

      Zo trots als een Fries
      Omdat Guus Meeuwis – op zoek naar een zinnig rijm – ons die ten voorbeeld stelt, laat ik natuurlijk ook nog even zien hoe de Friezen hun trots uitdrukken. Ziehier de vertaling van het Friese volkslied:

      Fries bloed bruis op, gevoel uw heldenwaarde,
      Wees fier, dat gij een Fries u noemt;
      Spring op! Wij zingen ’t schoonste land der aarde,
      Der Friezen land vanouds beroemd:
      Klink dan en davere ver in het rond,
      Uw oude ere, o Friese grond!

      Bestookt romdom door hoge watervloeden,
      En saamgeschoold op terp en wier,
      Wist toch de Fries zijn kostbaar erf te hoeden;
      Zijn land, zijn vrijheid bleef hem dier:
      Klink dan en davere ver in het rond,
      Uw oude ere, o Friese grond!

      Nooit door de voet eens dwingelands vertreden,
      Wel arm vaak, maar toch sterk en vrij,
      Hield d’oude Fries zich strikt aan zijne zeden,
      Hij was een Fries, als Fries stierf hij:
      Klink dan en davere ver in het rond,
      Uw oude ere, o Friese grond!

      Met weer en wind, met nood en dood te strijden,
      Met vlammend zwaard in d’ijzeren hand,
      Schonk vroom genot in die aloude tijden,
      Als ’t gold de vrijheid van hun land:
      Klink dan en davere ver in het rond,
      Uw oude ere, o Friese grond!

      Van buigen wars en zoete vleitaalsrede,
      Bleef steeds hun leuze “recht en slecht”,
      Zij kropen nooit, maar ’t zwaard vloog uit de schede,
      Werd aangerand hun erf en recht:
      Klink dan en davere ver in het rond,
      Uw oude ere, o Friese grond!

      Door stormweer vaak in zee diep weggedoken,
      Aloude lieve Friese grond,
      Werd nochtans nooit de taaie band verbroken,
      Die aan zijn erf de Fries verbond:
      Klink dan en davere ver in het rond,
      Uw oude ere, o Friese grond!

      Doorluchtig volk! Wees fier de naam te dragen,
      Van ’t voorgeslacht, zo koen, zo groot,
      Blijf van die stam, in eeuwigheid van dagen,
      Een duurzaam, krachtig bloeiende loot:
      Klink dan en davere ver in het rond,
      Uw oude ere, o Friese grond!

  • Anoniem

    volkslied
    Dit is beter dan dat van Daalder, maar hou er liever maar helemaal mee op. Voer maar de originele Brabantse vlag weer in ( Zie Vlaams Brabant) ipv die rare TT start en finishvlag.

    • henkdaalder

      Een volkslied is onderdeel van onze gezamelijke identiteit
      Een volkslied is wel degelijk nuttig, het hoort bij, en is een bouwsteen van de collectieve identiteit.
      Daarom vind ik de tekst van Guus Meeuwis ook veel passender dan die over heidevelden of frieze overstromingen.
      Het lied van Guus Meeuwis, Brabant, gaat over gevoelens van de brabanders van vandaag.
      En aangezien Brabant vandaag vele import brabanders kent, is het dan ook heel goed van toepassing op die nieuwe brabanders die nu als kenniswerker hier naar toe komen.

      Daarom is het lied van Guus Meewis ook zo van deze tijd.

      Overigens ook de de geblokte vlag lijkt me nog steeds van toepassing. Juist door die vele import is Brabant een mix van vele soorten mensen met vele achtergronden. De 80-jarige oorlog is vooral in Brabant uitgevochten, omdat wij, WIJ, net op de grens lagen van de strijdende partijen.

      Door meer een eigen identiteit te ontwikkelen, werp je een barriere op tegen het opnieuw een randverschijnsel worden.