Grand Canyon

Grand Canyon

Inleiding

Ik heb van de Grand Canyon een werkstuk gemaakt omdat ik te horen kreeg dat ik er zelf naar toe ging ruim voordat het werkstuk af moest zijn. Hier in Nederland kon ik slechts één boek vinden over de Grand Canyon dus heb ik grotendeels van de informatie gehaald uit eigen ervaring en boeken en folders die ik uit de Grand Canyon heb meegenomen. Het sprak me ook erg aan omdat ik het alleen nog maar van plaatjes kende, en er verder niets van wist. Toen ik maar één boek over de Grand Canyon kon vinden in Nederland was ik bang dat het meer op een boekverslag zou gaan lijken. In Amerika merkte ik dat er geen rede was tot die gedachte omdat ik daar veel folders informatie, boeken en kennis heb verzamelt.

Ik hoop dat u met het lezen hiervan uw kennis zult verreiken en er veel plezier aan beleven.

Yannick Smits

 

 

Inhoudsopgave

Geologie

Gesteenten

Toerisme

Sporen in de Canyon

Kaibab Trail

Vervuiling

Flora en Fauna

Klimaten

Legendes, Mythes en volksgeloven van de Indianen

De Indianen

Havasupai

Colorado

Coronado

Powell

Reisverslag



Geologie

Iedereen heeft wel eens het ontstaan een 'Canyon' gezien: 's nachts heeft het geregend en als je dan in de berm kijkt zie je smalle water geulen die in de aarde zijn uitgesleten. Bij de Grand Canyon is het net zo gebeurt alleen dan in 10 miljoen jaar, op een afstand van 445 km, met een verval van 700 meter en een oppervlak van 4929 km2.

De reden waarvoor niet alle rivieren canyons hebben is dat de bron van de Colorado rivier ligt op 3000 meter hoogte waardoor hij sneller stroomt dan bv. de Mississippi waarbij de inslijtingskrachten veel geringer en langzamer zijn. Het doorsneeprofiel van de bedding van de Colorado is over het grootste deel van de rivier V-vormig, terwijl de lome Mississippi breed en ondiep is.

De steilte van de Grand Canyon doet sommigen twijfelen aan de ouderdom van de kloof, men dacht eerder dat de rivier tot voor kort een ondergrondse rivier was geweest, waarvan het dak plotseling was ingestort en zo nog de huidige afgronden kent; zo is op de plek Toroweap een plotselinge afgrond van 1000 meter. sommigen dachten ook aan een aardbeving waarbij de grond is opengescheurd en de rivier er later in ging stromen.

De meesten beschouwen de Grand Canyon als iets wat ver terug is ontstaan echter hij is nog steeds in ontwikkeling.

Korstmos dat aan de Canyonrand groeit lost d.m.v. een chemisch proces langzaam de kalksteen op, de deeltjes die overblijven vergaren zich in scheuren van de Canyonwand en geven tenslotte voldoende groeibodem voor een zaadje van een iets grotere plant, deze doet weer precies hetzelfde tot dat er een plant of boom komt die zijn wortels zo diep boort, totdat de weerstand van de drukkracht in het gesteente zo groot wordt dat er weer een stuk rots naar beneden valt, waardoor de Grand Canyon op die plek weer een beetje breder is geworden.

De afwisseling van de warme Arizonazon en de koude nachten op deze hoogte zorgen ook gedeeltelijk voor de erosie. Echter het water is de belangrijkste factor van de erosie: regen of gesmolten sneeuw zakt in spleten van de bovenrand dit bevriest en zet uit zo wordt de scheur steeds breder en een rotsblok dondert naar beneden, neemt andere blokken met zich mee en komt vroeg of laat in de Colorado terecht, hier doolt hij met de rivier mee en slijt op zijn beurt weer de bedding uit.

De Colorado neemt ontzettend veel zand mee op zijn weg naar de Golf van Californië, hierdoor is er een groot delta gebied ontstaan bij de monding van de Colorado en is Imperial Valley gevuld met zand uit ander anderen de Grand Canyon.

Metingen - voordat er dammen werden geplaatst - geven aan dat er zo'n 500.000 ton per dag aan stenen en zand een bepaald punt aan het einde van de Grand Canyon passeren, bij hoog water was dit getal 55 miljoen ton per dag. Nu het verval minder is geworden door de dam bij Glen Canyon, stroomt de Colorado rivier ook rustiger en slijt hij zijn bedding ook minder snel uit. Een groot probleem is nu dat veel zand zich voor de dammen gaat ophopen, zo ook de slib die zich ophoopt op de bodem van Glen Canyon, eens zal het gevolg zijn dat de dam niet meer functioneert. De elektriciteitscentrale die hier aan gekoppeld is voorziet Las Vegas, Phoenix en Tucson van elektriciteit.

Een gletsjer is ooit tot in de buurt van de Grand Canyon gekomen, toen deze smolt stortte een gedeelte van het water in de Grand Canyon en zette zo een groot gedeelte van de erosie op zijn naam.

Tot ongeveer 1 miljoen jaar geleden hebben er nog spectaculaire vulkanische activiteiten plaats gevonden, deze hebben de Grand Canyon niet verder uitgesleten er zijn wel tijdelijke dammen door gevormd.

Plooiïngen en breuken in de aardkorst hebben gezorgd voor de ongeveer 12 dwarsplooiïngen over de Colorado rivier. Bight Angel is hier de bekendste van; hierin loopt ook de Bright Angel Trail.



De Grand Canyon had niet bestaan als er vele miljoenen jaren geleden dit deel van de landstreek als plateau omhoog gestuwd was; dit plateau is koepel vormig omdat het vlakke plateau werd opgebold door inwendige druk. Omdat de Grand Canyon iets ten zuiden ligt van de horizontale middellijn, ligt de Noordrand gemiddeld 400 m hoger dan de Zuidrand. Het water dat op de Noordrand valt stroomt in de Canyon en het water op de Zuidrand stroomt er vanaf daarom ligt de Colorado ook dichter bij de Zuidrand omdat de Noordrand sterk is afgesleten door het water.

Omstreeks 35 miljoen jaar geleden liep de Colorado rivier nog naast het Kaibab plateau en monde waarschijnlijk uit in de Golf van Mexico omdat het zuidwestelijk deel van Amerika nog steeds verder omhoog gestuwd werd kon de rivier hier niet meer verder stromen en vormde een groot meer genaamd het Bidakochi meer dit gebeurde ongeveer 23 miljoen jaar later. In dezelfde tijd sleet de Hualapai rivier - d.m.v. bron-erosie en regen en sneeuw dat van het plateau afdaalde - zich een weg door het plateau en vormde één rivier met de Colorado (ongeveer 10 miljoen jaar geleden). Het reusachtige meer liep leeg en verdween geheel. Toen de twee rivieren elkaar ontmoetten was het Kaibab plateau waarschijnlijk nog wat lager, inmiddels is het hoger komen te liggen, wat ook de hoge wanden verklaart: je hebt een cake en een mes, in de plaats van het mes in de cake te duwen duw je de cake in het mes.



John Wesley Powell - een ontdekkingsreiziger - bedacht een hoop namen voor de Grand Canyon zoals Bright Angel, Dirty Devil, Flamming Gorge, Desolation Canyon, Lava Falls enz. De Howlands-, Hawkins- en Dunn-pijlers werden genoemd naar de bootslieden van Powell.

Clarence Dutton was iemand die de geologie van de Verenigde Staten in kaart bracht, hij deed dit onder anderen met behulp van de Grand Canyon: het grote geologische gesteenten boek van de Verenigde Staten. Dutton was het ook die het eerste belangrijke geologische werk schreef over de Grand Canyon genaamd: 'The Tertiary History of the Grand Cañon District', uitgegeven in 1882. Hij gaf ook diverse benamingen zoals Vishnu Temple, Brahma Temple en Hindu Amphitheater. Er zijn ook vele Indiaanse Canyon-benamingen zoals: Watahomigi Point, Manakuja Point en Paya point, deze uitzicht punten zijn in de nabijheid van het Indiaanse dorpje Supai. Al die verschillende namen brengt bij sommige mensen verwarring; er is wel eens voorgesteld om alleen maar Indiaanse benamingen te gebruiken, echter voor vele punten hadden de Indianen geen namen en de namen die ze wèl hebben lenen zich er niet zo voor om te worden afgedrukt. Een gematigd voorbeeld hiervan is de Maiden's Breast (maagdenborst) in de omgeving van Supai.



Gesteenten

Het Vishnu Schist - de onderste gesteente laag die nog zichtbaar is - is 2 miljard jaar oud, bijna nergens op aarde is zulk oud gesteente aan het daglicht gekomen. In die tijd was deze laag gesteente een berg zo hoog als nu de Rocky mountains zijn, maar is in de miljoenen jaren langzaam afgesleten tot wat er nu nog van over is. Zo ging het ook met de andere steen lagen. Het landsdeel liep zo nu en dan onder door de zee, die de vorige laag bedekte met sedimentaire afzettingen en zo ontstond er weer een laag. Later ontstane lagen bleven over het algemeen vlakker maar het land bleef reizen en dalen en doet dat nu nog steeds.

De lagen die in de Grand Canyon te zien zijn stammen allen uit het Paleozoicum en het precambrium, de 14 lagen uit het Cenozoicum en het Mesozoicum zijn al vroegtijdig door erosie uitgewist.

Tussen de lagen van de Grand Canyon in hebben er nog meer lagen bestaan echter deze zijn weer uitgewist voordat de volgende laag ontstond.

Beide wanden van de Grand Canyon worden op honderden plaatsen gesneden door zijcanyons. Aan de Noordwand zitten er meer omdat het plateau licht helt en al het regenwater genoodzaakt is in de Canyons te stromen, bij de Zuidwand stroomt het meeste regenwater juist van de Canyon af.

Dalen we de noordelijker canyonrand in dan komen we het volgende tegen; ten eerste bemerken we dat de kloof vrij stijl aanvangt. De eerste lagen die we door kruisen zijn gesteente lagen die evenwijdig lopen aan de bovenrand van de Canyonwand. Die lagen zijn daar zo'n 150 tot 300 meter dik en bestaan eerst uit een Kaibab- en daarna een Toroweap-formatie, beide roomkleurige kalksteentypes. Ze zijn daar 250 en 255 miljoen jaar geleden terecht gekomen op de bodem van een warme zee en zij zetten vele fossielen van sponzen, koralen, slakken en schelpdieren af. Het is een harde kalksteensoort, die eerder in steile rotswanden erodeert dan in glooiingen wordt uitgeslepen. Daar beneden bevindt zich een van de Canyon's meest belangwekkende formaties, het Coconino-zandsteen, een brede witte baan van ingesloten losse kwartskorrels. Ook het Coconino is hard en eveneens een rechte rotswand; het is echter niet ontstaan toen er een zee was, maar een woestijn. De geheel Coconino-formatie ligt vlak en loopt parallel met de beide andere lagen; binnen de formatie bevinden zich evenwel gesteente bedingen die in allerlei richtingen glooien. Ze vertegenwoordigen de versteende resten van vroegere duinen en de verschillende hoeken waaronder zij gelegen zijn geven de verschillende windrichtingen aan, waaronder zij tot stand zijn gekomen, omstreeks 260 miljoen jaar geleden.

Wanneer je omlaag wandelt langs het Coconino zandgesteente, passeer je de tussenliggende mengsels van formaties als Hermit Shale en Supai zandgesteente, de dikte van dit gesteente varieert van 170 tot 400 meter, over het algemeen rood van kleur, met lagen zandsteen, shale en sedimentatiesteen. Shale, dat uit versteende leem bestaat, is het zachtst en daardoor het diepst geërodeerd. Er hebben zich profielen gevormd die 3s worden genoemd, dit houdt in de scarp, shelf en slope doordat de harde zand- en kalkgesteenten als wanden zijn geërodeerd en de zachtere leemgesteenten als hellingen en richels. Door ondermijning zijn sommige van de reusachtige rotswanden in een bijna verticale positie behouden gebleven. Toen de leemformaties daaronder geheel waren uitgevreten braken er stukken van het kalk- en zandgesteente glad af.

Een voorbeeld van S-erosie zijn de mesa's die trapsgewijs stijgt de top van een mesa is meestal afgedekt met een harde gesteente laag. zoals het Coconino-zandsteen.

Wanneer we langs het noordelijke Kaibab Trail afdalen, passeren we de grote laag Redwall Limestone, die zich halverwege de Canyonrand en de rivier bevindt. Deze brede rode Redwall laag is met een gemiddelde breedte van 150 meter goed te zien over de hele Canyonwand. Deze laag geeft enorm veel moeilijkheden voor een alpinist die zich buiten de sporen begeeft. Het Kaibab spoor is er met dynamiet ingebracht en geeft geen problemen voor de wandelaars. Op plaatsen waar de laag beschadigingen heeft opgelopen kunnen we zien dat deze laag niet rood is van zichzelf maar een blauw achtig grijs. De rode kleur is alleen een oppervlakte verkleuring door druipwater van de Hermit Shale en de Supai-zandsteen laag; deze hebben overal in de Canyon lager liggend gesteente rood gekleurd.

Kort nadat we de Redwall-laag voorbij zijn bereiken we Bright Angel Creek. Het spoor is hier makkelijk begaanbaar en leent zich tot omzwervingen in de omgeving, hoewel dit niet toegestaan is. We zien op deze plek dat - net als op veel andere plekken - de planten onderling perfect verdeelt zijn, in tegenstelling tot de waterrijke plaatsen waar alles groeit wat er maar groeien kan. De planten hier hebben naar elke andere plant dezelfde afstand, er kan er ook geen tussen komen zolang de andere nog niet gestorven is, omdat de wortels lange wortels al het mogelijke water uit de grond haalt.

Beneden in de kloof bereikt men Phantom Ranch. Dit is een groep logeergebouwtjes met restaurant; de exploitatie ervan ligt in particulier handen. Het is het enige 'hotel' tussen de twee randen van de Grand Canyon.

Nadat je de hangbrug hebt overgestoken slaat het pad rechtsaf waar doormiddel van dynamiet in de rots een pad is aangebracht. Dichter bij de rand van de Bright Angel spoor worden de wendingen veelvuldiger: veertig meter af leggen om drie meter te stijgen. Eenmaal boven aangekomen ben je blij om even wat asfalt onder je voeten te hebben.



Toerisme

Zo'n zes miljoen toeristen zoeken elk jaar een manier om de Grand Canyon goed te bekijken, dit kan bij voorbeeld per vliegtuig of helikopter. Je kunt vliegen met bij voorbeeld Windwalker Air, Air Star, Fun flights of pappillon, dit kan al voor 28.00 dit is, aangezien de koers van de dollar op 27 januari 1,6995 (1,7) was, f 81.60. Als je per vliegtuig echt alles gezien wilt hebben kun je het beste een trip van twee dagen nemen waar je 691.00 (dit is f 1174.70) voor moet betalen. In sommige folders van de vliegtuigmaatschappijen zelf wordt beschreven hoe goed dit is voor het milieu: geen wegen, geen sporen en niet eens voetafdrukken. Ze zeggen allen geen enkel woord over de uitlaatgassen. De uitlaatgassen van de helikopters zijn onder anderen bedreigers voor de flora en fauna van de Grand Canyon. Je kunt de 'mist' van vervuiling natuurlijk ook zien als een mooie verdoezeling op de foto's die mee naar huis gaan. In Tusayon - een plaatsje 14 km ten zuiden van Grand Canyon village - zijn alleen al drie helikopter maatschappijen naast elkaar die rondvluchten verzorgen boven en om de Grand Canyon. Overnacht je in een van de hotels aan de overkant dan heb je er eigenlijk geen last van omdat je overdag de prachtige Grand Canyon bezoekt, alleen uitslapen zit er niet bij. De vliegtuigen (voor 6 personen) vliegen vanaf Flagstaff de grootste stad in de buurt van de Zuidrand van de Grand Canyon.

Vanuit Tusayan kun je ook per jeep de omgeving van de Grand Canyon bezoeken je gaat dan voor 45.00 (dit is f 76.50) door het Kaibab National Forest, waar je alles op de gevoelige film vast mag leggen, echter in de meeste Indianen dorpen moet je rond de 5.00 (f 8.50) betalen om van hun en hun huizen foto's te mogen maken.

Je kunt ook, met minder uitlaatgassen, de Grand Canyon ontdekken in een van de wild water rafting tours. Je gaat dan 3, 6 of 8 dagen in een rubberen boot door de Canyon. Je hoeft geen ervaring te hebben en het is voor alle leeftijden geschikt. De gids stopt op verscheidene plekken zoals bij Indianen tekeningen. Een eis is wel dat je minimaal twee maanden van te voren moet reserveren. Zo'n trip is minder duur dan je denkt.

Als je nu echt helemaal een met de natuur wilt zijn dan kun je voor 55.00 (f 93.50) vier uur op de rug van een paard zitten en langs delen van de Canyonrand rijden. De paarden gaan niet in de Canyon omdat dat paarden op hol kunnen slaan, muilezels hebben dit niet.

Je kunt per muilezel bij voorbeeld de Bright Angel Trail berijden, je moet er dan wel rekening mee houden dat je tenminste drie maanden van te voren moet reserveren. Per muilezel is ook minder interessant: lange wachttijden, het gaat niet sneller dan de route te lopen, de prijzen zijn zeer hoog, je krijgt er blaren van op je achterste, het vermoeit die arme diertjes die als ze niet met de rest mee kunnen komen worden vermaalt tot hondenvoer, je moet minder dan 100 kg wegen (bagage, en kleding inbegrepen), je moet groter zijn dan 1,48 meter en je moet engels kunnen spreken. Wil je het er toch op wagen dan heb je de keus uit één of twee dagen waarbij je bij de laatste overnacht in de Phantom Ranch.

Het meest natuurlijke en goedkoopste is natuurlijk om de route te voet te doen. Je moet er wel rekening me houden dat dit het tegenovergestelde is van een berg, hier ga je eerst naar beneden (makkelijk) en dan moet je weer naar boven (moeilijk) langs de steile paden; bovendien kom je aan het einde van de tocht weer in de dunnere lucht terwijl je hart en je longen dan op hun hardst werken. Er wordt aangeraden om zo min mogelijk mee te nemen, je moet wel minimaal twee liter per persoon mee nemen. De Bright Angel Trail kent drie water depot's, nl. bij 1,5 bij 3 en bij 4,5 mijl, dit geldt van juli tot september. De South Kaibab Trail die hier in grote lijnen parallel aan loopt wordt afgeraden omdat het grootste gedeelte van deze route die ook naar de Colorado rivier leidt, loop in de zon en omdat het in de zomer soms zelfs tot 49 graden Celsius kan worden, de route is ook nog eens moeilijk begaanbaar. Een Amerikaan trimde ooit in drie uur van de Zuidrand naar de Noordrand, de afstand was 33,6 km.



Sporen in de Canyon

Een muilezel kan over het algemeen vrij oud worden er zijn erbij die 25 of 30 jaar oud worden. Omdat de hoeven van de muilezels het pad naar verloop van tijd V-vormig doen lijken is er elke jaar per mijl 1000 (f 1700.00) aan reparatie noodzakelijk. Als je gezond bent kun je dus beter de tocht te voet maken.

Er voeren minstens negentien afdalingssporen de Canyon in, die bijna allemaal werden aangelegd door herten, Indianen en goudzoekers, de meesten daarvan zijn niet langer in gebruik omdat ze te gevaarlijk zijn. Er worden van de negentien paden nog maar twee onderhouden namelijk de Bright Angel- en de Kaibab Trail (spoor).

Bright Angel Trail begint bij Grand Canyon village en slingert zich 12,5 km omlaag om 1500 meter lager de rivieroever te bereiken bij Phantom Ranch op de Noordelijke oever van de Colorado rivier. Havasupai Indianen en prehistorische mensen voor hen gebruikten de Bright Angel Trail om hun tuinen te bereiken deze plaats heet tegenwoordig Indian Gardens (het eerste kampeerterrein wanneer je deze route loopt), op een plateau halverwege de Colorado rivier. Naast Indian Gardens stroomt een beekje, je kunt duidelijk zien dat ongeveer tot tien meter van de oever een oase is ontstaan met veel groen blad.

In modernere tijden gebruikten mensen uit de mijnbouw de route om bij hun mijnen te komen, maar ze zagen echter al gauw in dat er meer toeristen gebruik maakten van het spoor dan mijnbouwers; daarom vroegen ze voor elke persoon de het pad betrad één dollar, dit bracht hen zoveel geldt op dat het niet interessant meer was de mijnen open te houden, dus werden deze gesloten. Het pad werd genoemd naar Ralph Cameron de eigenaar van het pad en de mijn. Toen de Grand Canyon werd uitgeroepen tot natuurmonument van de staat noemde de U.S. Board of Geographic Names het pad naar Bright Angel creek die daar vlak bij stroomt.

De kleinste bulldozer van de wereld is slechts 1.40 meter breed en werd gebruikt om het kampeerterrein bij Indian Gardens vlak te maken. Aangezien het pad dat naar Indian Gardens lijdt gemiddeld een meter vijftig is had de mini bulldozer slechts tien centimeter speling om beneden te komen, hij is daarna ook nooit meer naar boven gereden.

Kom je op het pad een muilezel colonne tegen dan moet je je opstellen aan de buitenkant van het pad en het proberen vol te houden totdat ze voorbij zijn.

Kaibab Trail begint zeven kilometer ten Oosten van Grand Canyon Village bij Yaki Point. Het werd tussen 1924 en 1928 aangelegd met behulp van voorhamers en vele tonnen dynamiet. Over een afstand van twaalf kilometer daalt dit spoor 1600 meter omlaag, gaat over de hangbrug en volgt dan Bright Angel Canyon over een afstand van tweeëntwintig kilometer waarna hij op de Noordrand aankomt nabij Grand Canyon lodge. Over de gehele drieëndertig kilometer is er maar 400 meter pad dat nooit in de zon komt, hij wordt ook alleen aangeraden voor getrainde bergwandelaars en afgeraden voor de wandelaar; deze heeft dus geen andere keus om de Canyon in te dalen dan de Bright Angel Trail te volgen.

Om langs een van de zeventien ongebruikte paden af te dalen moet je eerst een vergunning halen bij de reservaat-opzichter. Om deze vergunning te verkrijgen moet je eerst een proeftocht langs de Bright Angel- of de Kaibab Trail hebben gedaan. Je moet voldoende uitrusting tonen waaronder minimaal vijf liter water per persoon, maar negen liter per persoon wordt aanbevolen. Je moet op een kaart de uitgestippelde route die je gaat lopen tonen, bovendien kan de opzichter een verzoek weigeren omdat je niet professioneel genoeg bent uitgerust.

De niet onderhoudene paden zijn toch zeer interessant, een hoogleraar aan de universiteit van Noord-Arizona legde in vijfentwintig jaar 24000 kilometer af op de verwilderde paden en in de natuur. Enkelen van de verwaarloosde paden voeren ook naar mijnen waar asbest, koper, zilver ,platina, lood en vleermuizenmest gewonnen werd. Vleermuizenmest bevat een hoog stikstof gehalte die naar schatting wel twaalf en een half miljoen dollar zou kunnen opleveren. Aangezien vervoer per muilezel langzamerhand niet meer rendabel werd, legde men een ruim drieduizend meter lang kabelspoor aan (dit is de langste over de gehele wereld). Echter er kwamen goedkopere stikstof producten op de markten dit leverde dus niets meer op tegenover de inspanning die er voor nodig was. Het kabelspoor werd in 1960 door een militair vliegtuig geramd en daarop brak de kabel. Het vliegtuig kwam er met een paar forse deuken goed vanaf.

Sommige wandelaars ontdekken bij hun tocht over de niet onderhouden paden delverskampen met de bijbehorende afvalhopen, deze vertonen soms nog papier- en gereedschap resten van ongeveer tachtig jaar oud. De mijnen zelf mogen niet betreden worden omdat er een heel slechte lucht heerst en omdat er instortingsgevaar heerst. Op de paden aan de westkant kun je af en toe nog een glimp opvangen van de prachtige wilde bergschapen of verwilderde ezels. De laatste horen niet thuis in de Noord-Amerikaanse biotoop, ze zijn echter meegenomen van het gebied rond de middellandse zee. Toen de delvers hun werk in de Grand Canyon verloren, hebben ze hun 'huisdieren' losgelaten. Wanneer de ezels zich ongelimiteerd blijven vermenigvuldigen bestaat de kans dat ze de bergschapen geheel uitroeien. De dienst van dit natuurreservaat staat het afschieten van de ezels toe door beroepsjagers en parkopzichters.

Voor een tocht van de ene Canyonrand naar de andere rand wordt er meestal aan de Noordrand begonnen omdat deze hoger is dan de zuidrand, verder van steden en openbaar vervoer en dus niet erg prettig om na een wandeling van twee, drie of vier dagen aan te komen.

Men benadert de noordelijker canyonrand door naaldbossen en hoog opgeschoten grasland. Tussen de pijnbomen staan ook complexen van espen met hun ritselende bladeren, die bewogen worden door het lichtste briesje. De verklaring hiervoor door de botanica is dat de lange, platte stelen van de bladeren soepel kunnen bewegen. Sommige Christelijke volksverhalen vertellen dat het kruis waaraan Jezus werd gekruisigd gemaakt was van espenhout. De esp staat daarom nog steeds van ontzetting te trillen.

Voor de fotografen uit het Westen van Amerika leveren deze soort bomen op de Noordelijke koofrand een bekend tafereel op; in het najaar komen zij van heinde en ver om afbeeldingen te maken van het goud-gele lover en natuurlijk van de prachtige Canyon.



Kaibab Trail

Een wandelaar die de Kaibab Trail afdaalt vanaf de Noordrand steekt de rivier bij Phantom Ranch over en bestijgt de Zuidrand weer langs de Bright Angel Trail, hierbij legt hij dan zevenendertig kilometer af. Een getrainde 'sporter' kan dit makkelijk in een dag doen. Een atleet in topvorm heeft het zelfs eens in drie uur en zesenvijftig minuten gedaan. Goed wandelaars kunnen de canyonrand in twee dagen oversteken, ze moeten dan wel overnachten bij Phantom Ranch waar zeer lange wachttijden zijn of op een kampeerterrein onderweg. Vier dagen is toch bij de meesten meer geliefd omdat je dan nog wat omwegen kunt maken, en wat denken en foto's maken. Het is verboden om van de paden af te wijken en om een nacht in de Canyon te overnachten moet je een vergunning hebben. De kampeerterreinen zijn zo geplaatst dat je de afdaling kunt doen in twee keer tien kilometer en de klim in twee keer acht kilometer. Geef je het op of heb je blessures dan kun je per noodtelefoon vragen om hulp. Er komt dan een gids met twee muildieren naar beneden. Je moet van te voren contant betalen anders laten ze je hoogstwaarschijnlijk liggen. De mensen die per noodtelefoon om hulp vragen zijn meestal 'mannen' tussen de achttien en de vijfentwintig. Heb je echt grote problemen dan kun je vragen of ze je per helikopter komen ophalen, dit gebeurt echter zelden en kost ook heel duur.



Vervuiling

In de Grand Canyon geldt de regel: alles wat je naar beneden brengt moet je ook weer mee naar boven brengen. Helaas wordt dit niet altijd na gestreefd, reservaat opzichters brengen veel tijd door met het opruimen van de rotzooi; soms moeten ze met touwen naar beneden gaan om het schoon te houden.

Een andere vorm van vervuiling is de luchtvervuiling, deze worden via windsystemen aangevoerd van de Grote steden hierdoor heeft de Grand Canyon niet meer de helderheid die het heeft gehad. Alle vervuiling die over de Grand Canyon waait blijft er natuurlijk in hangen.

Het is ook verboden om dieren te voeren, dit omdat het slecht kan zijn en omdat de dieren anders afhankelijk worden van de mensen en dit willen ze juist vermeiden.


Flora en Fauna

De Abert-eekhorn en de Kaibab-eekhoorn zijn twee soorten die erg op elkaar lijken echter de Alert leeft op de zuidrand en de Kaibab aan de Noordrand ze komen alleen voor om de Grand Canyon omdat ze gebonden zijn aan ponderosa dennen, hier knagen ze de jonge uitloper op de uiteinden van de den af. Men vermoeid dat deze twee eekhoorn soorten eens en ras vormden, maar hoe weet men niet precies. Er zij ook dieren die alleen aan een kant van de Canyon voorkomen zoals de langstaartwangzakmuis.

In de bossen op de rand van de Canyon kom je van alles tegen zoals timmer-mieren, doorn-hagedissen en bloemen zoals gevlekt gekkenkruik, bloeiende kruipwingerd, vele soorten cactussen zoals de portglas egel-cactus, vishaak -cactussen en ton-cactus. Het is ook dicht bebost met onder anderen dennen edelsparren en populieren waarin de snuittorren zitten.

Langs het Kaibab Trail groeit een bijzondere wilde bloem, de mescal, ook wel agave, maguey of eeuwplant genoemd. Over het algemeen ziet deze eruit als een enorme artisjok met harde zaagtanden langs de bladranden van de negentig centimeter lange bladeren. Deze plant bloeit in zijn hele leven maar een keer en dat is aan het eind ervan. Als hij zijn hele leven lang zijn krachten heeft opgespaard verschijnt er een centrale knop met wel een omtrek van vijftig centimeter. Die knop wordt een steel en schiet omhoog met een snelheid van acht of tien of zelfs vijfentwintig centimeter per dag, totdat er een hoogte van drie tot zeven meter is bereikt. Aan de top van die steel verschijnen grote trossen gele bloemen. Dan is de plant uitgeput en sterft. Langs het Kaibab Trail zijn op talloze plaatsen zwarte cirkels te zien; deze zijn van Indianen die de mescal bloem poften; de bloem heeft een zoetige smaak. Wanneer ze nu behoefte hebben aan zoetigheid dan is het nu makkelijker om even langs de supermarkt te lopen.



Klimaten

In de Grand Canyon komen vijf van de zeven klimaten voor. Deze worden bepaald door hoogteverschil, regenval, de instroming van koude lucht, die in onzichtbare watervallen naar beneden stromen, opstijging van warme lucht, de plaatselijke diepte, het zuurgehalte van de grond en of het gebied wordt blootgesteld aan zuidelijke of noordelijke wind. De klimaten lopen dus niet netjes in lagen maar kronkelen alle kanten op en overlappen elkaar soms of worden onderbroken. Men kan verschillende klimaten herkennen aan de indicators: de dieren en planten die er voor komen.



Legendes, Mythes en volksgeloven van de Indianen

Tiyo zat de hele dag op de canyonrand naar beneden te kijken en zich af te vragen waar het water heen ging.

Hij ontmoette de Grote Slang, de Zon en anderen die hem alles leerden.

Hopi legendes



De goden laten onze akkers bloeien en beschermen ons.

Als wij hen verlaten sterven wij.

Als ze vallen, wordt ons dorp vernietigd.

Havasupai legende



Tavwoats rolde toen een woedende stroom in de kloof.

Ute legende



Packithaawi stak met zijn mes diep in de overstroomde grond en dat heeft al gauw de grote canyon gemaakt.

Hualapai-mythe



Wanneer je iets bent kwijtgeraakt eet dan een stukje datura. In je droom kan je zien waar het is.

Navajo volksgeloof



De Indianen

De Navajo (uitspraak: Navaho) Indianen waren degenen die de Hopi Indianen vroeger weg hebben gejaagd uit de Grand Canyon.

Ze beschouwden de spin als een wijs dier die hun de weg wees in de Grand Canyon. He volksgeloof zei dat als je iets kwijt was je op een stukje dature moest kauwen, dit werd alleen gedaan wanneer de dromen en de sterren geen uitkomst boden, omdat de datura een gevaarlijke hoeveelheid atropine bevat, wat tegenwoordig wordt gebruikt tegen astma.

Voor de Indianen had het "grote water dat diep uit de aarde komt" geen begin en geen einde. In een mythe van de Ute wordt gezegd dat de rivier door de god Tavwoats in leven werd geroepen om het spoor uit te wissen dat leidde naar het verlokkende Land van Vreugde. Zo verhinderde hij misnoegd mensen hun leven van alledag te verlaten.

De Navajo, de Hualapai en de Havasupai geloven nog altijd dat de rivier het overblijfsel is van een overstroming die eenmaal de hele aarde heeft overspoeld.

In de Hualapai-legende werden de overstroming beeindigd door een held, genaamd Packithaawi, die de grond bewerkte met een mes en een knuppel waarop de Grand Canyon ontstond.

De Navajo en de Havasupai liepen voor op de rest van de Indianen en bedachten dat de canyon door de wrijving van het water is ontstaan.

De Havasupai's zien twee uitspringende kapen van de canyonrand in hun reservaat als twee goden, die zorgen voor de landbouw, wat grotendeels bestaat uit maïs, meloenen en bonen. Zij geloven erin dat als deze twee zuilen ooit zullen afbreken dat hun dorp ook ten onder zal gaan (de zuilen zullen ongetwijfeld ooit door erosie afbreken, tenzij een vliegtuig dat de geluidsbarrière doorbreekt, hen vóór is).

De Hopi's staan bekent als het slangen volk, dit komt omdat eens een Indiaan Tiyo genaamd in aanraking kwam met het slangen volk en daarvan een meisje trouwde; hij nam haar met haar kinderen mee naar het dorp waar ze min of meer weg gejaagd werden omdat de rest van de Indianen bang waren om gebeten te worden. Daar werden de goden zo door beledigd dat zij het dorp liet uitdrogen tenzij ze de slangen zouden accepteren. Daarom behoort de slang bij de Hopi's onder anderen bij de regendans.



Havasupai

De Havasupai's bezitten een klein stukje grond in Havasu Canyon, dit is een inham in het Coconino plateau waar Havasu creek doorheen stroomt. Dit is het enige volk dat in de Canyon is gevestigd. Hoewel er verschillende ruiter- en voetpaden vanuit Peach Springs richting Supai leiden, kun je het beste vanuit Peach Springs een karrenspoor volgen - wat bij regenval vaak niet te bereiden is - wat gedurende honderd kilometer leidt naar Hualapai Hilltop. Vanuit hier kun nog te voet dertien kilometer lopen of als je van te voren hebt laten weten dat je kwam voor 20.00 (f 34.00) per paard naar het plaatsje Supai afdalen. Eenmaal aangekomen kun je genieten van het mooiste gedeelte van de Grand Canyon. Havasupai betekent 'Het volk van het Blauw-Groene water'. Het water is hier zeer blauw omdat Havasupai Creek in ondergrondse stroompjes heel wat chemische verbindingen verzameld, waaronder calcium sulfaat, magnesium carbonaat en calcium carbonaat. Havasupai Creek stroomt langs vier watervallen. Het overvloedige water dat, tot Supai, gedeeltes van het jaar droog valt zorgt voor de oase's om de rivierbedding; hier groeien veel cottonwoodbomen en wilgen, aan hun voeten groeien box-elder (een vliersoort), hackberry bomen en wilde druivenranken; dichterbij de oever groeit ook nog arrow-weed (pijlkruid), maidenhair varen, kattenstaarten en plukjes rode monkeyflowers. Door al dit groen vliegen natuurlijk ook kleurige vogelsoorten: helderrode tanagra's, witborst gierzwaluwen, parsgroene zwaluwen, gele rietzanger, kolibri's, appelvinken en prachtige kleine blauwgorzen met bruine borst. De stilstaande kolken van de beek trekken futen aan, aalscholver, ijsvogels, groenvleugeltalingen en grote blauwe reigers.

Toen de grenzen van de reservaten vast werden gelegd, werd de Indianen gevraagd hoe de grenzen moesten liggen. Het Havasupai opperhoofd vroeg echter maar een klein deel omdat hij bang was dat het anders vroeg of laat inbreuk of zelfs ontzegging van het terrein het gevolg zou zijn. De land en tuinbouw was voor de Indianen slechts de helft van de bestaansbronnen. Van het voorjaar tot de herfst kweekten zij maïs, meloenen, bonen en granaatappels. Bij het naderen van de winter trok de hele stam de canyon uit en gingen naar de hoogvlakten. Daar leefden zij van dennenzaden van de piñon en de jacht op antilopen en herten. Maar toen de blanken kwamen met grote veekudden en weidehekken op de hoogvlakte verschenen verdreef dat het wild van het plateau en deed zo de helft van het bestaan der Indianen teniet. De opbrengst van de landbouw was niet genoeg om de hele stam van voedsel te voorzien van eten. Het gevolg hiervan is dat de meeste Indianen ondervoed zijn, makkelijk ziek worden en op uitkeringen en regeringsvoedsel-overschotten moeten leven; verder van wat zij nog verdienen als gids voor bezoekers die voor 20.00 omlaag komen. Dit is het grote problemen voor de Indiaan.

De Havasupai's hebben (hadden) een zeer speciale manier om hertenvel te looien. Als je de huid een dag en een nacht in de beek te weken hebt gelegd kan je het haar er afkrabben en de huid oprekken en drogen. Om hem te looien moet je de hersenen koken, die helemaal goed met water vermengen en dat dan met je mond voer de hele huid uit sproeien. Dan moet je de huid goed kneden om de hersenen er goed in te laten trekken en daarna moet je het merg uit de ruggengraat halen, koken en er hetzelfde mee doen. Dit is de hoofdlijn van het hele proces. Het haar wordt er d.m.v. een paardenrib afgekrabd.

Voor de navelstreng van een pasgeborene heeft men ook zo'n bijzonder ritueel.

Supai heeft een postkantoortje, dit is het laatste in de Verenigde Staten dat nog per karavaan bediend wordt. Drie keer per week gaat een Indiaan naar boven om de post mee te nemen en om proviand in te slaan.

De Havasupai's houden ook van sauna's, hieraan is natuurlijk ook een speciaal ritueel verbonden.



Colorado

De Colorado is een machtige rivier. Van zijn bronnen in de Rocky Mountains in de staat Colorado legt hij tot de Golf van Californië een afstand van 2253 kilometer af. Maar hij stort zich niet langer in die Golf uit zoals hij gedurende miljoenen jaren heeft gedaan. Hij is al uitgeput voordat hij daar aankomt. Wat vroeger de riviermonding is geweest is nu niet meer dan een kanaal. Op de 446 kilometer strekkende lengte van de Grand Canyon heeft de Colorado een verval van 660 meter via meer dan 150 stroomversnellingen. Velen daarvan hebben een drempelhoogte van vier en een halve meter en een zelfs een verval van negen meter. De breedte van de Colorado (in de Grand Canyon) varieert van 270 meter tot 15 meter. Colorado is een Spaanse naam die betekent rood-kleurig. Deze rode kleur van het water komt van de erosie deeltjes waaruit het meegevoerde slik is samengesteld.



Coronado

De eerste blanken die de Grand Canyon gezien hebben waren Spaanse soldaten, gelukszoekers die in het jaar 1540 de rand van de kloof bereikten. Onder leiding van Vásquez de Coronado waren zij opzoek naar goud en rijkdom. De versteltenis van de manschappen (300 man) was niet erg groot. Het lukte ze niet om er in af te dalen. Nadat ze wat Indianen hadden uitgeroeid gingen ze verder.



John Wesley Powell

De Grand Canyon bleef onbeschreven totdat Powell een van de grootste Amerikaanse avontuur-ervaring meemaakte. Powell was een bekwaam leraar en onderzoeker. Op 35-jarige leeftijd, in 1869, had hij al geleerd van zijn onderzoekingstochten in de Rocky Mountains en was zo al een ervaren expeditie leider, toen hij besloot, om met nog negen andere mannen die onder zijn gezag stonden, per boten een tocht te maken door onderanderen de Grand Canyon.

Gedurende dertien jaar is Powell hoofd van de Dienst van Geologische Kartering der Verenigde Staten geweest en hij was bovendien drieëntwintig jaar lang directeur van het Etnologisch Bureau, een federaal instituut dat in 1879 werd opgericht voor de bestudering van Indiaanse talen en cultuur. Op zijn tocht door de diverse Canyon's maakt hij verschillende stroomversnellingen mee die veel schade bij de boten aan brengen. Tijdens de trip verlaten drie mannen de trip omdat ze het te gevaarlijk vinden worden; echter zij worden op hun weg naar de noordelijker Canyonrand gedood door Indianen. De expeditie van Powell redt het wel en zij komen weer veilig terecht. Nog meer spanende verhalen over deze expeditie kun je lezen in het logboek van Powell genaamd 'The Exploration of the Colorado River and Its Canyons'. Powell stierf in 1902.



Reisverslag

Toen ik te horen kreeg dat we naar de Grand Canyon gingen had ik als enige voorstelling: Plateau's met gleuven. Bemand met Fototoestel, zes fotorolletjes en een dikke jas reisde ik met de hele familie naar de Grand Canyon vanuit Albuquerque en Santa Fé. Onderweg stopten we ook bij Petrified Forest. Ik dacht hiervan dat er gewoon bossen stonden met versteende bomen. Maar toen ik daar aankwam bleek dat er in het prachtige landschap gewoon boomstammen lagen. Met daarin kwarsvorming in diepe rode kleuren. Alle stukken waarin in stukken van een meter. Dit werd gedaan door de mensen die ten tijde dat het nog niet erkend en beschermt was. De mooie stukken heeft gezocht en meegenomen er lag dus nog veel meer. Ik had wel veel moeite om me in te houden om niets mee te nemen want zelfs sommige wandelpaden waren gezaaid met kleine versteende stukjes hout en het was streng verboden om ook maar het kleinste stukje mee te nemen.

Eenmaal aangekomen aan de rand van het reservaat moesten we uiteraard 10.00 betalen om een hele week met de auto in het reservaat rond te rijden. Op de rand aangekomen had ik het idee dat ik naar een foto keek zo ongelooflijk dat ik het met mijn eigen ogen kon zien. We sliepen in een hotel in Tusayan tegenover drie helikopter maatschappijen, gelukkig vlogen ze 's nachts niet. De volgende dag zwierven we wat rond aan de rand van de Canyon. We gingen naar een cowboy restaurant waar we aten. Nadat we het overheerlijke rattlesnake beer van mijn moeder hadden geproefd, wilden Erwan en ik er ook een bestellen, alleen helaas moest je minimaal eenentwintig jaar oud zijn. Wat meeviel was dat je op je veertiende al mocht autorijden, dus heb ik daarvan geprofiteerd en even een rondje gereden, omdat dat wel mocht. Na het eten gingen we naar het Imax theater ook in Tusayan, dit was echt een prachtige ervaring; hier werd een band over de Grand Canyon afgespeeld op een doek zo groot als de grote zaal; ze filmden uit de helikopter ook scheef waardoor je echt het idee had dat je er zelf in zat, of dat de stoelen meebewogen; het geluid was net alsof je er een meter vanaf stond.

De volgende dag waagden we het erop. We zouden de Bright Angel Trail afdalen tot Plateau Point. 's Morgens vroeg, moeder huilende achterlatend op de rand van de Canyon, vertrokken we met genoeg water. De eerste kilometer ging er al een gallon water lek. We liepen toch maar verder en ik bemerkte dat er gaten in mijn schoenen kwamen en dat ze door onder anderen het Supai-zandsteen rood gekleurd waren. De wandeling was een prachtige ervaring: de oase's, het uitzicht en het gevoel. We waren niet afgedaald tot de Colorado, wat ik erg jammer vond, omdat dit afgeraden werd; bij nader inzien hadden we het wel kunnen doen. We hingen nog wat rond en vertrokken, na vier dagen in de Grand Canyon geweest te zijn, naar Canyon de Chelly. We waren daar in het gedeelte van het jaar wanneer er geen water doorheen stroomt, en liepen 's avonds samen met een gids door de kloof en bekeken de Indianen tekeningen op de wanden. De volgende dag maakten we een tocht per paard ook weer met een Navajo Indiaan. De kloof mocht niet betreden worden zonder gids. We zagen hier ook veel oude bouwsels van Indianen die monumentaal zijn. Bij alle restaurants kreeg je bij het bestellen van een soda een grote bak (beker), je kon hem vaak zo vaak als je wilde laten bijvullen. Ik merkte ook dat alles 'bigger' was zoals ook de auto's en natuurlijk de Grand Canyon.