Website van het Inkijkmuseum
Dommelstraat 2a
Eindhoven

040 8488230


informatie over de geschiedenis van het Spoelhuis en het Inkijkmuseum

Situatieschets:

Het pand is gelegen aan de Dommelstraat in het centrum van Eindhoven op een perceel van ongeveer 7500 m2. Het is het oude Spoelhuis dat behoord tot de linnenfabriek van Van Den Briel en Verster.
- Architect
- architect verbouwing

Na de sluiting van de fabriek en na enkele jaren leegstand werd de ruimte gebruikt als fietsenstalling van de politie Eindhoven.

Niet lang daarna, In 1974, is een deel van de ruimte in gebruik genomen door jongerencentrum de Effenaar en sinds 1984 is de culturele werkplaats 2B in het oostelijk deel gevestigd. Rond 2000 begint de aanloopfase voor de ontwikkeling van het perceel. De Effenaar krijgt een nieuw gebouw. 2B wordt gesloopt om deze ontwikeling mogelijk te maken en wordt daarmee opgeheven. De tuin achter het huis 2a wordt omgebouwd tot ecologische verbindingszone. Het Spoelhuis blijft als enige originele onderdeel van de oude fabriek, bestaan.

Geschiedenis in vogelvlucht:

- gebouwd in 1884
- gerenoveerd in 1922, tweede etage toegevoegd. Het huis wordt een woonhuis voor de congierge van de fabriek.
- van 1926 tot .... bewoond door.. is onbekend
- van 1935 tot 1959 bewoond door de familie Schrürs
- van 1959 tot mei 1962 bewoond door Gerrit en Dini van Happen-van der Velden
- van 1962 tot 1995 bewoond door Jo Heesakkers
- van 1996 tot nu bewoond door Martin Voorbij
- 21 Maart 2004: opening Inkijkmuseum
- van sept. 2007 tot maart 2008 wordt het Spoelhuis gerenoveerd
- op 8 november 2008 wordt Het Inkijkmuseum officieel heropend

Het behoud van het Spoelhuis is niet van de een op de andere dag gegaan. Allereerst moest de gemeente Eindhoven overtuigd worden van het belang van behoud en het nut van de huidige invulling van het huis. Hiervoor hebben wij argumenten gebruikt die de gemeente zelf heeft geformuleerd.
--> zie speerpunten van gemeentelijk beleid.

Daarnaast moest de omgeving overtuigd worden van het belang en het nut van behoud van het Inkijkmuseum. Deze inspanning leverde veel vrienden van het Spoelhus op, naast een uitermate social samenzijn en buurtinteractie. Alleen de Effenaar, als grootste buur en met hun eigen financiele situatie in het achterhoofd, zet zich in tegen een Inkijkmuseum met presentatieplaats. En met succes. De tuin wordt verkleint van 60 meter diepte tot 4 meter.

 

Historische versie van Het Spoelhuis van 1888 tot nu:

Het ontstaan van de firma Van den Briel & Verster
In 1888 komt de firma Van den Briel & Verster voort uit de linnenfabriek van C. van den Briel. Na vestiging op de Bleek aan de Stratumse kant van de Dommel, trekt men naar de fabrieksgebouwen van Bisdom aan de Dommelstraat.

Na fusie met Van Dissel in 1963 houdt de firma nog enige jaren stand. Het fabriekscomplex wordt later gebruikt door jongerencentrum De Effenaar en Kultuur-werkplaats 2B. Een effenaar is overigens een werktuig uit de textielindustrie.

De historie van het Spoelhuisje
Het witte huis aan de Dommelstraat werd voor Van den Briel & Verster in 1922 verbouwd tot woonhuis door A.G. Beltman, die op dat moment al voor Philips en Picus de eerste gewapend betonnen fabrieksgebouwen had gemaakt.

Uit een bouwtekening uit ? blijkt dat het oorspronkelijke huis half zo hoog was als nu en alleen beschikte over een benedenverdieping en een zolder. De juiste benaming was overigens Schuiten- en Spoelhuis. Omdat het huis aan de Dommel lag werd het door thuiswevers geproduceerde linnen per schuit aangevoerd. Daartoe was aan twee zijden van het spoelhuis een opening in de vorm van een gemetselde boog aangebracht waar de schuiten tot onder het huis konden varen. Na het lossen van het linnen voer men door de andere opening weer naar buiten.

Bouwtekening aangeleverd door Ben Bolomey en Jos Hüskes van DSOB
Meer info bij Martin Voorbij

Dit zou de functie kunnen verklaren van het luik in de vloer van de kamer aan de straatzijde.
In de tegenwoordige functie als tentoonstellingsruimte zijn dit luik en de hieronder gelegen ruimte niet zonder meer te bezichtigen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit een perfecte schuilplaats voor onderduikers die zich aan de Arbeitseinsatz wilden onttrekken. Nieuwsgierig als hij was ontdekte Ad Schrurs deze ruimte als kleine jongen van een jaar of zes toen hij zich afvroeg waar toch die mensen bleven die keer op keer spontaan uit hun woonkamer verdwenen.

Tijdens de verbouwing zijn de muren van het huis opgemetseld zodat er een extra verdieping kon worden toegevoegd. Ook het dak liep veel spitser toe. Waarschijnlijk zijn tijdens deze verbouwing ook de openingen dichtgemetseld. In het stenenpatroon onder het raam zijn deze bogen nog te herkennen.


Wonen in het Schuiten- en Spoelhuis

1935 - 1959 familie Schrürs
Helaas is van de bewoners vóór 1935 niets bekend. In het jaar 1935 wordt de woning toegewezen aan het gezin Schrürs, waarvan de vader als chauffeur in dienst is bij de naastgelegen firma Van den Briel en Verster.

De oudste zoon Ad wordt in 1936 geboren en maakt er de oorlog mee, evenals zoon Joop uit 1937 en dochter Mieke uit 1942. In totaal zullen er maar liefst acht kinderen worden geboren, allemaal op dit adres.
Het aan de buitenzijde piepklein ogende huisje voldeed in die tijd prima qua ruimte en leefmogelijkheden. Op zolder bevonden zich twee slaapkamers, op de eerste verdieping drie.
De jongens sliepen op zolder en dochter Mieke sliep met drie zussen op een kamer.
Ook sliep er tot op zekere leeftijd een kind bij de ouders .
Kleding werd opgeborgen in de ingebouwde kasten op de kamers. Ook voor een hoekje met tafeltje werd ruimte gevonden. Omdat de was- en badgelegenheid zich in een aangebouwd hok achter het huis bevond was de leefruimte groot genoeg. Een berghok was omgebouwd tot speelhoek en de tuin was enorm. TV's en computers bestonden nog niet en de kinderen speelden daarom veel meer buiten. Mieke herinnert zich vooral nog hoe fijn zij konden schaatsen als een stuk van de tuin tijdens vriesperiodes werd natgespoten en bevroor.
Grote broer Ad ziet zich nog wekelijks op de glazen daken van de naastgelegen fabriek klimmen, natuurlijk alleen als moeder niet keek. Eén keer gleed hij uit - en bleef nog net aan de goot hangen! Tsja, wat moet een jongen anders doen dan kattenkwaad uithalen?

De buren
Piet Bisdom was directeur van Van Briel en Verster en Luttgard de bedrijfsleider. Het was in die tijd heel gewoon dat de directeur bij je op bezoek kwam. Op zondag maakte hij graag een wandelingetje met de hond en stond dan uren met pa Schrurs aan het hek te praten. Ook kwam hij regelmatig foto's maken. Met Piet en Hetty Bisdom heeft Ad nog veel contact gehad toen zij later weer in hetzelfde dorp bleken te wonen. Helaas zijn zij daarna naar Australië geëmigreerd.
Anton Philips
Huize de Laak was gelegen aan de overzijde van de Dommel. Zij hadden een bijzonder aardige dienstbode, Netje Gruijters, waar zij veel contact mee hadden.
Ook Anton schroomde niet om aan de kinderen uit de buurt vol trots zijn zelfgekweekte sinaasappels te laten zien. De activiteit van de familie Philips op het sociale vlak bleek opnieuw toen zij de zusters uit het Diaconnesenhuis in Huize de Laak opnamen nadat de Duitsers het Diaconneshuis hadden opgeëist.
Mevrouw Hoppenbrouwers
De heer en mevrouw Hoppenbrouwers hadden een sigarenfabriek aan de Kleine Berg en maakten sigaren van hun eigen merk: H&C. Na het overlijden van haar man durfde deze weduwe niet meer alleen in haar huis de nacht door te brengen. Ze was erg bang uitgevallen. De oudste zonen van de familie Schrurs gingen er dan slapen zodat zij niet alleen in huis was. Dat het daar niet bij bleef vertellen Joop en Ad Schrurs: het was geweldig om ongemerkt haar hoeden te passen en om er stiekem in bad te gaan. In de badkamer stonden allerlei lekkere geurtjes die royaal werden uitgeprobeerd. De jongens roken dan bijzonder opvallend! Op een dag was een van hen nogal royaal geweest met een vreemdsoortig goedje: kamferspiritus! Het duurde dagen voor de geur verdwenen was…


De oorlogsjaren
Als Ad 4 jaar oud is neemt de oorlog een aanvang. Doodsangsten staat hij uit, terwijl zijn één jaar jongere broertje Joop er niet van onder de indruk is. Ook zijn zusje Mieke herinnert zich niet ooit bang te zijn geweest. Het gezin komt niets tekort. Vader Schrurs is inventief en niet bang. Hij ziet kans alles wat nodig is bij elkaar te sprokkelen. Door zijn werk als chauffeur komt hij overal en heeft de juiste middelen tot zijn beschikking.
Geheel clandestien was het varken dat zij hielden, verborgen in een hok. Als het was geslacht werd het stiekem boven uitgebeend met een wit laken voor het raam zodat niemand het zag.
De grote tuin die doorliep tot aan de watertoren nabij het spoor voorziet hen van alles wat nodig is: aardappelen, boontjes, fruit. De pruimenbomen, waarvan de takken tot ver over de Dommel hingen werden geheel leeggeplukt. Dat hierbij de plukker nogal eens te water raakte is logisch. En dat was geen pretje. Het lijkt heel idyllisch, wonen aan het water, maar in die tijd was de Dommel een bijzonder vies riviertje waarin allerlei troep werd geloosd. Het water veranderde ook vaak van kleur en stonk regelmatig naar chloor. Het barstte dan ook van de ratten om en nabij het spoelhuis. Het gebeurde regelmatig dat er een rat op de vensterbank iets lekkers op zat te peuzelen en ondertussen door het raam naar binnen keek. In huis zijn ze gelukkig nooit geweest. Daar zorgde vader Schrurs wel voor, die met zijn buks de rattenpopulatie flink uitdunde. Ook de jonge fox terrier van de familie haalde ze uit hun hol en beet ze dood.

Bombardement en evacuatie
Hoewel er een schuilkelder is op de westelijke hoek van de Tramstraat met de Dommelstraat, durft moeder Schrurs er niet meer heen nadat er tegenover een brandbom is gevallen. Zodra de sirene gaat vluchten zij naar de fabriek waar zij schuilen in speciale bunkers en tussen grote balen linnen en katoen. Menige nacht hebben zij hierin doorgebracht.
Bij een van de vele bombardementen is een balk van de watertoren die achterin de tuin stond door een muur van het huis naar binnen gedrongen. De tank lag 100 meter verder.
Een evacuatie naar Tongelre kon niet uitblijven. Te voet met de kinderwagen naar een boerderij aan de toenmalige Achterstraat (nu: Jan Tooropstraat). Tijdens het bombardement door de Engelsen op 6 december 1942 waren zij echter nog thuis. Ad had zojuist van Sinterklaas een hobbelpaard gekregen.
Ook het bombardement van 19 september 1944 ziet Ad nog voor zich. Eerst de talloze lichtkogels die naar beneden kwamen voorzien van dwarrelende reepjes aluminium. Deze waren bedoeld om de radar te misleiden. En daarna de vele stuka's. Ze vlogen zo laag dat hij ze bijna had kunnen aanraken.

Tot eind 1959 heeft het gezin Schrurs in het huis gewoond. Dan gaat pa met pensioen en verhuizen zij naar een huis aan de Dommelhoefstraat.

1959 - mei 1962 Gerrit en Dini van Happen-van der Velden

De woning wordt verhuurd aan Gerrit en Dini van Happen-van der Velden die vanaf hun huwelijk in 1958 1,5 jaar bij hun ouders boven aan de Wolvendijk hebben ingewoond.
Ook Gerrit is werkzaam bij Van Briel en Verster en krijgt de woning aangeboden voor f.3,50 in de week. En dat met een weekloon van 62 gulden! Als zij ook de tuin bijhouden mogen zij er zelfs gratis wonen. Schoonvader biedt aan dit werk voor hen op te knappen en zorgt ervoor dat tuin er netjes bijligt: voor twee personen hebben zij van alles in overvloed.
Zij zijn bijzonder in hun nopjes met hun eigen eerste woning en hebben er een plezierige tijd.
In de winter is het er wel behoorlijk koud: er is één kachel in de keuken en één in de kamer.
Boven is het zo vochtig dat 's winters de rijp op de dekens ligt en het water langs de deuren loopt!
Via de poort naast het huis rijden de vrachtwagens af en aan. Zij lossen hun spullen bij de andere poort in de zijmuur van de fabriek die tevens de zijmuur is van de tuin van het spoelhuis, keren de wagen op het royale terrein en vertrekken weer.
In de fabriek waren gevestigd een weverij, spoelerij, naaikamer en strijkafdeling met flink wat personeel. De blekerij en wasserij waren in de tijd dat de familie Schrurs reeds aan de Wolvendijk gevestigd.

In mei 1962 vertrekt Gerrit bij Van Briel en Verster (of gaat hij gewoon ergens anders wonen?) en verlaten zij ook de woning.

Ludiek detail: Dini constateert dat er het oude huisje zich nog nagenoeg in de oude staat bevindt. Zelfs het zeil op de trap dat zij er destijds in lieten leggen is nog aanwezig…

Jo Heesakkers met zijn oude moeder krijgt de woning in 1962 toegewezen. Als zij sterft in november 1995 blijft hij alleen achter.

Rond 1984 komt Martin Voorbij voor het eerst in beeld. Hij is een van de kunstenaars die zich het naastgelegen leegstaande fabriekspand hebben toegeëigend als Kunstenaars Collectief 2B. Jo Heesakkers was de buurman en men zorgt min of meer voor elkaar. Als Jo in 1995 sterft komt Martin in aanmerking voor bewoning van het pand dat inmiddels is overgegaan in handen van de gemeente. Naast Martin hebben er in deze periode nog andere kunstenaars gewoond, met name in vier jaar dat Martin zich in Sarajevo bevond voor het Vredesburo;
Ivo Bekkers drie jaar en Steve Hubbock die sculpturen maakte en daarbij veel kabaal maakte. Op deze lokatie stoort echter niemand zich daaraan. Er is ook een kleine smidse aanwezig geweest waar bronsgieter Sil Brink zijn werk heeft gedaan.

In 2007/2008 is het Spoelhuis verbouwd met als uitgangspunt om de komende 50 jaar probleemloos te functioneren. Hierbij eindigt dit historische verslag. En hiermee begint deze documentatie-website van het Inkijkmuseum en de stichting die het Spoelhuis beheert.

 

ik/2008/01

 

 


Gebroeders Bisdom 1899


Villapark Dommelbrug


Ad Schrürs
en zijn broer


van Happen


Gerrit van Happen 1959


2005


2001