registreren | inloggen
Gebruikersnaam Wachtwoord

Oorzaken van teveel regelgeving

In zijn column Orde op zaken in het ED van 6 mei fulmineerde Wim van der Leegte tegen de massale en schijnbaar nog steeds groeiende regelgeving waar het bedrijfsleven onder gebukt gaat. Nu kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Maar tegelijkertijd denk ik dat hij niet diep genoeg ingegaan is op de vraag wat daarvan de oorzaken zijn.
De columnist schuift het probleem – zoals in het bedrijfsleven zo vaak wordt gedaan - in de schoenen van, jawel, de ambtenaren: ‘In Nederland wordt de regelgeving uiteindelijk gemaakt door ambtenaren, die daarmee hun brood verdienen. En dus wordt de regelgeving alsmaar moeilijker.’
Dit is rijkelijk simplistisch, nee, het slaat de plank helemaal mis. Van der Leegte stelt het voor alsof ambtenaren zich onledig houden met het verzinnen van regeltjes, alsof het hun hobby is en alsof zij betaald worden om maar zoveel mogelijk voorschriften te produceren. Gelukkig of helaas – afhankelijk vanuit welke hoek je het bekijkt – beslissen ambtenaren net zo min als werknemers in een bedrijf zelf over wat ze doen; zij voeren slechts de opdrachten van hun baas uit. En hun baas is in directe zin de politiek (kabinet, provincie- en gemeentebesturen), maar indirect is het de burger, wij met ons allen die via onze gekozen vertegenwoordigers van alles gedaan en geregeld willen krijgen. Wij zelf zijn het die op allerlei terreinen zoveel noten op onze zang hebben, zoveel belangen verdedigen waarmee rekening gehouden moet worden, dat politici vaak ingewikkelde en soms zelfs tegenstrijdige besluiten nemen, die vervolgens door zich in bochten wringende ambtenaren in hanteerbare regels gegoten moeten worden. Hetgeen natuurlijk dikwijls niet lukt, zelfs niet onder druk van een kabinet dat het bedrijfsleven geen strobreed in de weg wil leggen.
Om maar eens een voorbeeld te noemen, het beginsel van eerlijke concurrentie – zeker wanneer dat op Europese schaal toegepast moet worden - leidt tot minstens zoveel regelgeving als de eventuele regelzucht van ambtenaren. De laatsten de schuld van die verlammende kluwen geven is net zoiets als de boodschapper veroordelen voor het slechte nieuws dat hij brengt.
De heer Van der Leegte koestert ook ijdele hoop, want hij verwacht een flinke reductie van de regelgeving door toedoen van de Europa. In zijn ogen is den Haag erger dan Brussel (‘Ook zou eigenlijk alles wat strenger geregeld is dan door de Europese Unie is vereist, teruggebracht moeten worden tot het niveau van de Europese vereisten. Er zijn nergens zo veel en zo ingewikkelde regels als in Nederland’). Ongetwijfeld was hij niet op de hoogte van de bevindingen van een collega-columnist, wetenschapper Bert Meijer. Die schreef twee dagen eerder over de bemoeienissen van de EU met onderzoeksprojecten in hetzelfde ED: ‘…de steeds toenemende bureaucratie slaat elk enthousiasme dood. De hoeveelheid papier dat nu moet worden ingevuld, grenst aan het onmogelijke.’ Misschien is Nederland toch maar een bureaucratisch keffertje, vergeleken met de bureaucratische buldog Europa?