Mijn vriend brak zijn penis en nog veel meer…

“Otto Schimmelpenninck van der Oije (bassist van de Nederlandse heavy metal groep Delain) werd tijdens een optreden in het Britse Birmingham van achteren door een confetti kanon in zijn edele delen geschoten. (‘Tja, met zo’n achternaam moet je altijd voorzichtig zijn,’ mompel ik in mijzelf.) Maar goed…, ondanks de hevige pijn speelde en gruntte hij toch de show uit.

“Otto Schimmelpenninck van der Oije (bassist van de Nederlandse heavy metal groep Delain) werd tijdens een optreden in het Britse Birmingham van achteren door een confetti kanon in zijn edele delen geschoten. (‘Tja, met zo’n achternaam moet je altijd voorzichtig zijn,’ mompel ik in mijzelf.) Maar goed…, ondanks de hevige pijn speelde en gruntte hij toch de show uit. Na het optreden bleek zijn scrotum echter te zijn opgezwollen tot het formaat van een flinke grapefruit. Zijn linker testikel en een aantal (slag)aders waren gescheurd” las ik ergens. Ik dacht: hé, ik ken die vent, da’s een oude vriend. En…, hij is weer bevriend met mijn vriend de voetballer – die een tijd geleden zijn anus scheurde. Ook toevallig! Ja, een ongeluk zit soms in een klein gaatje.

Laatst ontmoette ik in de wachtkamer bij de dokter een vriendin die bij een val van de trap haar oor was kwijtgeraakt (eraf gescheurd). Gelukkig kon een handige chirurg het repareren. “Ja…, zei ze – lachend als een boerin met kiespijn – hij heeft mij mooi een oor aangenaaid”.

Een goede vriend van mij brak eens tijdens een wilde rit zijn penis. En die konden ze natuurlijk niet spalken of in het gips zetten! IJverige verpleegsters deden nog wat ze konden, maar helaas. En twee weken lang Viagra slikken, was ook geen optie.

Jaren geleden verloor een andere vriend een vinger toen hij uit een legertruck sprong (hij bleef met zijn trouwring ergens achter hangen). Zijn collega (ook een vriend van mij) stak de vinger direct in zijn mond, en in het ziekenhuis naaide een handige chirurg (ja, die van dat oortje) de vinger weer (handig) aan zijn hand.

En oh ja…, onlangs maakte een vriendin van mij – samen met haar vriendin én haar hondje “speurneus” Beppie – een ferme boswandeling. Beppie snuffelde (als een echte Sherlock Holmes) tussen de verkreukte eikenbladeren opzoek naar het spoor van een bosboef of misschien wel een – de weg kwijtgeraakte – potloodventer, terwijl de dames vrolijk met hun chique laarsjes door het modderige en vaak glibberige bospad baggerden. Waarbij ze uiteraard een opgewekt liedje van Jasperina de Jong zongen: Wij zijn dol op de bossen, daar kunnen we hossen, daar kunnen we klossen…, van je pingelepingelepingelepingele-boem! Toen slipte ze plotseling weg, haar voet bleef steken in een greppel, ze hoorde iets kraken, ze gaf een schriel gilletje… En uit was de pret! Ja, gezond zo’n boswandeling, dacht ik bij mijzelf.

Wat heb ik toch veel vrienden! In dit verhaal tel ik er nú al een stuk of zeven! En geen Facebook vrienden, hè! Maar…, échte vrienden!

Maar…, laat ik niet afdwalen! De vriendin van mijn vriendin – met dat krakende been – belde mij. Mijn gsm pruttelde in de broek. “Help, help, ze is gevallen. Ze heeft haar enkel verstuikt en kan niet meer voor of achteruit! Of ik haar (diep in het bos, zo’n vijf kilometer van de bewoonde wereld) wilde komen ophalen?”. Het bospad slingerde pal naast een riviertje. Daar kon geen ambulance komen! Eerst dacht ik nog om haar met een klein vouwfietsje al fietsend met één been door het bos te loodsen, maar dat was bij nader inzien een idioot plan. Hoe haal je het in je hersens, ik zou misschien zelf een been kunnen breken. Toen dacht ik aan een paard! ‘Ja, goed plan,’ mompelde ik in mijzelf. Ik had dat wel eens in een Western gezien. Mijn vriendin in amazonezit (half hangend over de rug van het paard) of anders – liggend op een oude regenjas tussen twee boomtakken – over de grond achter de kont van het paard slepen. Dat moest lukken, zo dacht ik.

Nou, met dat paard werd het één doffe ellende. Dat beest slipte regelmatig over het modderige bospad en schoof soms bijna het riviertje in. En slechts voor een paar pepernoten ging het weer een stukje vooruit. Nee, dat werd niks! Toen viel de vriendin van mijn vriendin – tot overmaat van ramp – ook nog op haar zere voet. Ze kermde als een aangeschoten konijn. Of leek het meer op het geluid van een gillende keukenmeid? Ik weet het niet meer. Het ging in ieder geval door merg en been. Tijdens dit incident gleed overigens die vriendin (samen met Beppie) wél in het riviertje. Zij kon zich gelukkig nog net aan een boomstam vastgrijpen, maar Beppie (die niet kan zwemmen) moest ik aan haar halsband uit het water hijsen. En omdat ik haar bij die reddingsactie bijna had gekeeld, ging ze pontificaal voor mijn voeten zitten schijten. Ze heeft mij daarna drie weken niet meer aangekeken. Ja, stank voor dank!

Maar goed, met dat paard (het was overigens een hele oude schimmel) ging het écht niet! Toen heb ik toch maar de traumahelikopter gebeld. Maar die kon natuurlijk niet tussen al die bomen landen. We dachten er nog over om mijn vriendin met een brancard op te laten takelen, maar er stond helaas teveel wind. Gelukkig was er ongeveer een kilometer verderop een golfbaan, dus sleepten wij haar daar naartoe. Nou, daar keken ze vreemd op!
Door de rotatie van de wieken ontstond er een wervelwind. De ballen vlogen alle kanten op en hier en daar hoorde ik verbaasde golfers kuchend roepen: hé…, nee maar, jongens…, kijk nou eens…, hole in one, hole in one! Joepie! Da’s mij nog nooit gelukt.

Uiteindelijk werd ze door de vriendelijke piloot (ook een vriend van mij) in de helikopter gehesen en naar een ziekenhuis vervoerd. Daar constateerden ze een dubbele kuitbreuk en niet veel later werd ze door dokter Jan de Hakker (een kennis van mij) vlijtig geopereerd. Neuriënd ging de beste man aan het werk. “Zuster, geef mij eens een metalen plaatje en dat doosje met schroeven”. Ik hoorde een reutelende boormachine. En na afloop zei hij grinnikend tegen mijn vriendin (die middels een ruggenprik half verdoofd was): ‘Zo, nu nog een flinke klats gips er overheen en hopla, popla…, ik zie u over veertien dagen terug, komt helemaal goed.’ En weg was hij. Ja…,druk, druk, druk.

De moraal van dit verhaal: Wie veel vrienden heeft, beleeft veel avonturen!


———————————————————————

Verhalen van Jozef Bloks zijn te koop als gebundelde paperbacks

Lippies (de illustraties) zijn afgebeeld op T-shirts, posters, poeptegeltjes e.a.

U kunt paperbacks, e-books, posters en T-shirts bestellen op www.jozefbloksmuseum.nl/Webshop.htm

Paperbacks € 10.00 – Lippy posters: € 5,00 – T-shirts € 10.00 – E-books vanaf € 2,50

Een deel van de opbrengst gaat naar Alzheimer Nederland – Dank voor uw steun!

Kijk op www.inactievooralzheimer.nl/acties waar u deze actie ook direct financieel kunt steunen. Al doneert u maar één euro – want iedere euro telt!

Jozef Bloks steunt Alzheimer Nederland – Steunt u ook!

Meer info (o.a. verhalen) over schrijvend kunstenaar op www.jozefbloks.dse.nl