|
|||||
|
de periode tussen 1400 en 1800 |
|||||
|
|
Reeds
in de Middeleeuwen bestaat er een afgebakende woonkern in de omgeving van het huidige
St.-Trudoplein. De driehoekige vorm wijst op een Frankisch akkerdorp. In de buurt hiervan
zijn diverse buurtschappen: 't Ven, Schoot, Schouwbroek, Heuvel, Hurk, Sliffert,
Lievendaal, Welschap e.a. In hoofdzaak bestonden deze uit wat boerderijen, terwijl langs
de verbindingswegen wat lintbebouwing plaats vindt. Zeker al vanaf 1402 heeft Strijp een
eigen kerkje, wat toegewijd was aan St.Trudo. De naam Trudo duidt waarschijnlijk op een
speciale verbintenis met de abdij van Sint-Truiden. De kerk stond aan de Strijpsestraat op
de plaats van het huidige postkantoor. Enige welvarendheid moet er tussen 1400 en 1460 wel
geweest zijn, omdat in die periode drie klokken werden aangeschaft: Trudo-, Maria- en
Annaklok. Bij gebrek aan een kerktoren hangt men de klokken in een apart luihuis
(bellefort). Het dorpje Strijp wordt begrensd door de riviertjes Gender, Rundgraaf en
Windgraaf. Het ligt erg geïsoleerd zonder een rechtstreekse verbinding met Eindhoven en
Zeelst. Vandaar dat invloeden van buitenaf maar moeizaam in deze gesloten
boerengemeenschap doordringen. Vlak voor en tijdens de Tachtigjarige oorlog (1568 - 1648)
wordt Strijp vaak "bezocht" door rondtrekkende legertjes, hetgeen veel verdriet,
ellende en grote armoede teweeg brengt. Op een gegeven moment is de helft van de 900
inwoners zeer armlastig. In 1648 moeten de katholieke Strijpse mensen hun kerk afstaan aan
een handjevol protestanten. Voor de uitoefening van hun geloof zoeken ze dan hun toevlucht
in een tweetal zgn. schuurkerken in Het Ven. In 1798 krijgen de katholieken hun intussen
bouwvallige kerk weer terug. In deze boerengemeenschap was de behoefte aan onderwijs niet
groot. Van enige schoolwetgeving is in die tijd bovendien geen sprake. Mensen die per se
willen leren lezen en schrijven gaan buiten hun dorp naar een school. Pas aan het einde
van de 18e eeuw neemt de belangstelling voor volksonderwijs sterk toe. Men kan dus rustig
aannemen dat er zeker tot 1750 in Strijp van onderwijs geen sprake is geweest. Met de komst van de Bataafse Republiek (1795) gaat de overheid zich bemoeien met het onderwijs in Nederland. Zo wordt in de derde schoolwet van 1806 een bescheiden onderwijsprogramma duidelijk: de mensen leren lezen en schrijven. Ook de onderwijzer moet voortaan aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Ook zullen de scholen wordengecontroleerd door een schoolopziener. De onderwijzers worden verdeeld in rangen, welke bepaald worden door hun bekwaamheid. Zo is een onderwijzer van de vierde rang tamelijk bedreven in rekenkunde, lezen en schrijven. Die van de derde rang beheerst daarnaast de breuken, weet iets van de Nederduitse (=Nederlandse) taal en heeft betere pedagogische kwaliteiten. Heeft men ook nog enig begrip van aardrijkskunde of geschiedenis dan behoort men tot de tweede rang. Die van de eerste rang is behalve het bovengenoemde ook welbekend met natuur- en wiskunde en munt uit in "beschaafdheid van verstand". Een echte opleidingsschool bestaat nog niet. De leerlingen op de scholen worden op basis van hun niveau verdeeld over drie klassen. |
||||
| De eerste school in
de gemeente Strijp: de periode tussen 1800 en 1920 |
|||||
|
|
Rond
1800 is er in Strijp al een schooltje. Men moet echter geen al te hoge verwachtingen
hebben van het lokaal, noch van het onderwijs dat gegeven werd. De in Strijp geboren Jacobus Deckers wordt in 1797 op dertigjarige leeftijd
hoofd van de school. Deze school bevindt zich in zijn eigen huis, wat hij daarvoor
verbouwd heeft. De school ligt in de buurt van de kerk, aan het einde van het dorp Strijp.
Per jaar ontvangt hij van gemeente zestig gulden als huur voor het schoollokaal. De school
behoort tot de laagste klasse , zodat de kinderen alleen maar leren lezen, schrijven en
rekenen. De kinderen zijn verdeeld in drie leerjaren.Ongeveer 130 kinderen gaan er min of
meer regelmatig (er is nog geen leerplicht) dagelijks naar school. Meester Deckers
ontvangt van de gemeente een salaris van 230 gulden per jaar, ook voor die tijd een
armzalig inkomen. Daarnaast betalen de leerlingen hem 80 cent schoolgeld per jaar. Door
armoede gedwongen is hij ook nog klokkenist, waarvoor hij 40 gulden per jaar ontvangt.
Hiervoor moet hij dagelijks het klokkenhuis openen en sluiten en als dat gevraagd wordt de
klokken laten beieren. Rond 1826 dringen de schoolopziener en de gemeente aan op het aantrekken van een ondermeester om zo het werk wat te verlichten. Er komt geen ondermeester, omdat Deckers de vergoeding daarvoor (171 gulden per jaar) toch maar liever zelf benut. De ondermeester doet pas rond 1843 zijn intrede in het Strijpse schoollokaal. De inmiddels hoge leeftijd van Jacobus Deckers (76 jaar) is kennelijk toch aanleiding om wat assistentie te aanvaarden. De nieuwe ondermeester is Hendrikus van der Loo, onderwijzer van de derde rang en vermoedelijk in 1817 in Stratum geboren. Om extra uitgaven mogelijk te maken verkoopt de gemeente Strijp bij tijd en wijle heidegrond, waarvan voldoende voorhanden is. Dit gebeurt ook ten behoeve van de bouw van het nieuwe luihuis en van de nieuwe school. In 1849 is de woning annex schoolgebouw gereed; kosten f 3780. Het is een voor die tijd behoorlijk gebouw van 18 bij 7 meter en staat aan de toenmalige Vensche Weg (nu kruising Strijpsestraat - Rondweg). Van der Loo neemt als opvolger van Deckers de schoolleiding over en staat weer alleen voor 135 kinderen, zowel jongens als meisjes. Veel kinderen gaan in de zomer niet naar school, omdat ze thuis op het veld moeten helpen. In de tweede helft van de negentiende eeuw begint de agrarische gemeente Strijp langzaam te veranderen door de opkomst van de textielindustrie, zoals Elias (sinds 1856 in Strijp gevestigd). Ook de tabaksverwerkende industrie trekt veel Strijpse inwoners. Omdat de prijzen sterk stijgen, maar de lonen gelijk blijven (ondanks werkweken van meer dan 60 uur) is de arbeider niet in staat alleen in het levensonderhoud van zijn gezin te voorzien. Hierdoor ontstaat na 1850 veel vrouwen- en kinderarbeid: dus ook meer schoolverzuim. De armoede blijft stijgen. In 1857 wordt de vrijheid van onderwijs in de wet geregeld, maar het bijzonder onderwijs wordt niet door de overheid betaald. Hierdoor blijft het openbare onderwijs in een bevoorrechte positie. De gemeente mag schoolgeld gaan heffen en ook de financiële positie van de onderwijzers verbetert door het opheffen van de rangen. Vanaf dat jaar kent men hoofdonderwijzers, hulponderwijzers en kwekelingen. Voor de opleiding van onderwijzers komen pas na 1878 richtlijnen. In 1889 komt er een gedeeltelijke subsidiëring van het bijzonder onderwijs. Hoewel er in de wet nog niets geregeld is over kleuteronderwijs, beginnen na 1850 de eerste brei- en bewaarscholen te ontstaan. Pas rond 1900 onstaat het Fröbelonderwijs. In 1874 wordt de Kinderarbeid wettelijk afgeschaft, maar pas met invoeren van de leerplichtwet in 1901 worden ouders gedwongen hun kinderen naar school te sturen. In 1920 komt de volledige financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. In Strijp wordt veel gebruik gemaakt van het nieuwe schooltje, want er wordt ook avondschool gehouden. De gemeente vraagt schoolgeld voor het volgen van dagonderwijs. Dit varieert van 15 tot 25 cent per maand, afhankelijk van het leerjaar. Armlastigen worden hiervan vrijgesteld: dit geldt voor het derde deel van de Strijpse bevolking. Op 11 januari 1861 krijgen de "Zusters van Liefde" * , die zich 1860 ook in Strijp gevestigd hebben, toestemming van de gemeente Strijp om onderwijs te geven aan meisjes en daarvoor een bijzondere school te stichten. De school komt in het Schouwbroek (omgeving verzorgingshuis "Strijp") en is eigendom van de kerk. De uit Son afkomstige 43-jarige zuster Genoveva van Beek is het eerste hoofd en wordt terzijde gestaan door twee en na 1879 door drie leerkrachten. Zuster Van Beek is in 1898, op 80-jarige leeftijd, nog steeds hoofd! De nieuwe school is een groot succes, want al snel zitten er op de gemeenteschool alleen nog maar jongens. Zo telt de zusterschool in 1866 negentig meisjes tegenover zestig jongens op de gemeenteschool. Door de toenemende industrie stijgt de bevolking sterk, waardoor er steeds meer kinderen op school komen. Vanaf 1871 valt uit het schoolverzuim een toename van de kinderarbeid op te maken. Dit blijft voortduren tot 1920. Omdat veel vrouwen in deze periode gaan werken, moet er een kinderopvang gecreëerd worden voor de allerkleinsten. Rond 1873 wordt daarom door de zusters een bewaarschool gesticht. Vier jaar later zitten daar al 122 meisjes. Pas vanaf 1884 geeft de gemeente voor deze opvang een jaarlijkse subsidie van honderd gulden. De schoolkeuze in Strijp is in die tijd heel eenvoudig: de jongens gaan naar de openbare, de meisjes naar de bijzondere school. Over kwaliteitsverschil tussen beide scholen is weinig bekend. Op de openbare school krijgt Van der Loo (hoofdonderwijzer) assistentie in de vorm van een kwekeling, omdat 100 leerlingen een beetje veel is voor een leerkracht. in 1881 wordt het een hulponderwijzer. Strijp raakt langzaam maar zeker uit het isolement door de aanleg van een spoorweg (1866), wegverbinding met Zeelst (1883) en met Eindhoven (1884). Het dorp begint dan snel te groeien, ook door de opkomst van Philips in Eindhoven. In 1800 zijn er 890 inwoners; in 1900 ruim 2000 en in 1920 maar liefst zo'n 7000 Strijpenaren. Ook de beroepsopbouw verandert totaal: van een agrarische gemeenschap naar een voornamelijk industriële. Deze bevolkingsgroei heeft uiteraard ook gevolgen voor de voorzieningen in Strijp. De inspecteur voor het geneeskundig staatstoezicht voor Noord-Brabant en Limburg keurt het openbare schoolgebouw in 't Ven in 1884 af. De gemeente Strijp laat daarom een nieuwe vier-klassige school bouwen aan de Strijpsestraat op de hoogte van de huidige Tjalkstraat. In hetzelfde jaar neemt Van der Loo afscheid als schoolhoofd.Hij is dan bijna 70 jaar oud. De uit Zeelst afkomstige 28-jarige Cornelis van Velthoven wordt als opvolger benoemd. Hij was daarvoor werkzaam als hulponderwijzer in Gestel.Rond 1889 neemt het schoolverzuim plotseling sterk toe. Dit is waarschijnlijk te wijten aan de verhoging van het verplichte schoolgeld. Desondanks stijgt het leerlingaantal zo sterk dat er twee hulponderwijzers worden aangesteld. In 1887 wordt er op initiatief van pastoor Maas een nieuwe St.-Trudokerk gebouwd omdat de oude te klein en te bouwvallig geworden was. Na 1900 begint het schooltje veel te klein te worden. De schoolopziener klaagt hierover in 1902. Een leerkracht blijkt 63 kinderen in de klas te hebben, zelfs voor die tijd een beetje al te gek. Daarom worden er door de gemeente allerlei plannen gemaakt, variërend van verbouwing tot het bouwen van een tweede openbare school met gymnastieklokaal, maar onderwijsbezuinigingen zijn geen uitvinding van onze tijd. Hierdoor beperkt men zich tot het bijbouwen van een drie-klassig noodschooltje. Nieuwbouw wordt uitgesteld i.v.m. de naderende annexatie door de gemeente Eindhoven. Door de bouw van Philipsdorp vanaf 1910 neemt het aantal leerlingen alsmaar toe. In 1915 telt de school 351 leerlingen (alleen maar jongens). Rond 1900 blijkt ook de behuizing van de meisjesschool niet meer te voldoen. Pastoor Maas bouwt in 1908, gedeeltelijk uit eigen middelen (hij schenkt f 20.000), een nieuw schoolgebouw . Het gebouw was te bereiken vanaf de Frederiklaan en stond achter het huidige verzorgingshuis "Strijp". Onder pastoor De Roy wordt de school later aanzienlijk uitgebreid. Eind jaren tachtig is het ten prooi gevallen aan de slopershamer. Wat het kleuteronderwijs betreft gaat de bewwarschool steeds meer in de richting van echt onderwijs, zeker als na 1914 het Fröbelonderwijs opgang doet. Een wettelijke regeling voor kleuteronderwijs zal echter nog lang op zich laten wachten. De gemeente Strijp verhoogt in 1917 de subsidie tot twee gulden per jaar per leerling. De bewaarschool, gevestigd in het kloostercomplex aan de Strijpsestraat, heeft in 1918 223 leerlingen onder de zes en 44 leerlingen boven de zes jaar. Er zijn dan vijf leerkrachten en drie helpsters; allemaal zusters. In 1919 wordt de St.-Antoniusparochie ( de Steentjeskerk) in Philipsdorp gesticht. Daar komen ook twee nieuwe scholen. *In 1832 sticht mgr. Zwijsen een eerste congregatie van Zusters van Liefde in Tilburg. De zusters gaan zich bezig houden met charitatief werk, zoals de zorg voor wezen en bejaarden en met het geven van onderwijs aan meisjes. |
||||
| De periode
tussen de wereldoorlogen: het ontstaan van bijzondere scholen |
|||||
|
|
In 1920 wordt de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs bij wet geregeld, waardoor de weg vrijkomt voor het stichten en onderhouden van meer scholen voor bijzonder onderwijs. Vooruitlopend op deze nieuwe onderwijswet (en de Eindhovense annexatie in 1920) wordt op 2 december 1919 de St.-Josephvereniging opgericht. Hierin hebben de elf pastoors van de toekomstige gemeente Groot-Eindhoven zitting. Deze vereniging wil het katholiek onderwijs in de stad gaan bevorderen. De al bestaande bijzondere meisjesscholen, beheerd door de zusters, vallen hierbuiten. | ||||
| Het ontstaan van de bijzondere jongensscholen | |||||
|
|
In
bijna de gehele stad worden na 1920 de oude bestaande openbare scholen overgedragen aan de
St.-Josephvereniging.. Ze worden omgezet in bijzondere Rooms-Katholieke scholen. Zo vindt
op 1 april 1922 (bij het begin van het nieuwe schooljaar) de overdracht plaats van de
openbare gemeenteschool, Strijpsestraat 91, aan de vereniging. De naam wordt dan veranderd
in RK. jongensschool St.-Joseph. Het personeel neemt ontslag en wordt weer direct benoemd
aan de nieuw gestichte bijzondere school. Het oude schoolhoofd, de heer Van Velthoven,
gaat met pensioen. De heer Bruno wordt als zijn
opvolger benoemd. Omdat er zoveel leerplichtige jongens zijn in Strijp (408) heeft de
gemeente al eerder besloten een tweede jongensschool te bouwen. Ook deze nieuwe school
valt onder het bestuur van St.-Josephvereniging. De school wordt gebouwd op de zgn.
Kerkakkers, een stuk grond wat eigendom is van de kerk. Het betreft de vleugel paralel aan
de St.-Trudostraat van de huidige basisschool Trudo. In hetzelfde gebied worden door de
woningbouwvereniging tussen 1921 en 1924 huizen gebouwd. Deze nieuwe school , St.-Trudo
genaamd, wordt op 1 april 1922 gesticht. Aanvankelijk had men een zes-klassige school
gepland, maar dat wordt al snel gewijzigd in een acht-klassige. De architecten Kooken en Wolters leveren het ontwerp, waarna na
aanbesteding op 20 september 1922 de bouw wordt gegund aan aannemer Thomassen uit Helmond.
Deze bouwt de school voor een bedrag van f 64.975. De grond wordt van de kerk overgenomen
voor een bedrag van twee gulden per vierkante meter. Er moet wel speciale ontheffing
gevraagd worden omdat er gebouwd wordt binnen een straal van 50 meter van het uit 1909
daterende kerkhof. Problemen bij de bouw hebben zich nauwelijks voorgedaan, behalve dan
dat men niet weet waar men met de afvoer van hemelwater en toiletten naar toe moet, omdat
de school niet aangesloten kan worden op het gemeenteriool in de Strijpsestraat. De
St.-Trudostraat bestaat dan nl. nog niet. Pas in augustus 1924 wordt het rioolprobleem
opgelost en wordt er een sintelpad aangelegd van de school naar de Strijpsestraat om zo de
grootste modderoverlast te beperken. De school wordt in 1923, waarschijnlijk per 1
september, in gebruik genomen. Op 2 mei 1924 vindt de feestelijke kerkelijke inwijding
plaats. Er zijn dan zeven lokalen in gebruik. Het schoolgebouw zag er iets anders uit dan
nu. Aan weerszijden bevindt zich een toegangsdeur, er is nog geen aanbouw en de
"toiletten" bevinden zich onder het afdak. De oude St.-Josephschool wordt in tegenstelling tot de verwachting niet opgeheven, maar blijft in gebruik voor de leerlingen uit 't Ven, Heuvel, Sliffert enz. Met ingang van 1 september 1923 wordt de de heer Van de Heuvel benoemd als opvolger van dhr. Bruno als hoofdonderwijzer op deze school. De St.-Josephvereniging trekt regelmatig bij de gemeente aan de bel om iets te doen aan de bouwvallige toestand van dit schoolgebouw, maar met heel weinig effect. Het aantal kinderen op beide jongensscholen neemt nog steeds toe: in 1928 (voor het ontstaan van de Theresiaparochie) zitten op de St.-Josephschool 213 en op de St.-Trudoschool 314 jongens. Omdat de vier lokalen van eerstgenoemde school ontoereikend zijn wordt hiervoor het leegstaande achtste lokaal van de St.-Trudoschool in gebruik genomen.Aan het einde van de 20-er jaren bedenkt men weer allerlei mooie plannen om aan de huisvestingsproblematiek een einde te maken. Op 28 juni 1928 verleent de gemeente Eindhoven goedkeuring voor het bouwen van een nieuwe zesklassige school. Er wordt gekozen voor een aanbouw aan de bestaande St.-Trudoschool (de dwarsvleugel van de huidige basisschool Trudo). Er zijn dan geen grondverwervingskosten en via een kleine verbouwing kan het achtste lokaal bij de nieuwe school getrokken worden. Bovendien zou er, langs de St.-Trudostraat, naast de bestaande school een gymnastieklokaal gebouwd worden met daarop een handenarbeidruimte voor de St.-Trudoschool. Op de zolder van de nieuwe St.-Josephschool zou eveneens een handenarbeidruimte komen. Met de geplande gymzaal is men nooit verder gekomen dan het uitgraven en het storten van een eerste fundament. Dit was te wijten aan de economische recessie van de jaren dertig. Op 12 augustus 1930 krijgt de firma Van Heesewijk uit Best de opdracht de nieuwe St-Josephschool, ontworpen door Kooken en Wolters, te bouwen voor de somma van f 67.288. Waarschijnlijk is het gebouw in het schooljaar 1931-1932 in gebruik genomen. Op 15 maart 1932 telt de school 276 leerlingen (jongens). De St.-Josephschool heet in die tijd in Strijp "de nieuwe" school, terwijl de St.-Trudoschool als "de oude school" door het leven gaat. Boven de toenmalige ingang van de St.-Josephschool is nog steeds een glas-in-lood raam met een afbeelding van de patroonheilige te vinden. Het oude schoolgebouw aan de Strijpsestraat heeft nog even dienst gedaan als onderkomen voor de Eindhovense Kunst-, Teken- en Schilderschool. In 1936 wordt ze afgebroken om plaats te maken voor doorbraak van de Tjalkstraat. Zo bestaan er in het begin van de jaren dertig in de Strijpse St.-Trudoparochie twee goed toegeruste jongensscholen. De verdeling van de leerlingen is niet aan richt- of scheidslijnen gebonden, maar het schijnt worden ze in alle redelijkheid over de twee scholen verdeeld. De schooljeugd wordt in die tijd rijkelijk ondergedompeld in het Roomse Parochieleven. De kinderen moeten regelmatig opdraven om luister bij te zetten bij allerlei plechtigheden, inwijdingen, processies enz. Per 1 februari 1936 neemt dhr. Bruno ontslag als schoolhoofd van de St.-Trudoschool. Hij wordt opgevolgd door dhr. Cras. Op 1 september 1936 vertrekt ook dhr. Van de Heuvel als hoofd van de St.-Josephschool. Hij wordt hoofd van de ULO-school aan de Pastoor Petersstraat. Zijn opvolger is dhr. Albertz. |
||||
| De meisjesscholen en de kleuterschool. | |||||
| In 1922 wordt de meisjesschool fors uitgebreid: bouwkosten f 46.166. Er ontstaan zodoende twee meisjesscholen: nl. de Mariaschool en de St.-Catharinaschool. De ene is op de benedenverdieping gehuisvest, de andere op de eerste. Beide vallen onder het beheer van de Zusters van Liefde. Omdat van deze scholen weinig gegevens voorhanden zijn, is het niet duidelijk of het hier om een zgn. rijke en arme school ging. In 1928 koopt de parochie grond aan de Frederiklaan om daar een nieuwe bewaarschool te bouwen. Het moet dan een echte Fröbelschool worden. Op 19 maart 1930 is de nieuwe school gereed en wordt ingewijd. De oude school, gelegen in het klooster, verdwijnt. De zusters hebben het hele project betaald: kosten f 82.000. Boven de nieuwe bewaarschool komt een meisjespatronaat en de dag- en avondnaaischool. Het kleuteronderwijs wordt nog steeds niet volledig gesubsidieerd. Het duurt nog tot 1956 alvorens dit bevredigend bij wet geregeld wordt. | |||||
| De oorlogsjaren 1940 -1945 | |||||
|
|
Gedurende de oorlogsjaren worden de beide jongensscholen door de Duitsers gevorderd. Dat betekent dat men moet uitzien naar vervangende lesruimte. De leerlingen van de St.-Trudoschool vinden onderdak bij de meisjesschool. Men treft daarbij de regeling dat 's morgens de jongens naar school gaan en 's middags de meisjes. Drie klassen van de St.-Josephschool vinden onderdak in de kantine van voetbalvereniging Brabantia. De overige klassen moeten naar de school in de Don Boscostraat, wat dagelijks een fikse wandeling betekent. De Duitsers richten de St.-Trudoschool in als bureau, terwijl de St.-Josephschool dienst doet als slaapplaats. Op de speelplaats en in het weiland daarachter komen schuilkelders voor de militairen. Afgezien van het bombardement van de Philipsfabrieken in 1942, de wegvoering van drie van de vier kerkklokken in 1943, de vordering van gebouwen e.d. verliepen de oorlogsjaren in Strijp zonder al te grote calamiteiten en bleef men gespaard van het echte oorlogsgeweld. Tot op zondag 15 augustus 1944, vlak na de hoogmis, een aantal Engelse bommenwerpers bij vergissing hun dodelijke lading niet losten boven het vliegveld Welschap, maar in de omgeving van het St.-Trudoplein. Er vallen bommen op de kerk, de pastorie, het patronaat ( "De Ark"), op de hoek van de St.-Trudostraat en van de Ekkerstraat. Er zijn acht doden te betreuren. De scholen worden niet getroffen. Na het einde van de oorlog (18 september 1944) worden de scholen in gebruik genomen door Engels militairen. In de loop van 1945 kunnen de leerlingen weer terug naar hun scholen, die toch vrij veel oorlogs- en bezettingsschade hebben opgelopen. | ||||
| De na-oorlogse periode. | |||||
|
|
Na de
turbulente oorlogsjaren komen er maatschappelijke veranderingen tot stand, die ook het
onderwijs niet onberoerd laten. Door gewijzigde opvattingen en de terugloop van het aantal
leerlingen vinden er veel fusies van scholen plaats. Een van de eerste veranderingen is
het VGLO (Voortgezet Gewoon Lager Onderwijs). In de oorlogsjaren is door verlenging van de
leerplicht deze vorm van onderwijs ontstaan. Na de oorlog mogen de scholen voor
Gewoon Lager Onderwijs (GLO) een zevende en achtste klas hebben. Zo ook op de
St.-Josephschool, niet de St.-Trudoschool. Dit duurt tot 1 september 1959. Vanaf
dan is zo'n verlengde gewone lagere school niet meer toegestaan, maar moeten de leerlingen
worden samengebracht in een echte VGLO-school, een zogenaamde concentratieschool. Voor de
jongens in Eindhoven wordt dat de St.-Josephschool. Dit betekent dat er een fusie plaats
vindt van de twee lagere scholen: de St.-Trudoschool en de St.-Josephschool. Dhr. Albertz
wordt hoofd van de nieuwe VGLO-school, met aanvankelijk slechts 90 leerlingen, later
breidt dat zich uit tot 150. Met de invoering van de Mammoetwet in ..... verdwijnt
deze vorm van onderwijs. Dhr. Cras blijft hoofd van de St.-Trudoschool tot 1 januari 1956. Hij wordt op 1 februari 1956 opgevolgd door dhr. Gondrie, die op 1 januari 1959 weer vertrekt: hij aanvaardt een andere functie in Helmond. Zijn opvolger is dhr. C. Strik. (foto 3) Ondanks de fusie met de St.-Josephschool loopt het aantal leerlingen steeds verder terug. Op 1 januari 1958 vertrekken de Zusters van Liefde uit Strijp. Ze hebben zich daar dan bijna een eeuw ingezet voor het onderwijs. De intussen gefuseerde meisjesscholen en de kleuterschool worden overgenomen door de St.-Josephvereniging. Mej. De Volder wordt dan het eerste schoolhoofd van de St.-Catharina-meisjesschool. Ze wordt achtereenvolgens opgevolgd door de heren Nijs en daarna Arons. Op 1 augustus 1969 wordt deze meisjesschool samengevoegd met de St.-Trudo-jongensschool. Ook katholieke scholen kiezen in die tijd voor coëducatie en willen af van de aparte jongens- en meisjesscholen, waardoor overal fusies plaatsvinden en gemengde scholen ontstaan. De naam van de fusieschool wordt St.-Trudo en is gehuisvest op St.-Trudostraat 10, met een dependance in het gebouw van de meisjesschool aan de Frederiklaan. Dhr. Strik blijft schoolhoofd van de nieuwe gemengde school. De kleuterschool blijft achter in de Frederiklaan. De huisvesting laat daar intussen veel te wensen over: bouwvallig en nogal wat overlast van het dichtbijgelegen verzorgingstehuis voor demente bejaarden "St. Paulus". Men gaat op zoek naar een andere ruimte en kiest voor het bouwen van vier noodlokalen aan de St.-Trudostraat, op de speelplaats van de voormalige St.-Josephschool. Op 23 april 1974 nemen de kleuters hun intrek in het nieuwe schooltje, wat "De Klipper" gaat heten. Het noodgebouw bestaat nog steeds en is in gebruik door Speeltuinvereniging St.Trudo: "Het Kraaiennest", die overigens ook de eigenaar is. Op 1 januari 1958 wordt juffrouw Voortman de eerste hoofdleidster, gevolgd door de juffrouw Van der Heyden en juffrouw Jansen (vanaf 1978). Het gebouw van de St.-Trudoschool ondergaat intussen enkele verbouwingen. In 1972 wordt er een personeelskamer aangebouwd en worden de toiletgroepen vervangen en uitgebreid. Op 7 februari 1975 overlijdt na een slopende ziekte het schoolhoofd dhr. Strik. Omdat er zo snel geen opvolger is neemt juffr. Nard van Houtert (foto 1) voorlopig als waarnemend hoofd de taken over. Met ingang van 1 augustus 1976 wordt dhr. Harrie Tra benoemd als schoolhoofd. De maatschappij raakt in een stroomversnelling: rolpatronen worden doorbroken, de invloed van kerk en geloof op het dagelijks leven vermindert, de welvaart neemt toe, buitenlandse werknemers vestigen zich in ons land enz. Het onderwijs gaat hierin mee: de autoritaire leerkracht verdwijnt, de groepsgrootte vermindert, het onderwijs wordt meer kindgericht, de school is niet alleen meer een leerinstituut, de anderstalige leerling doet zijn intrede. Ook raken de ouders steeds meer bij de school betrokken: hulpouders op allerlei terreinen, een oudercomité en vanaf juni 1983 in de Medezeggenschapsraad. Ook de samenwerking tussen kleuterscholen en lagere scholen krijgt steeds meer gestalte. Dit mondt uit in een volledige integratie op 1 augustus 1985: kleuterscholen en lagere scholen worden opgeheven en de basisschool ontstaat. Ook in Strijp ontstaat aan de St.-Trudostraat een basischool door samenvoeging van de St.-Trudo lagere school en kleuterschool De Klipper. De benedenverdieping van de voormalige St.-Joseph-jongensschool wordt verbouwd om geschikt te maken voor kleuteronderwijs. De dependance aan de Frederiklaan wordt opgeheven omdat alle leerlingen een plaats kunnen vinden in het gebouw van de twee voormalige jongensscholen aan de St.-Trudostraat. De naam van de nieuwe school wordt: basisschool Trudo. Dhr. Tra wordt de eerste directeur van deze school; juffr. Els Jansen (hoofdleidster van de voormalige kleuterschool) wordt adjunct-directeur. Eind jaren tachtig wordt het schoolgebouw ingrijpend verbouwd en de twee vleugels van het gebouw worden intern met elkaar verbonden. Per 1 augustus 1994 wordt dhr. Tra benoemd als directeur van bs. De Schelp in Eindhoven. Per 1 januari 1995 wordt mevr. Twanny Verdonschot (foto 2) benoemd als zijn opvolger. Per 1 augustus 1999 neemt mevr. Verdonschot ontslag als directeur van de school om een nieuwe basisschool ( Het Slingertouw) op te zetten in een nieuw te bouwen Eindhovense woonwijk: Meerhoven. Mevrouw Yvonne van Mierlo wordt haar opvolgster. In de loop van de geschiedenis zijn er in Eindhoven veel scholen verdwenen door opheffing, samenvoeging, afbraak etc. Eén school heeft tot nu toe al deze stormen doorstaan: basisschool Trudo, nog steeds onder dezelfde naam, in hetzelfde, gelukkig gerenoveerde, gebouw en met veel elan en dat al vanaf 1 april 1922 ! |
||||
| Foto-galerij | |||||
foto 1![]() Nard van Houtert |
foto 2![]() Twanny Verdonschot |
foto 3![]() Chris Strik |
|