Wandelen in de Urkhovense
Zeggen
Geniet van een stukje ongeschonden beekdallandschap
Wandelen door de rijke natuur bij de meanderende Kleine Dommel is een
bijzondere ervaring.
U start aan de Collseweg bij de watermolen.
Bekijk eerst de watermolen en lees het informatiebord, ga dan iets terug
tot het pad bij de sloot. Volg nu tot het kanaal de geel/rode markering
van het Vennekespad.
Bij het Eindhovens kanaal kunt u even naar links gaan, om te zien hoe
de Kleine Dommel onder het kanaal doorgaat.
Het tweede deel van de route gaat een stukje over een drukke weg. Wees
voorzichtig!
Dezelfde weg terug langs de Kleine Dommel is een goed alternatief.
In de verte ligt de watermolen

De Zeggen is een moerasgebied dat bestaat uit rietvelden, wilgenstruwelen,
elzenhakhoutbos, grasland en een graanveld.
Het gebied dankt zijn bestaan aan het opstuwen van het water in de Kleine
Dommel bij de watermolen en aan de turfwinning, waarvoor in het verleden
grote delen zijn afgegraven.
Het is een bijzonder natuurgebied waar we zuinig op moeten zijn.
Blauwborst

Met veel geluk ziet u hier in het voorjaar een blauwborst. In het moerasbos
laten de winterkoning, roodborst, tjiftjaf, zwartkop, tuinfluiter of koekoek
zeker iets van zich horen. Karakteristiek voor de rietvlaktes die niet gemaaid
worden zijn de bosrietzanger, rietgors en de kleine karekiet.
Dotterbloem

Aan beide kanten van de beek staan elzen, essen, populieren en wilgen.
In het moeras staat in april de dotterbloem uitbundig te bloeien. Elke
heldergele bloem bevat bijna honderd meeldraden. Talloze insecten, waaronder
veel soorten vliegen, bestuiven de dotterbloemen terwijl zij zich te goed
doen aan de nectar en het stuifmeel. De rijpe zaden blijven op het water
drijven, zodat de soort zich via het water kan verspreiden.
Beekpunge

Verder vindt u onder meer dalkruid, salomonszegel, adderwortel, gele
lis, moerasvergeet-mij-nietje en beekpunge. Een gedeelte van het rietland
wordt jaarlijks gemaaid en het riet wordt verkocht als rietbedekking.
Vroeg in het voorjaar, voordat het jonge riet uitgroeit, ziet het daar
groen van de zegge.
Het graanveld in de Schuurstraat krijgt in juni de mooiste kleuren zodra
klaproos, kamille, ganzebloem en korenbloem bloeien.
Langs de hele route staat een enorme verscheidenheid aan grassen. Het
is de moeite waard om een bloeiende aar met een loep te bekijken. De grassen
worden door de wind bestoven. Zij hebben geen felle kleuren nodig om insecten
te trekken, zoals de meeste andere planten, maar daarom zijn zij niet
minder mooi.
Aan het einde van de Zeggenweg staan beuken, zij vormden ooit een haag.
Het zijn nu grillig in elkaar vergroeide bomen.
Via de Collseweg keert u terug naar de watermolen.
Bron: IVN afdeling Nuenen c.a. Foto's o.a. afkomstig van diverse internetpublicaties.
|