Aquareltechnieken met was

Bij het aquarelleren is de kunst van het wit laten essentieel. Grote vlakken uitsparen vraagt om terughoudendheid, om niet in je enthousiasme alles vol te schilderen. Het wit laten van fijne lijntjes, hooglichten is een hele toer als dat door uitsparen moet gebeuren. Denk maar aan de fijne lijntjes van een verchroomd brilmontuur, of de kleppen op een houten blaasinstrument. Meestal wordt een fijne witte tekening op een andere manier bereikt; door achteraf wegkrassen van de verf, of door hoogwit. Of door juist vooral met maskeervloeistof aan te brengen. Ook tekenen met een kaars is een bekende techniek, die interessante structuren geeft. Zelf werk ik graag met gesmolten was, die fijne lijntjes en tekeningen mogelijk maakt.

De voordelen van de wastechniek boven maskeervloeistof zijn:

Nadelen zijn:

Benodigdheden:

Aquarelmaterialen

Tjanting, spiritusbrander, was (paraffine). Een tjanting is een gereedschap dat gebruikt wordt bij het batikken; een soort koperen pannetje aan een houten steel. Het wordt met was gevuld die boven een vlam gesmolten wordt. Door het tuitje vloeit de was dan op de te batikken stof. Omdat was waterafstotend is, blijven de met was bedekte delen in een verfbad ongekleurd. Ook werkt dit prima met aquarelverf. Waar de was zit, blijft het papier wit. Bij het batikken wordt de verf watervast gemaakt, en daarna wordt  de was in kokend heet water verwijderd. Bij het aquarelleren blijft de was gewoon op het papier.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met de tjanting wordt een tekening gemaakt, dat kan heel vrij en intuïtief, of met behulp van een lichtbak vanuit  een ontwerp Bij batik wordt zeer vloeibare was gebruikt, die het doek helemaal moet doordrenken. Op papier is het juist de bedoeling dat de was stolt als die met het papier in aanraking komt; De was moet voldoende vloeibaar zijn om zich aan het papier te hechten, maar mag niet in het papier dringen, omdat dit anders donkere vlekken geeft. Het vraagt wat handigheid en ervaring om dit juiste punt te vinden. Op een papiertje even testen hoe de was vloeit. Zelf maak ik de was vloeibaar door die in het deksteltje van de brander te smelten, en als die net op het smeltpunt is die over te gieten in de tjanting.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De was is slechts moeilijk op het papier te zien; met licht dat over het papier strijkt wordt het patroon beter zichtbaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een lichte wassing over het papier maakt de was zichtbaar. Hier wordt over de eerste wassing water gepenseeld, om een vlek met zachte randen te maken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op het natte papier wordt weer verf aangebracht en verspreidt. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De randen van de vlek worden weer met een nat penseel verzacht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere plaatsen worden juist tot aan de wasrand ingevuld. Het opstaande wasrandje helpt om binnen de lijnen te blijven.

 

Door in lagen op te bouwen worden verschillende tonen gemaakt.

Hier is chroomgroen over een rode onderlaag gezet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het voltooide resultaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Les 2

In het voorgaande stuk is uitgelegd hoe de techniek met was en tjangting werkt. Hoewel de manier van werken zich leent voor een vrije, intuïtieve benadering, kan er ook heel precies en gepland mee worden gewerkt, terwijl de spontaniteit van aquarelleren bewaard blijft. 

Door een ontwerp, foto afdruk fotokopie op een lichtbak te leggen en daarop het papier waarop geschilderd wordt kunnen de belangrijkste lijnen overgenomen worden. Dit kan direct met aquarelverf, met aquarelpotlood, of met gewoon potlood. Let op: potloodlijnen die met was bedekt zijn, kunnen niet meer uitgegumd worden.

De delen die wit moeten blijven worden met de tjangting getekend.

Een lichtbak heeft een paar belangrijke voordelen boven een tracer (projector)

Soms wordt er wel eens neergekeken op het gebruik van hulpmiddelen als een lichtbak of tracer. Het moet niet in de plaats komen van werken naar de waarneming, maar is er wel een handige aanvulling op. Ook van grote meesters wordt verondersteld dat ze met hulpmiddelen als de camera obscura werkten... Zelfs een meestertekenaar als Leonardo da Vinci werkte met een doorzichtig raam, om daarop te tekenen wat bij er doorheen zag.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De met aquarelpotlood getekende lijnen worden uitgewassen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na uitwassen van het aquarelpotlood wordt met gewone aquarelverf gewerkt; hier wordt de suggestie van het muziekboek ingewassen. De met was bedekte delen blijven wit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het resultaat; de donkere blauwe vlekken in de broek zijn nog niet helemaal droog, en zijn later met keukenpapier verzacht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Detail waarop het karakter van de witte lijnen duidelijk te zien is.

 

 

Voor schildertechnieken met was zie verder ook:

portret

 

watermolens

Terug naar index:

 

Laatst aangepast: 07-02-2005

Colofon:

Huub Bogaers (1957) werkt als docent en vrij kunstenaar. Op www.beeldspraak.dse.nl is een verslag te vinden van zijn werk, activiteiten, exposities en cursussen.