De merkwaardige naam PhilharmonieLEENDE - Sinds 1960 is de Philharmonie van Leende een Koninklijke Fanfare. Ze vierde toen haar 110-jarig bestaan. Volgend jaar wordt het anderhalve eeuwfeest gevierd. Reden waarom we in de loop van dit jaar bij diverse aspecten van dit respectabele muziekkorps stilstaan. De naam Philharmonie wordt door velen, ook in muziekkringen, als zeer merkwaardig ervaren. In zijn recensie van de landskampioenschappen in januari 1989 gewaagde Jos Frusch in het blad St-Caecilia van de Bossche Bond bijvoorbeeld van 'de merkwaardige naam' Philharmonie. Het zou de indruk kunnen wekken dat we hier niet met een fanfare maar met een harmonie te maken hebben. Toen de Leendse fanfare in november 1994 in cultureel centrum De Schalm te Veldhoven meedeed aan het concours van de Bossche Bond (en daar in de Superieure (hoogste) afdeling een eerste prijs behaalde) brachten Caspar Becx en Cunéra van Lier eveneens in het bondsblad daarvan verslag uit. En ook zij verwonderden zich kennelijk over de naam Philharmonie. Geen wonder dat Philharmonist Jan van Winkel uit Sterksel in de pen klom om in St-Caecilia de betekenis van de naam te verklaren. 'Ik doe nog maar eens een poging', schreef hij. Griekse oorsprong 'Het woord philharmonisch is van Griekse oorsprong en betekent letterlijk: de toonkunst beminnend. Velen uwer zullen ongetwijfeld weten', vervolgt Van Winkel, 'dat vele van de oudste blaasorkesten hun oorsprong vonden in de Collegia Musicae of in de sociëteiten. Sommige daarvan zijn reeds in de 17de eeuw bekend. Daarbij komt dat het in de 18de en 19de eeuw grote mode was Frans, Grieks en Latijn te gebruiken. Ter illustratie een handvol voorbeelden met naam, plaats en oprichtingsjaar: Unitas et Fidelitas Gennep 1818, L'Union Bladel 1843, L'Union Fraternelle Zeelst 1874, Musis Sacrum Bakel 1874, Musis Sacrum Woensel 1848, Religio et Ars Eindhoven 1888, Nos jungit Apollo Sint-Oedenrode 1864, La Réunion Musicale Geldrop 1886. Deze lijst is verder uit te breiden, maar laat ik u maar wat Philharmonieën serveren: Philharmonie Royale Roermond 1777, Société Philharmonique Weert 1842, Tilburg 1817 en Brugge 1826. Koninklijke Philharmonie Breda 1840 en Bocholtz 1886, Stichting Philharmonie Den Bosch 1813, Philharmonisch Gezelschap Concordia Thorn 1773. Ook bestonden er vele sociëteiten waarvan de muziekafdeling zich Harmonie of Philharmonie noemde. U vindt de voortzetting daarvan bij vele beroemde symfonie-orkesten. Reorganisatie Naar ik hoop is hiermee de keuze van de naam Philharmonie verklaard als een in 1850 (het oprichtingsjaar van de Leender fanfare, w) heel normale en gebruikelijke. Een naam die ook los staat van het onderscheid tussen fanfare en harmonie. Dat onderscheid werd immers pas vanaf 1850 langzamerhand duidelijk; zeker ook onder invloed van Adolphe Sax. Voor Leende betekende dat een herorganisatie in 1867, waarna het gezelschap zich Fanfare Philharmonie ging noemen. Maar belangrijker dan verdere discussie over de 'merkwaardige naam' is de concentratie op de betekenis van de naam Philharmonie = de toonkunst beminnend. Philharmonie, een naam die heden soms merkwaardig mag overkomen, zelden wordt gebruikt maar wel mooi is. Maar dat geldt ook voor de namen Caspar en Cunéra!', besluit Van Winkel. (w). |
|
|
http://leende.dse.nl 1995-2009, Webdesign en redactie: Toine
Kuiper
|
|