[Vorige bijdrage: "Predikanten die niet in God geloven"] [Beginpagina]
03-11-2011: "De menselijke ziel"
Een van de gedichten die het mooist, het meest treffend, de menselijke psyche beschrijven, vind ik Goethes ‘Gesang der Geister über den Wassern’. Hij vergelijkt de ziel van de mens daarin met water. Water is een passief element, het beweegt zichzelf niet, het wordt bewogen. Zo ook de ziel: zij wordt bewogen - dagelijks merken wij dat - door alles wat druk op haar uitoefent, door alles wat zij tegenkomt, de omstandigheden, de gebeurtenissen, kortom door wat Goethe noemt 'het lot'. En net als water reageert de menselijke psyche, soms lieflijk, soms heftig, soms boos, soms vredig. Zij gaat ook door hoogten en diepten: zij beweegt zich tussen hemel en aarde, net als het water, dat neerdaalt als vloeistof en opstijgt als damp.
Ik heb het idee dat dit gedicht maar weinig bekend is. Daarom geef ik het hier weer, in mijn eigen vertaling, gemaakt voor het prachtige lied en het mooie koorwerk dat Franz Schubert op deze tekst schreef.
De ziel der mensen
Lijkt op ‘t water:
Van de hemel komt het,
Ten hemel stijgt het,
En dan weer keren
Naar d’ aarde moet het,
Eeuwig wiss’lend.
Stroomt van de hoge,
Steile rotswand
De held’re straal,
Dan stuift hij lieflijk
In wolkendampen
Naar ‘n gladde rots,
En, licht ontvangen,
Valt hij, versluierend,
Zacht ruisend,
Naar diep beneden.
Willen klippen
Zijn neerval breken,
Schuimt hij verbolgen
Trapsgewijze
Naar d’ afgrond.
In vlakke bedding
Glijdt hij het weidendal door,
En in het gladde meer
Spieg’len ’t gelaat zich
Alle gesternten.
Wind is de minnaar,
Liev’ling der golven;
Wind woelt uit de diepte
Schuim op het water.
Ziel van de mensen,
Wat lijk je op ‘t water!
Lot van de mensen,
Wat lijk jij op wind!
Vertaling/bewerking: © Lau Kanen