DSE Weblog van gouddelver

[Vorige bijdrage: "Waarom is het bezit van kinderporno strafbaar?"] [Beginpagina] [Volgende bijdrage: "Ook Koerden en Basken hebben recht op eigen staat"]

19-10-2011: "Steun uit de Oudheid voor de Dierenpartij"

De afgelopen maanden heb ik mij onledig gehouden met het lezen van Ovidius' Metamorphosen, in de bewonderenswaardige vertaling van M. d’Hane-Scheltema, in 2002 opnieuw uitgegeven te Amsterdam door Atheneum-Polak & Van Gennep. Het origineel, een epos in vijftien boeken over het thema ‘gedaanteverwisseling’, werd te Rome in Latijnse verzen geschreven, vrijwel onmiddellijk na het begin van onze jaartelling. Tot mijn verrassing trof ik in Boek XV een betoog aan dat heden ten dage zó uit de koker van de Partij voor de Dieren zou kunnen komen.
Ovidius voert in dit fragment Pythagoras, de bekende Griekse wijsgeer en wiskundige, als spreker op. Die spreekt echter niet zozeer uit medelijden met de dieren als wel vanuit zijn geloof in reïncarnatie, waardoor bij de slacht onmiddellijk grote gevaren op de loer liggen.

'Maar om de bocht niet al te ruim te nemen en de paarden
attent te houden op de eindstreep – hemel, aarde, alles
wat hemels en wat aards mag zijn verandert van gedaante.
Wij ook: als deel van dit heelal bestaan wij niet alleen
als lichaam, maar vooral als fladderende ziel, en kunnen
wij in het lijf van wilde dieren wonen of van vee.
Gun dus die dieren, die wellicht de ziel van onze ouders
of broers bevatten of van welke aanverwanten ook,
in elk geval van ménsen, hun verdiende rust en vrede;
laten wij onze maag niet vullen met Thyestesvoer*!
Hoe slecht is de gewoonte en hoe goddeloos de aanslag
op eigen bloed, als mensen met hun zwaard een jonge koe
de keel doorklieven en haar zonder meelij laten klagen;
als men een bokje, dat om hulp roept als een angstig kind,
kan slachten of kan smullen van een vogeltje waaraan men
zelf altijd graantjes gaf! Hoe klein is het verschil met wat
een echte misdaad heet? Waar ligt de grens bij zulke daden?
Een stier moet ploegen en zijn dood aan ouderdom verdienen,
een schaap mag ons beschermen tegen kille noordenwind,
een geitje ons haar volle uier reiken om te melken,
maar schaf die netten, strikken, klemmen en gemene listen
toch af! Bedrieg een vogel niet met takken vogellijm,
omsingel herten niet met schrikdraad vol met vogelveertjes,
verberg geen scherpgebogen vishaak in bedrieglijk aas!
Dood dieren als zij schade doen, maar laat het dan bij doden:
hun vlees behoort niet in uw mond; uw mond kent zachter voedsel.’

*Thyestes, koning van Mycene, kreeg van zijn broer Atreus het vlees van zijn eigen kinderen als voedsel voorgezet.