DSE Weblog van gouddelver

[Vorige bijdrage: "'Du liebst mich nicht' door Sarah Marie Kramer"] [Beginpagina] [Volgende bijdrage: "Vergeven"]

21-04-2011: "De onbegrijpelijke partijdigheid van het Westen in Libië"

De VN hebben een no-fly zone boven Libië ingesteld om te voorkomen dat kolonel Kaddafi's luchtmacht burgers zou bombarderen. Amerikaanse, Engelse en Franse vliegtuigen hebben die no-fly zone gerealiseerd door Kaddafi's luchtmacht kapot te bombarderen. Maar merkwaardig genoeg gingen met name Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk daarna verder: zij mengden zich als bondgenoten van de opstandelingen in de strijd en schakelden artillerie en tanks van Kaddafi's grondtroepen uit.


Er is noch bij de opstandelingen noch bij genoemde westerse bondgenoten werkelijke vredeswil. De opstandelingen hebben de door Kaddafi aangeboden onderhandelingen afgewezen, omdat ze met hem niet willen onderhandelen. En gisteren of eergisteren bood Kaddafi een bestand aan, gevolgd door vrije verkiezingen binnen zes maanden onder toezicht van de VN. Ook dat toch alleszins redelijke voorstel werd zonder omhaal en zonder opgaaf van redenen afgewezen. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk wakkeren in feite de strijd aan en sturen militaire adviseurs naar de opstandelingen.


Er wordt dus vanuit Westeuropa duidelijk gekozen voor inmenging in en voortzetting van de Libische burgeroorlog en men kiest daarin duidelijk voor één der partijen. En frappant genoeg schaart de Nederlandse televisierubriek Nieuwsuur zich in zijn verslaggeving eveneens achter de coalitie van opstandelingen plus Engeland en Frankrijk.


Naar mijn mening neemt men daardoor verantwoordelijkheid voor de uitbreiding van het aantal oorlogsslachtoffers in Libië. Het bestandsaanbod van Kaddafi had vanzelfsprekend aangenomen en serieus door internationale waarnemers gecontroleerd moeten worden.


Hieronder het bericht waarin een bestand door de Libische regering werd aangeboden:


'Verkiezingen in Libië als bombardement stopt' (20 april 2011)


TRIPOLI/LONDEN - Libië kan vrije verkiezingen houden onder toezicht van de Verenigde Naties, wanneer het huidige gewapende conflict wordt beëindigd.


Zodra de wapens zwijgen, kan binnen een half jaar een stembusgang volgen en over de overgangsperiode kan worden onderhandeld. Dit heeft de Libische minister van Buitenlandse Zaken, Abdul Ati al-Obeidi, in een vraaggesprek met onder meer de Britse krant The Guardian gezegd.


De bewindsman zei ook dat er kan worden besproken of de leider Muammar Kaddafi in een overgangsregering een rol zou spelen en welke rol hij zou hebben. ''Alles is op tafel'' (de onderhandelingstafel), zei Obeidi in Tripoli tegen een Amerikaanse en drie Britse media. Het voornaamste is een manier te vinden om in gesprek te raken. Obeidi vindt dat Frankrijk en Groot-Brittannië de rebellen van de onderhandelingstafel vandaan houden met de bombardementen en de bewapening van rebellen.


Strijd wordt opgerekt


Obeidi zei dat de Britse beslissing militaire adviseurs naar de rebellen te sturen, de strijd alleen maar oprekt. Het front lijkt inmiddels gestabiliseerd bij de Oost-Libische stad Ajdabiyah, waar rebellen noch regeringsgetrouwe troepen een doorbraak lijken te kunnen forceren. In West-Libië is alleen het belegerde en bestookte Misurata, de derde stad van het land, nog deels in handen van opstandelingen. Zij willen dat Britse en Franse troepen hen komen helpen. De Britse regering maakte dinsdag bekend militaire adviseurs naar Benghazi, de hoofdstad van Cyrenaica, te sturen om de rebellen te helpen. De Franse regering maakte woensdag bekend dat ook te doen, evenals Italië.


Sarkozy


De Franse president Nicolas Sarkozy heeft rebellenleider Mustafa Abdel Jalil in Parijs beloofd meer luchtaanvallen uit te laten voeren op het leger Kaddafi. Dat zei hij woensdag in Parijs. Er zijn geen details bekendgemaakt hoe het intensiveren van de aanvallen er zal uitzien. Jalil zei dat hij Sarkozy heeft uitgenodigd naar Benghazi te komen, het hoofdkwartier van de rebellenregering. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk namen het voortouw in het internationale militaire ingrijpen dat de Veiligheidsraad 17 maart in een resolutie wettigde.


Bron: http://www.nu.nl/buitenland/2472842/