Kuvasz standaard

Kuvasz standaard FCI nr. 54 van 6 april 2000
Land van Oorsprong: Hongarije
Datum van publicatie rasstandaard (Hongaars) : 6 april 2000
Datum van publicatie rasstandaard (Engelse vertaling) : 13-09-2000
(Nederlandse vertaling mevr. Stradman-Bolwijn; aangevuld/gewijzigd G. Vromen 1-12-04 )
GEBRUIK
Waak en verdedigingshond van huis, eigendom en andere waardevolle dingen, als ook van mensen. Hij is ook gebruikt als jacht- en speurhond.
CLASSIFICATIE FCI:
Groep I: Herdershonden en veedrijvers
(uitgezonderd Zwitserse herdershonden)
Sectie 1: Herdershonden
Zonder werkproef
KORT HISTORISCH OVERZICHT
De Kuvasz is een oud gevestigde Hongaarse herdershond. Zijn voorouders zijn naar het Karpatische stroomgebied gekomen tijdens de verovering van dit gebied door de Magyaren. Deze honden waren nodig om hun vee te bewaken en verdedigen tegen roofdieren en dieven. Vanwege zijn jachtinstinct genoot de Kuvasz als jachthond de voorkeur van koning Matthias Corvinius. Sinds het afnemen van de veestapel werd hij steeds minder gebruikt voor zijn eigenlijke werk en heeft hij zich gevestigd in dorpen en later zelfs in steden.
ALGEMEEN VOORKOMEN
De honden van dit ras zijn sterk en groot en dragen een dichte golvende, witte vacht. Hun innemende uiterlijk straalt adel en kracht uit. De individuele lichaamsonderdelen passen in harmonie bij elkaar, de ledematen zijn noch te kort noch te lang. De beenderstructuur is sterk maar niet grof. De sterke spieren zijn droog, de gewrichten zijn duidelijk afgetekend. Van de zijkant gezien vormt het lichaam een liggende rechthoek, bijna vierkant. Goed bespierd en sterk gebouwd straalt hij een energiek temperament en grote beweeglijkheid uit. Zijn uiterlijke voorkomen belichaamt een onvermoeibare werkcapaciteit.
BELANGRIJKE PROPORTIES
De lichaamslengte bedraagt iets meer dan de schofthoogte.
Het dieptepunt van de borst bevindt zich op een punt om en nabij de helft van de schofthoogte.
De neus is ietwat korter dan de helft van de hoofdlengte.
GEDRAG EN TEMPERAMENT
De Kuvasz is moedig en onverschrokken. Hij verdedigt de mensen en hun eigendommen die hem zijn toevertrouwd tot zelfs met zijn eigen leven. Hij is zelfverzekerd en mag zelfs agressief worden als hij mishandeld wordt. Hij is eerlijk, betrouwbaar en houdt van zijn baas en zijn omgeving. Hij heeft behoefte aan veel beweging en moet bezig gehouden worden. Hij is niet veeleisend. Zijn onderhoud is gemakkelijk en hij is bestand tegen zware weersomstandigheden. Hij waardeert iedere zorg en genegenheid die hem gegeven wordt.
HOOFD
Het Kuvaszhoofd is typisch wigvormig, in harmonie met het lichaam, innemend, adellijk en laat veel kracht zien. De Kuvasz onderscheidt zich van andere rassen voornamelijk door de vorm van het hoofd. Het hoofd is karakteristiek, schraal en droog. Bij reuen is het hoofd wat massiever dan bij teven.
SCHEDEL
Breed, voorhoofd licht (voor) uitstekend. In het midden van het voorhoofd is een duidelijke groef.
STOP
Nauwelijks tot uitdrukking komend
AANGEZICHTS SCHEDEL
Breed, lang en goed bespierd.
NEUS
De zwarte neusspiegel is stomp.
SNUIT
De neusrug is recht. De snuit loopt geleidelijk taps toe maar is nooit spits.
LIPPEN
Zwart en goed aansluitend. De mondhoek heeft gekartelde randen.
TANDEN
Goed ontwikkeld, sterk, regelmatig en compleet. Schaargebit volgens tandformule.
OGEN
Iets schuinstaand, amandelvormig, donkerbruin.
De oogleden zijn zwart en goed aansluitend om de oogbol.
OREN
Op middelmatige hoogte aangezet. Een derde van de oren is afstaand vanaf de oor aanzet, daarna hangend dicht tegen het hoofd aanliggend.
De oorflap is V-vormig met afgeronde punt. Als de hond alert is zijn de oren wat hoger gedragen, maar nooit rechtopstaand of gedraaid.
NEK
Liever wat kort dan van gemiddelde lengte en goed gespierd. De nek vormt een hoek van 25 tot 30 graden gezien t.o.v. de horizontaal.
LICHAAM
Van de zijkant gezien vormt het lichaam een weinig van het vierkant afwijkende liggende rechthoek.
SCHOUDER
Lang, duidelijk boven de rug uitstekend.
RUG
Van gemiddelde lengte, recht, breed, goed bespierd en strak.
LENDENEN
Kort in een lijn met de rug en een rechte voorzetting van de rug.
KRUIS
Licht hellend, breed en goed bespierd. De dichte vacht op het kruis geeft de indruk van overbouwd zijn.
VOORBORST
Vanwege de goed ontwikkelde bespiering is de voorborst rond, de punt van het borstbeen is iets vooruitstekend.
BORST
Diep, lang en licht gewelfd.
ONDERBELIJNING EN BUIK
In verloop van de ribkorf naar achter toe iets opgetrokken.
STAART
Laag aangezet in het verlengde van de licht aflopende croupe. Recht naar beneden met de punt licht naar boven gebogen, maar niet in een haak. De staartlengte reikt tot het spronggewricht. Als de hond alert of opgewonden is mag de staart ten hoogste op het niveau van de bovenbelijning gedragen worden.
LEDEMATEN
VOORHAND
De voorbenen ondersteunen het lichaam, zijn kaarsrecht tot de handwortelgewrichten. Ze zijn parallel en staan matig wijd gesteld. Van voren bekeken is de correcte stand deze, als de vanuit het boeggewricht getrokken verticale lijn samenvalt met de as van de voorpoot en de poten raakt tussen de 3e en 4e teen . Van de zijkant is de juiste stand die, als een rechte lijn vanuit het ellebooggewricht richting grond loopt door de middellijn van de benen tot aan de handwortelbeentjes
SCHOUDER
Schouderblad lang, schuin staand en goed bespierd. Stevig tegen de ribkorf geplaatst maar wel beweeglijk.
OPPERARM
Van gemiddelde lengte en goed bespierd.
De hoek tussen schouder en opperarm is 100 tot 110 graden.
ELLEBOGEN
Droog, goed aanliggend, niet in- of uitgedraaid. Boven- en onderarm vormen samen een hoek van 120 tot 130 graden.
ONDERARM
Relatief lang, recht, compact, drooggespierd met sterke pezen tot aan het handwortelgewricht.
POLS
(Handwortel gewricht) goed ontwikkeld, stevig met zeer sterke pezen.
MIDDENVOET
In verhouding kort, droog en ietwat schuinstaand Hoek met verticaal 10 tot 15 graden.
VOETEN
Rond of licht ovaal, stevig. Tenen zijn kort en sterk gebogen zodat het middelste deel de grond niet raakt, elastisch en goed samengetrokken. De voetzolen zijn elastisch, zwart. De nagels zijn hard, sterk en zwart of leigrijs van kleur.
ACHTERHAND
De positie van de achterhand van de zijkant bezien is correct als het kniegewricht in verticale lijn onder de heupbeenknobbels en de voet onder het heupgewricht staat. Een rechte lijn loopt van de zitbeenknobbel langs de achterkant van de hak (hielbeen). Van achteren bezien is de stand van de achterbenen correct als een verticale lijn van de zitbeenknobbels door het been loopt, gelijk met de as van dat been. De benen staan parallel aan beide zijden en staan matig breed uit elkaar.
BOVENBEEN (DIJBEEN)
Met lange, brede, sterke spieren goed verbonden met het heupbeen. Heup en dijbeen vormen een hoek van 100 tot 110 graden.
KNIE
Volumineus. Hoeking tussen boven- en onderbeen 110 tot 120 graden.
ONDERBEEN
De lange sterke spieren lopen door met sterke pezen tot aan de hak. Van achteren bezien verticaal en parallel aan beide zijden, ook aan de lichaamsas.
HAKKEN
Ruim, fors, droog, en pezig. De hoeking bedraagt 130 tot 140 graden
VOETWORTELBEENTJES
Lang en recht.
VOETEN
Ovaal en verder zoals voorvoeten
BEWEGING
Ruime, langzame passen, in draf is de beweging lichtvoetig, elastisch, ruim, levendig, constant en onvermoeibaar. Ellebogen draaien niet naar binnen of naar buiten.
HUID
Goed gepigmenteerd, leigrijs en strak.
VACHT
Van gemiddelde hardheid, golvend, iets stijf, niet de neiging hebbend om samen te plakken. Onder de grovere bovenvacht is een fijnere donzige ondervacht. Het hoofd, oren en voeten zijn bedekt met kort ( 1-2 cm) zacht, glad haar. De voor- en zijkanten van de voorbenen en de achterbenen vanaf de knie zijn ook bedekt met gelijkmatig kort ( 1-2 cm) recht haar. Er is bevedering (5-8 cm. lang) aan de achterzijde van de benen; op de achterbenen reikt zij tot aan de hakken. De nek heeft een kraag, die bestaat uit manen tot aan de borst reikend. Dit is duidelijk te zien bij reuen. Op het lichaam, bovenbenen en opperarm is de vacht van gemiddelde lengte (4-12 cm) lang, rijkelijk golvend en daarbij kruinen, wervels en kwasten vormend. De staart is over de gehele lengte bedekt met dicht golvend haar, dat een lengte kan hebben van 10-15 cm. aan de punt.
KLEUR
Wit, ivoorkleur is toegestaan. Neusspiegel, oogranden en lippen zijn zwart. De voetzolen zijn zwart of leigrijs. Een donkere kleur van het verhemelte is gewenst, maar roze vlekken zijn toegestaan.
MAAT EN GEWICHT
| Reu | 71 - 76 CM | 48 - 62 KG |
| Teef | 66 - 70 CM | 37 - 50 KG |
FOUTEN
Iedere afwijking van deze standaard moet gezien worden als een fout, waarbij de beoordeling van de fout in verhouding dient te staan met de mate van de afwijking.
DISKWALIFICERENDE FOUTEN
* Geprononceerde stop
* Ontbreken van pigment op neus, lippen en oogranden
* Ontbreken van een of meerdere tanden : Incisi (snijtanden), Canini (hoektanden), Premolaren 2-4, Molaren 1-2 of meer dan 2P 1 ontbrekend. De M3 wordt hierbij niet betrokken.
* Ondervoor- of bovenoverbijt, kruisgebit, opening tussen onder en boven snijtanden van meer dan 2 mm.
* Entropion, ectropion
* Staande oren
* Staart in rust boven de ruglijn gedragen of gekruld naar achteren.
* Vacht die neigt naar ruig, krullerig haar, of niet golvende respectievelijk draadharige vacht.
* Benen bedekt met lang haar.
* Elke afwijking van de toegestane kleur.
NB
Reuen moeten twee normaal ontwikkelde testikels hebben die volledig in de balzak zijn ingedaald.
Home