Op 7 juni is de verjaardag van mijn grootvader, de vader van mijn moeder. Hij stierf in 1962 toen ik 15 jaar oud was, en is dus 76 jaar oud geworden. De laatste weken van zijn leven bracht hij door in het Binnenziekenhuis aan de Vestdijk in Eindhoven. Ik werkte destijds op de deviezenafdeling bij de Centrale Boerenleenbank in de Dommelstraat. Omdat opa erg ziek was had hij een kamer voor zichzelf en mochten we hem elk tijdstip van de dag opzoeken. Ik deed dat bijna elke dag s morgens voordat ik naar mijn werk ging en soms ook tussen de middag. Ik denk dat het de enige keren in mijn leven was dat ik hem voor mezelf alleen had. Hij vond het fijn dat ik kwam, hoewel hij een moeilijke strijd te strijden had. Ik kon hem helpen om yoghurt te drinken uit een beker met een tuitje. Ik geloof niet dat hij nog iets anders kon of wilde eten. De bewuste morgen dat hij was gestorven was ik een beetje laat in Eindhoven en ging dus rechtstreeks naar mijn werk, vanwaar ik opbelde hoe het met opa was. Ik kreeg te horen dat hij die nacht was gestorven en ik voelde me er rot onder dat ik juist die morgen er niet was geweest. Eigenlijk heb ik nooit geweten waaraan hij gestorven was, dat interesseerde me eigenlijk helemaal niet. Toen hij enkele dagen later begraven werd was de hele familie bij elkaar. Alle ooms en tantes en neven en nichten. Ik vond het alleen zo jammer dat ik niet kon blijven met de koffietafel. Ik moest om half twee op mijn werk zijn. Ik had al een hele dag vrij gehad toen mijn andere opa was gestorven enkele maanden daarvoor, en nu vond men dat ik aan een halve dag wel genoeg had. Nog steeds heb ik spijt dat ik geen halve dag vakantie opgenomen heb. Er waren vele neven en nichten die ik lang niet had gezien, en ik kreeg niet de kans op die dag een praatje met hen te maken.
Ik had er veel verdriet van dat opa er niet meer was. Zo lang hij dat gekund had was hij elke zondag bij ons op bezoek gekomen. Met de bus vanuit Stratum, waar hij woonde in de Jan van Eindhovenstraat 14. Zijn jongste zoon Jacques en zijn vrouw Gree waren bij hem blijven wonen toen ze trouwden. Vaak kregen we een dubbeltje van hem, waar we een ijsje van konden kopen. Toen zijn vrouw in 1936 gestorven was verhuisde hij met zijn hele gezin naar Eindhoven, waar zijn kinderen werk konden vinden bij Philips. Zelf bleef hij werken in de Betuwe als boomkweker. Elke week ging hij met de fiets naar de Betuwe en in het weekend kwam hij naar huis. Tante Mien en mijn moeder Nettie zorgden voor het huishouden. Mijn moeder vertelde dat ze elke zaterdag schoon ondergoed op zijn kussen legde. Hij protesteerde er tegen dat ze dat deed, maar trok het toch aan, want ongewassen en met vuil goed mocht hij niet tussen de schone lakens kruipen. En als hij het toch deed zou zijn bed niet verschoond worden. In die tijd hadden huizen geen douches en badkamers, alleen een kraan in de keuken en een grote teil die gebruikt werd voor de was en voor het wekelijkse bad. Tante Mien hield meer van lezen dan van poetsen, maar mijn moeder had als jonge tiener een methode gevonden om iedereen zijn eigen spullen op te laten ruimen. Alles wat was blijven slingeren, of het nu een boek of een breiwerk was, werd naar de zolder gebracht, waar iedereen zijn eigen spullen terug kon vinden. En niemand vond het leuk om daar boven zijn spullen te gaan zoeken. Borden waren een luxe die men zich in die tijd niet kon veroorloven. Iedereen at met zijn eigen vork uit een grote pan. Je moest wel dooreten, want anders was alles op voordat je genoeg gegeten had.
Toen ik jong was mocht ik bij mijn moeder achter op de fiets naar de Woenselse Markt. Opa verkocht daar plantjes. Hij had geen kraam, maar alle planten waren uitgestald op de grond. Hij gebruikte een bakfiets voor het vervoer. Ik voelde me heel trots dat mijn grootvader een echte marktkoopman was. Mijn andere grootouders, de ouders van mijn vader, hadden een heel bijzondere appelboom. Die had mijn grootvader op een speciale manier geënt en er groeiden vier verschillende soorten appels aan. Zo'n speciale boom heb ik nooit meer ergens gezien. En deze boom bestaat ook niet meer. Op de plaats van de oude boerderij is nu een woonwijk in de gemeente Veldhoven. Er staan nog drie bomen van de boomgaard, waardoor je kunt zien waar die ooit is geweest......Volgens de Isis in Tilburg wordt opa (Cornelis Albertus Wijman) gevonden in het bevolkingsregister van Berkel Enschot. Misschien heeft hij hier zijn opleiding gehad tot boomkweker. Hannie
Cornelis Albertus Wijman
vermelding in bevolkingsregister Berkel-Enschot op zondag 7 juni 1885 Wijk bij Duurstede
Achternaam/last name: Wijman
voornaam / name: Cornelis Albertus
Geboortedatum / date of birth: 07 06 1885
Geboorteplaats / place of birth: Wijk bij Duurstede
Pagina / page: 023
Deel / volume: 586
Archief / Archive: 903 - Bevolkingsregister Berkel-Enschot
Periode / Time period: 1880-1910
Beroep: Metselaar
Doortje was niet getrouwd.
Ze woonde bij haar zus Netje en haar man in Grave tot haar dood.