registreren | inloggen
Gebruikersnaam Wachtwoord

Een ijsbaan is nooit zomaar een ijsbaan...

/~nieuws/pics/bobijsh.jpg

Soms is er even een momentje,
Dan gaat het niet om wat er speelt,
Ik word dan terug dat kleine ventje,
Dat zich op het Gender-ijs verveelt...

Te vroeg nog voor de rest,
Die met mij hockeyen zou,
En in je eentje is de pest,
Tja, dat verveelt nou eenmaal gauw.

Dan klinkt er een bekende stem,
Ik kijk en zie een pijp en pet,
Ja, het is onweerlegbaar hem,
Die mijn ochtend weer eens redt.

Voor velen is hij maar een stille man,
Korte beentjes en een holle rug,
Maar op het ijs, als zijn rikketik het kan,
Slaat ie, zo goed als't gaat, mijn pucks terug.

Een minuut of tien, dan is't gedaan,
Dan zucht ie: 'Bob, het gaat niet meer...'
En gaat dan op de wal weer staan,
Ik weet, zijn hart gaat nu tekeer.

Daar komen mijn eerste vriendjes aan,
Met sticks en schaatsen over hun schouder,
We zullen snel in twee partijen staan,
En het wordt gelukkig almaar kouder.

Het kan me niets schelen, die droge koude lucht,
De dag vliegt voorbij en de avond begint,
En terwijl elke norenrijder naar de kachel vlucht,
Voel ik me vanavond het gelukkigste kind.

Over een paar uur gaan we kijken,
In de hal aan de Antoon Coolenlaan,
Naar een schouwspel voor armen en voor rijken,
Goals, actie en iemand die erop zal slaan.

De vaste mensen, Eindhovens bloed,
En natuurlijk Amerikanen en Canadezen,
Man, wat zijn die gasten goed
Ik wou dat ik zelf zo kon wezen.

Maar eerst met Pa samen naar de baan,
Te voet van de parkeerplaats naar de ingang toe,
Altijd de vraag of dat wel goed zal gaan,
Want soms is ie halverwege al doodmoe...

Uiteindelijk staan we daar,
Altijd weer op dezelfde hoge plek,
Ik, nauwelijks 12 jaar,
Met pa onder 't bord van 'Anatec'.

Vijfentwintig jaar geleden heb ik hem moeten laten gaan.
Aan alles komt een eind, zelfs het scorebord is nu versleten,
Toch zie ik mij met Pa nog altijd boven dat goaltje staan,
En het geluksgevoel van toen ben ik gelukkig nooit vergeten...

Ik denk dat ieder zijn eigen 'ijsbaan' heeft,
Een plek waar intens geluk vanzelfsprekend was,
Waar je onbewust onbezorgd hebt geleefd,
Waarom realiseer je je dat na afloop pas?

Vandaag de dag zeg ik het mijn kinderen,
Als ik oprecht geluk voel, juist door hen,
Ook al tracht de ratrace het te verhinderen,
En ik hoop zó dat ik er op tijd mee ben...