registreren | inloggen
Gebruikersnaam Wachtwoord

(Jeugd) Herinneringen aan Eindhoven - 03 'EVOLUON'

/~jozefbloks/images/jozef-2b.jpg

Mijn grootvader (de vader van mijn vader) had een hele grote hangsnor en zware wenkbrauwen. Hij zag er maar gevaarlijk uit, zo vond ik toen... En ik heb - zo ver ik mij kan herinneren - zelden of nooit met hem gesproken. Met mijn grootmoeder kon ik wel goed praten.

Mijn opa had twee gladharige jachthonden die buiten in kooien zaten - ze waren bruin met witte vlekken. En hij had ook heel veel jachtgeweren. Geweren met één loop, maar ook die dubbelloops waren. En waar je rode kartonnen hulzen met een koperen slaghoedje in moest stoppen. Als kind vond ik dat natuurlijk heel interessant. Ik heb er één keer mee mogen schieten, en dat was meteen de laatste keer, want een jachtgeweer heeft een behoorlijke terugslag en als je die niet goed tegen je schouder aandrukt, op het moment dat je schiet… Ik heb daarna dus een week lang pijn in mijn rechterschouder gehad.

Bijna iedere morgen ging hij op jacht. Zo rond het middaguur kwam hij dan weer thuis en meestal had hij wel een paar fazanten, een haas, of... een konijn geschoten. En hij legde die dan altijd - als een soort stilleven - op de grote keukentafel. Ik vond dat prachtig. Vooral de kleurige lange veren van de fazanten. In het voorjaar ging hij soms heel vroeg op pad en vaak bracht hij dan kievietseieren mee. Mijn grootmoeder kletste die gespikkelde eitjes - waarvan de dooiers een beetje blauwig waren - in de pan en bakte er dan heerlijke omeletten van.

Ze woonden in een heel groot huis met daarachter een boomgaard met allerlei fruitbomen. Tijdens de 2e Wereldoorlog schoot mijn grootvader (als ze honger hadden) soms met één schot hagel een kersenboom aan flarden en dan vielen er behalve kersen ook nog eens een heleboel spreeuwen naar beneden. En dan hadden ze die dag weer wat te eten.

Mijn grootvader was vreselijk eigenwijs! Vaak ging hij met zijn zonen op jacht, en zelfs toen hij daar te oud voor werd, moest en zou hij tegen beter weten in, toch nog mee gaan. Hij was slecht ter been en hij was ook al eens door een schot hagel in zijn rechteroog getroffen, dus erg veel zag hij niet meer!

Hun huis was in mijn herinnering behoorlijk groot, en er woonde ook een van hun zoons en zijn vrouw, en die hadden ook een stel kinderen. Het was dus eigenlijk een soort commune. En ze hadden een speciale kamer die alleen op zondag, of wanneer er hoog bezoek kwam, werd gebruikt. Als bijvoorbeeld de pastoor op bezoek kwam om te vragen of er nog kindertjes werden gemaakt, dan gingen de schuifdeuren van die kamer open. Op een keer hoorde ik mijn oma heel hard schreeuwen: ‘Ik heb achttien kinderen gebaard, ik ben mijn leven lang iedere zondag braaf naar de kerk gegaan, ik vind het zo langzamerhand wel welletjes! Ik heb genoeg van jou en van jouw sigarenlucht.’ En, toen schopte ze de pastoor het huis uit.

Maar goed…, mijn grootvader wilde dus nog steeds mee op jacht. Met enige tegenzin brachten zijn zonen hem dan naar de jachtvelden, en daar zetten ze opa op een stoel midden op de paars bloeiende heide. Levensgevaarlijk was dat! Grootvader zat dan muisstil! Maar als hij een fazant of een patrijs dacht te horen, begon hij wild om zich heen te schieten. Zijn zoons bleven natuurlijk op veilige afstand!

Toen ik zo’n jaar of tien was, gingen ze verhuizen. De buurt waar zij woonden werd afgebroken en precies op de plaats waar hun huis had gestaan, verrees - niet lang daarna - een vliegende schotel ‘het Evoluon’.

Een paar jaar later werd mijn grootvader ziek en op een gegeven moment werd hij opgenomen in het ziekenhuis. Hij viel in een soort coma en de familie hield de wacht. Ja…, toen hadden de kinderen en de schoonfamilie daar nog tijd voor! Dag en nacht zat er - om beurten - iemand aan zijn bed. Tegenwoordig wordt zo’n oude, zieke man in zijn bedje vastgebonden (opdat hij er niet uitvalt?). En..., er is nauwelijks nog iemand die naar hem omkijkt.
‘Als er iets is, drukt u maar op het belletje,’ zegt er dan een verpleegster.
Maar als je vastgebonden bent, kun je onmogelijk bij het belletje. Maar goed, gelukkig zat er bij mijn opa een zorgzame familie aan zijn bed, mensen die nog wisten hoe je iemand die gaat sterven, moet begeleiden.

Op een avond werd oom Piet (zo rond elf uur) afgelost door tante Yvonne. Die tante had de hele dag gewerkt en was een beetje moe. En na een half uur zat ze al te knikkebollen. Opa verroerde al zeven dagen en nachten geen vin. Het zal ook nu wel weer een rustige nacht worden, dacht ze. Vervolgens zakte ze een beetje languit in haar stoel weg, keek nog een keer met een half oog naar grootvader, en wilde lekker gaan indutten.
Maar…, zag ze dat goed! Grootvader knipperde met zijn kleine kraaloogjes! Plotseling sperde hij zijn ogen wijd open, zijn snor begon heftig te krullen en even later begon hij als een wildeman de dekens van zich af te trappen.
Ze schrok! Yvonne sloeg de handen voor haar gezicht want wat ze toen zag, had ze nog nooit gezien: grootvader had een enorme erectie! Hij sprong uit bed en gekleed in slechts een kort nachthemd rende hij - als een soort laatste stuiptrekking - wild door de kamer.
Nerveus sloeg ze met haar hand op het belletje naast het bed en even later kwam er een nachtzuster (nog een heel jong ding) aangesneld. Ook zij schrok van die heftig krullende hangsnor. Mijn opa dacht: wat een lekker ding en probeerde haar te grijpen. In paniek rende het meisje de deur uit, en grootvader ging er natuurlijk achteraan. Ze renden het hele ziekenhuis door. Uiteindelijk kregen vier stevige ziekenbroeders grootvader te pakken en brachten hem weer terug naar de kamer, waar tante Yvonne nog steeds verbijstert naast het bed zat. ‘Wat een enorme dinges, mompelde zij alsmaar, geen wonder dat daar achttien kinderen van waren gekomen!’

Toen ze grootvader weer in bed stopten, werd hij plotseling stil. Zijn lichaam schokte nog een paar keer, en toen was hij dood.

Ja, ik heb zo een zak vol herinneringen waar ik veel verhalen uit kan putten.

Volgende week meer!

Kijk ook eens naar filmpjes van Jozef Bloks op YouTube. Iedere week een nieuwe aflevering van 'The Royal Hat Watcher' waarin zijn vrouw - de hoedenontwerpster Caroline de Roy van Zuydewijn - vertelt over mode, exposities, leuke anekdotes uit haar leven en nog veel meer!

/~jozefbloks/images/Van-Kooten-02).jpg


Afbeelding: Caroline ontvangt Kees van Kooten in The Royal Hat Watcher, en zingt: Oh..., ik heb zo'n balle in me buik...
Klik hier voor de film http://www.youtube.com/watch?v=wwcwrPzu3Qg

Na 172 verhaaltjes op www.jozefbloks.blogspot.nl en 24 op www.dse.nl is het tijd voor iets nieuws. Vanaf nu dus iedere week een nieuwe (Jeugd) Herinnering.
Voor meer info over schrijvend kunstenaar Jozef Bloks, kijk ook eens op www.jozefbloks.dse.nl