Tandpijn
Bijdrage van gouddelver op woensdag 24 oktober 2012 om 21:01 uur

Foto:Rien Valk
De meesten van ons denken bij het woord Romantiek waarschijnlijk aan gevoelvolle verhalen, schilderijen, gedichten en liederen. Die gaan dan gewoonlijk over liefde, eenzaamheid, natuur en dood. Er wordt inderdaad in de romantische literatuur heel wat afgesmacht en geleden, aan zielenpijn wel te verstaan. Maar soms word je toch verrast door heel andere dingen, grappige maar ook alledaagse en heel realistische.
Onlangs kwam ik er zo een tegen, bij het vertalen van de liederen van Robert Schumann. Het lied heet ‘Tandpijn’ en heeft, kort samengevat, de volgende geschiedenis. In eerste instantie werd het in de achttiende eeuw geschreven door de beroemde Schotse dichter Robert Burns, die maar 37 jaar leefde (1759-1796), later werd het in het Duits vertaald door Wilhelm C.G. Gerhard (1780-1858) en in 1846 als koorwerk op muziek gezet door Robert Schumann. Allemaal dus in een tijd waarin pijnverdoving nog een onbekend verschijnsel was. Dus hoe tandpijn en vooral de behandeling door een tandarts beleefd werd, kan waarschijnlijk iedereen zich wel voorstellen. Zo niet, dan kan onderstaande tekst van Schumanns lied daar wellicht bij helpen.
Tandpijn
Jij die met gift’ge pen mij stak,
Mijn kaken haast ook daarbij brak,
Mijn oor dreunt nog van krik en krak,
Jouw slachtpartij.
Jij maakte van mijn hoofd een wrak;
Vrees’lijk ben jij!
Maakt koorts ons heet, of koud als steen,
Schiet pijn ons soms door merg en been,
Een buur geeft ons dan troost meteen,
Hij snapt ons lot.
Jij echter voegt, hoe hels gemeen,
Bij pijn nog spot!
Mij loopt het speeksel uit de mond,
De stoelen smijt ik op de grond,
Om ’t vuur kwekt luid en danst in ‘t rond
Het kleine spul,
Een zwerm van hummels.
Snap je nou waarom ik brul?
Van alles wat de mensheid kwelt,
Mislukte oogsten, weinig geld,
Het boeventuig dat strikken stelt
Met list en vlijt,
Van al dat leed en wreed geweld
Win jij het wijd!
O zwavelkop , o pestprelaat,
Die munt uit twist en tweedracht slaat,
En ’t mensdom lekker dansen laat
In een woestijn,
Geef ieder die oud-Schotland haat,
Een jaar jouw pijn!
Herdichting: © Lau Kanen
Ter toelichting nog dit: met de woorden ‘zwavelkop’ en ‘pestprelaat’ wordt Lucifer, de vorst der duivels aangeroepen. En in de laatste twee regels laat de Schot Burns duidelijk blijken dat hij de door hem beschreven kwellingen een zeer passende straf acht voor de vijanden van zijn vaderland.
Tenslotte: wie misschien ook eens wil horen, hoe het klinkt – en dat is bij Schumann ondanks alle ellende toch altijd nog heel mooi -, die kan daarvoor de volgende link aanklikken: http://www.youtube.com/watch?v=W86r1fjEfNU&feature=relmfu

Foto:Rien Valk
De meesten van ons denken bij het woord Romantiek waarschijnlijk aan gevoelvolle verhalen, schilderijen, gedichten en liederen. Die gaan dan gewoonlijk over liefde, eenzaamheid, natuur en dood. Er wordt inderdaad in de romantische literatuur heel wat afgesmacht en geleden, aan zielenpijn wel te verstaan. Maar soms word je toch verrast door heel andere dingen, grappige maar ook alledaagse en heel realistische.
Onlangs kwam ik er zo een tegen, bij het vertalen van de liederen van Robert Schumann. Het lied heet ‘Tandpijn’ en heeft, kort samengevat, de volgende geschiedenis. In eerste instantie werd het in de achttiende eeuw geschreven door de beroemde Schotse dichter Robert Burns, die maar 37 jaar leefde (1759-1796), later werd het in het Duits vertaald door Wilhelm C.G. Gerhard (1780-1858) en in 1846 als koorwerk op muziek gezet door Robert Schumann. Allemaal dus in een tijd waarin pijnverdoving nog een onbekend verschijnsel was. Dus hoe tandpijn en vooral de behandeling door een tandarts beleefd werd, kan waarschijnlijk iedereen zich wel voorstellen. Zo niet, dan kan onderstaande tekst van Schumanns lied daar wellicht bij helpen.
Tandpijn
Jij die met gift’ge pen mij stak,
Mijn kaken haast ook daarbij brak,
Mijn oor dreunt nog van krik en krak,
Jouw slachtpartij.
Jij maakte van mijn hoofd een wrak;
Vrees’lijk ben jij!
Maakt koorts ons heet, of koud als steen,
Schiet pijn ons soms door merg en been,
Een buur geeft ons dan troost meteen,
Hij snapt ons lot.
Jij echter voegt, hoe hels gemeen,
Bij pijn nog spot!
Mij loopt het speeksel uit de mond,
De stoelen smijt ik op de grond,
Om ’t vuur kwekt luid en danst in ‘t rond
Het kleine spul,
Een zwerm van hummels.
Snap je nou waarom ik brul?
Van alles wat de mensheid kwelt,
Mislukte oogsten, weinig geld,
Het boeventuig dat strikken stelt
Met list en vlijt,
Van al dat leed en wreed geweld
Win jij het wijd!
O zwavelkop , o pestprelaat,
Die munt uit twist en tweedracht slaat,
En ’t mensdom lekker dansen laat
In een woestijn,
Geef ieder die oud-Schotland haat,
Een jaar jouw pijn!
Herdichting: © Lau Kanen
Ter toelichting nog dit: met de woorden ‘zwavelkop’ en ‘pestprelaat’ wordt Lucifer, de vorst der duivels aangeroepen. En in de laatste twee regels laat de Schot Burns duidelijk blijken dat hij de door hem beschreven kwellingen een zeer passende straf acht voor de vijanden van zijn vaderland.
Tenslotte: wie misschien ook eens wil horen, hoe het klinkt – en dat is bij Schumann ondanks alle ellende toch altijd nog heel mooi -, die kan daarvoor de volgende link aanklikken: http://www.youtube.com/watch?v=W86r1fjEfNU&feature=relmfu




