registreren | inloggen
Gebruikersnaam Wachtwoord

Tandpijn

Foto:Rien Valk

Foto:Rien Valk

De meesten van ons denken bij het woord Romantiek waarschijnlijk aan gevoelvolle verhalen, schilderijen, gedichten en liederen. Die gaan dan gewoonlijk over liefde, eenzaamheid, natuur en dood. Er wordt inderdaad in de romantische literatuur heel wat afgesmacht en geleden, aan zielenpijn wel te verstaan. Maar soms word je toch verrast door heel andere dingen, grappige maar ook alledaagse en heel realistische.
Onlangs kwam ik er zo een tegen, bij het vertalen van de liederen van Robert Schumann. Het lied heet ‘Tandpijn’ en heeft, kort samengevat, de volgende geschiedenis. In eerste instantie werd het in de achttiende eeuw geschreven door de beroemde Schotse dichter Robert Burns, die maar 37 jaar leefde (1759-1796), later werd het in het Duits vertaald door Wilhelm C.G. Gerhard (1780-1858) en in 1846 als koorwerk op muziek gezet door Robert Schumann. Allemaal dus in een tijd waarin pijnverdoving nog een onbekend verschijnsel was. Dus hoe tandpijn en vooral de behandeling door een tandarts beleefd werd, kan waarschijnlijk iedereen zich wel voorstellen. Zo niet, dan kan onderstaande tekst van Schumanns lied daar wellicht bij helpen.

Tandpijn

Jij die met gift’ge pen mij stak,
Mijn kaken haast ook daarbij brak,
Mijn oor dreunt nog van krik en krak,
Jouw slachtpartij.
Jij maakte van mijn hoofd een wrak;
Vrees’lijk ben jij!

Maakt koorts ons heet, of koud als steen,
Schiet pijn ons soms door merg en been,
Een buur geeft ons dan troost meteen,
Hij snapt ons lot.
Jij echter voegt, hoe hels gemeen,
Bij pijn nog spot!

Mij loopt het speeksel uit de mond,
De stoelen smijt ik op de grond,
Om ’t vuur kwekt luid en danst in ‘t rond
Het kleine spul,
Een zwerm van hummels.
Snap je nou waarom ik brul?

Van alles wat de mensheid kwelt,
Mislukte oogsten, weinig geld,
Het boeventuig dat strikken stelt
Met list en vlijt,
Van al dat leed en wreed geweld
Win jij het wijd!

O zwavelkop , o pestprelaat,
Die munt uit twist en tweedracht slaat,
En ’t mensdom lekker dansen laat
In een woestijn,
Geef ieder die oud-Schotland haat,
Een jaar jouw pijn!


Herdichting: © Lau Kanen

Ter toelichting nog dit: met de woorden ‘zwavelkop’ en ‘pestprelaat’ wordt Lucifer, de vorst der duivels aangeroepen. En in de laatste twee regels laat de Schot Burns duidelijk blijken dat hij de door hem beschreven kwellingen een zeer passende straf acht voor de vijanden van zijn vaderland.
Tenslotte: wie misschien ook eens wil horen, hoe het klinkt – en dat is bij Schumann ondanks alle ellende toch altijd nog heel mooi -, die kan daarvoor de volgende link aanklikken: http://www.youtube.com/watch?v=W86r1fjEfNU&feature=relmfu

Verbetering en aanvulling

Omdat het eerste couplet onwillekeurig mij deed denken aan de behandeling door een achttiende-eeuwse tandarts, terwijl Burns waarschijnlijk toch alleen aan de duivel gedacht heeft - zie laatste couplet -, heb ik mijn vertaling van dat couplet veranderd. Tevens voeg ik hier nog een - ook nogal 'hels' - couplet toe dat Burns wel geschreven maar Gerhard niet vertaald en Schumann in zijn compositie niet gebruikt heeft. Bij Burns staat het als voorlaatste.

Jij die met gift’ge pijn mij stak,
Mijn kaken haast daarbij ook brak,
Mijn oor dreunt steeds van krik en krak,
Jouw slachtpartij.
Jij maakt van mij een zenuwwrak;
Vrees’lijk ben jij!

Wat priesters zeggen ’t is de hel,
Waar men van pijn het uitgilt schel,
Waar enkel plagen zijn in tel,
Wreed arsenaal!
Jij, tandpijn, geeft het meest gekwel
Van allemaal.