registreren | inloggen
Gebruikersnaam Wachtwoord

Netelige kwesties

Foto: Rien Valk

Foto: Rien Valk

We schrijven 28 december 2009 en bij mij in huis kun je een naald horen vallen. Mijn drie rakkertjes liggen te dromen, waarschijnlijk van de kerstborrel die mijn overburen vandaag zo zorgvuldig hadden verzorgd. Vuurkorven verlichtten de tuin, lichtslangen deden het voorkomen alsof de omheining besneeuwd was en al mijn buurtgenoten waren present en buitengewoon goed gehumeurd. De glühwein vloeide rijkelijk, evenals de warme chocolademelk en voor de kleintjes natuurlijk iets van limonade.

Bij thuiskomst voelde het bij mij in huis een beetje koud aan. In eerste instantie dacht ik dat er wellicht ingebroken was. Raar eigenlijk, dat veelvuldig overvalnieuws in de lokale krant leidt tot dat soort primaire gedachten, maar goed. Na die mogelijkheid te kunnen wegstrepen, giste ik dat ik de tuindeur open had gelaten of misschien een raampje aan voor- of achterkant.

Ik passeerde tijdens mijn controleronde de thermostaat van de centrale verwarming: 20 graden, stond er tot mijn grote verbazing te lezen. Het wás dus niet koud, maar ik voelde het wel zo. Ik gaf de schuld aan de glühwein, die klaarblijkelijk kühlwein moest zijn geweest.

Resoluut, zoals het een strenge vader betaamt, dirigeerde ik mijn jeugdige driespan de trap op. Gewillig mopperend ontdeden zij zich van hun schoenen en naar haardvuur ruikende jasjes om vervolgens van de vierde trede weer terug te keren naar de begane grond: 'Ophangen!', bulderde ik op een manier die mijn eigen kinderen meteen interpreteren als nep-streng... terecht overigens. Ik wees naar de houten vloer die bezaaid lag met jas. Door de capuchons leken het wel berenvellen die daar op mijn, ooit zo hagelwitte, houten vloer lagen. Zuchtend en anderszins protesterend werden de lusjes aan de lage kapstok gehaakt en herhaalde zich de spurt omhoog.

Terwijl de kinderen zich vermaakten in een warm bad, liep ik even naar beneden om te zien of het met mijn temperatuurhuishouding inmiddels weer goed was gekomen. Tot mijn ergernis bleek dit nog immer niet het geval. Ik kon er de vinger maar niet op leggen. Waarvandaan had ik toch dat kille gevoel?

'Pap... Pa-hap!', klonk het van boven. De afdroog-tandenpoets-in bed leg-trusteronde nam haar aanvang. In de badkamer, waar het bad met warm water als een soort verwarmingselement zijn werk had gedaan, was het behaaglijk. Ook de slaapkamer was goed te hebben, al was het maar omdat ik het warm kreeg van het aanzien van extra dekbedden, slaapzakken et cetera. Nee, mijn oudste dochter krijgt het 's nachts niet snel koud! De gebruikelijke dagafsluitende frasen werden uitgewisseld en pa zijn vrije avond kon beginnen.

Nadat ik op mijn weg naar beneden succesvol wat zwerfkleding had weten te ontwijken, zette ik voor mezelf even snel een lekker bakje koffie. U kent het vast wel: klepje omhoog, padje erin, klepje omlaag, klepje wil niet goed omlaag, klepje weer omhoog, oud padje eruit, klepje dicht. Even zuchten, dan: op de grote 'aan'-knop drukken, lampje knippert zenuwachtig, waterreservoir uitbouwen, water bijvullen, met knoeiend waterreservoir terug naar apparaat, reservoir er weer inschuiven, reservoir er nog een keer inschuiven zodat het lampje alsnog stopt met op je zenuwen te werken. Drie keer op en neer naar het keukenkastje om uiteindelijk een kopje te vinden dat van de passende hoogte getuigt en tot slot druk je op het 1-kopknopje. Na het vulproces blijkt het kopje dusdanig vol, dat de eerste slok eigenlijk alleen maar met een rietje te volbrengen is: elke andere poging zou leiden tot derdegraads verbrandingen aan duim en/of wijsvinger. Het rietje blijkt ook geen goed alternatief: blaren op de lippen zijn het gevolg…

Met de geur van koffie uit de keuken en de kerstsfeer in mijn woonkamer, liet ik mij in de hoekbank zakken. Toen mijn blik de kamer doorkliefde op zoek naar de afstandsbediening van mijn televisie, viel mijn oog op onze kerstboom. Opgewonden hadden we hem ruim twee weken geleden bij een Gestelse scoutingclub gekocht en bij thuiskomst meteen voorzien van alles wat blonk of anderszins met kerst in verband te brengen was. Nu was er iets vreemds aan de hand met ons huislijk stukje naaldwoud. In eerste instantie had ik het niet door, maar toen ik mijn ogen naar de vloer onder de boom richtte, bleek een zeer plaatselijke herfst te zijn begonnen.

Als een haas ben ik aan de slag gegaan: allereerst heb ik getracht om een mengsel samen te stellen van kraanwater en Head and Shoulder, want, zo dacht ik: 'Als het bij mij de schilferval remt, dan moet het bij zo'n groene prikker ook werken!' Anderhalve liter gooide ik over de geëmmerde kluit. Ik zette bovendien spoorslags een cd op met kwetterende vogeltjes in de hoop de boom ook in psychisch opzicht te ondersteunen in deze moeilijke tijd.

Mijn volgende stap was het openen van een raam aan de voorzijde van mijn woonkamer, want ik wist dat deze situatie om drastische maatregelen vroeg. Ik opende de koelkast, haalde een tube secondelijm uit het bakje aan de binnenkant van de deur en begon, onder goedgeventileerde omstandigheden, met de reïntegratie van de reeds ter aarde gestorte naalden.

U raadt het al, hoe meer naalden ik trachtte te herplaatsen, hoe meer colleganaaldjes zwijgend het oorspronkelijke voorbeeld volgden. Bij mijn laatste poging een mooie grote naald met mijn Uhulijm in de zachte bast van een takje te prikken, leek ik wel een Tsunaaldi te veroorzaken. De kaalslag was compleet!

Ik trok het raam maar weer dicht en met een druk op de knop legde ik daarna de vogels het zwijgen op. Boos liep ik terug naar de keuken waar mijn, tot de nok gevulde, kopje koffie zo te voelen een winterse temperatuur had bereikt.

Voorzichtig haalde ik het kopje onder mijn sensationele koffiezetter vandaan. Geagiteerd liet ik de inhoud weglopen in het ronde gootijzer in mijn aanrecht. Met een iets groter kopje waagde ik een nieuwe poging die na een paar seconden succesvol bleek. Voorzichtig begaf ik mij opnieuw naar mijn bankstel om er ontspannen in weg te zakken.

Met het kopje koffie aan mijn lippen, wierp ik een laatste blik op de dorre ruïne in de hoek van mijn kamer. Nooit werd mij duidelijker wat ik deze avond constateerde: al hangt een kerstboom vol met lampjes, slingers, engeltjes en zoetstokken, zonder naalden is er geen bal aan! Ik ben benieuwd hoe mijn kinderen morgen reageren...

plastic is beter

Een plastic kerstboom is goed voor het milieu.
De naalden vallen bijna niet uit, je hoeft niet elk jaar te zoeken naar een geschikte boom, en hij kan langer mooi blijven staan.
Allemaal voordeel.
Wil je dennenlucht, haal dan een paar afval takjes bij de scouting.