registreren | inloggen
Gebruikersnaam Wachtwoord

Een Eindhovens kerstverhaal (geen tijd? niet lezen!)

De avond voorafgaand aan Kerst fietste ze van het stadskantoor naar huis. Een verlaten kantoor, dat wel... Alle ambtenaren waren na de eindejaarsborrel allang gevlogen. Ze kende het wel: alsof het allemaal niet opkon werd in de kroeg doorgefeest. Het ene rondje na het andere werd geschonken en iedereen wenste iedereen een fijne kerst toe en een gelukkig nieuwjaar. Alsof die twee vakantieweken zouden leiden tot betere resultaten op de verschillende afdelingen binnen het gemeentelijke apparaat. De borrel had ze noodgedwongen wél bezocht, maar geen seconde langer dan noodzakelijk. Tot een dag ervoor had ze een aantal externe contacten aangespoord om juist op het moment van de borrel een afspraak te plannen, maar overal bleek dezelfde flauwekul plaats te vinden. Pfff...

Het was lastig fietsen want de sneeuwresten en een temperatuur van rond het vriespunt maakten haar tocht tot een hachelijke onderneming. In het donker tuurde ze bij het schijnsel van haar fietslampje voor zich uit, op haar hoede voor verraderlijke ijsresten op het fietspad. Al was het windstil, de rijwind blies de koude lucht tegen haar voorhoofd. Het deed bijna pijn.

'Ik moet nog even door, dan ben ik thuis.', zo hield ze zich voor en met een stevig pedaalritme belandde ze eindelijk bij haar woning. Juist toen ze de poort van de berging wilde openen, kwam uit het niets een sterker wordende wind opzetten die al even onverwacht ijzeldruppels meevoerde. Ze kneep haar ogen samen om toch nog iets te kunnen zien, maar juist toen ze dat deed ontwaarde ze een schim. Door het postuur dacht ze een man te zien. 'Wie is daar?', vroeg ze terwijl de wind haar stemgeluid haast overstemde. Maar de schim verdween zo snel als hij was op komen zetten. Even keek ze om zich heen. De wind ging liggen; de ijzel verdween. 'Flauwekul... pure flauwekul!', zei ze nu hardop en zette haar fiets in de berging om vervolgens via de keuken naar binnen te gaan.

Het eten stond al op tafel en een kort gesprek kwam op gang. Hoe het geweest was op het werk, hoe het de kinderen was vergaan op school. Eén van hen legde uit hoe fijn het wel niet was dat de vakantie eindelijk was aangebroken... Maar moeder was er blijkbaar nog niet aan toe: 'Vakantie? Kerstmis wordt gewoonweg misbruikt om maar ongebreideld te eten en te drinken en nog erger: om vrij te kunnen zijn... En als dat eindelijk voorbij is doen ze het allemaal nog eens dunnetjes over met oudejaarsavond om ook dáárna weer dagen te claimen voor herstel... In heel het stadskantoor is geen wakkere ambtenaar te vinden de aankomende weken. Vakantie? Praat me er niet van!'

Manlief probeerde nog een toetje aan te bieden, maar ze had al resoluut haar stoel naar achter geschoven en stoof weg richting haar werkkamer. Nog net viel te beluisteren: '... en wacht vanavond maar niet op mij, ik kom laat naar bed. Er is nog een hoop te doen en 2009 is voor mij nog niet voorbij!'

En zo begon ze haar Kerstavond achter haar wortelnotenhouten bureau. Dikke pakken papier kwamen uit haar leren tas en terwijl ze haar laptop opstartte, viel gelijktijdig haar werkschoeisel van haar voeten. 'Tijd voor pantoffeltjes.', zei ze op besluitvaardige toon. Er gaat niets boven werken aan gemeentelijke zaken met de pantoffels aan. Al heel lang geleden had ze geleerd lichtvoetigheid voor thuis te bewaren. Op kantoor moest het vooral serieus, zwaar en belangrijk blijven.

Dáár klonk eindelijk het Windowsdeuntje. Zo'n vervelend zandlopertje maande haar vervolgens tot terughoudendheid en hoewel ze aan de jongens van ICT al herhaaldelijk de opdracht had verstrekt dat zandlopertje te elimineren, bleef het maar terugkomen op haar scherm. Uiteindelijk verdween het: de laptop ademde rust uit en het werd tijd om de handen uit de mouwen te steken. Ze opende het emailprogramma om de openstaande mails van de afgelopen week te doorlopen. Direct klonk het tweetonige signaal van een nieuw bericht. 'Speciaal voor jou!', stond er in de onderwerpregel.

Als ze ergens niet tegen kon, dan was het spam. De ongevraagde emails werden er veelal uitgefilterd, maar af en toe kwam het toch voor. Haar pink reikte naar de 'delete'-knop, drukte de toets in, maar in plaats van dat het bericht verdween opende zich een klein schermpje. Snel greep ze de muis naast haar laptop en sleepte het schermpje naar het mapje 'Flauwekul', waar al haar verwijderde mails in belandden. Maar ook dit bleef zonder resultaat. Lichtelijk geagiteerd klikte ze op het kruisje, maar tegen de verwachting in werd het berichtvenster nu ineens zo groot dat het volledige scherm ermee gevuld werd.

Een man kwam in beeld, eerst wat vaag maar later werd hij duidelijker herkenbaar... ze kon maar niet op zijn naam komen. 'Verdikkeme nog an toe...', zuchtte ze: '...ik ken hem, ach, hoe heet ie nu ook alweer?'
De man klopte vanaf de andere kant tegen het scherm en vroeg: 'Let je op?' Ze zweeg. Doodstil zat ze in haar stoel te staren naar die platte verschijning. 'Let je op?' vroeg de verschijning aan de andere kant opnieuw. Ze hervatte zich: 'Zou ik voor jou opletten? Jij bent vast niets meer dan een animatie van één van jongens van ICT of anders een programmaatje van de Leefbaren. Gewoon digitale flauwekul!'

Net toen ze dacht, dat de schermschim hiervan niet terug zou hebben, vervolgde hij zijn verhaal: 'Ik was ooit een invloedrijk man bij de gemeente, een spin in het web. Ik regeerde met ijzeren hand, maar mij heeft men buiten gewerkt. Ik zie je zoeken naar mijn identiteit, maar je herkent me waarschijnlijk niet meer omdat mijn jaren bij de gemeente dubbel hebben geteld...'
Het was waar, nog steeds zocht ze naar zijn naam. Ze had veel over hem gelezen en gehoord, later nog stukken van zijn hand bestudeerd. Bewonderd had ze hem, om zijn strijdlust, zijn standvastigheid en zijn onvermoeibaar vasthouden aan zijn doelstellingen. Maar ze hadden hem uiteindelijk toch gekraakt...

'Wat kom je doen?', vroeg ze. 'Ik kom je waarschuwen. Je krijgt vannacht nog drie berichten. Eén email uit het verleden, eentje uit het heden en eentje uit de toekomst. De eerste zal je ontvangen als het klokje rechts onderin je beeldscherm 01:00 aangeeft, de andere volgen elk steeds een uur later. Luister goed naar wat ze je melden, misschien lukt het jou dan wel om in het zadel te blijven... Tot ziens!' 'Ja maar...', stamelde ze en vervolgde: '...hee, kom terug!' Maar het schermpje kromp en verdween zo in het mapje 'Flauwekul'. Met een dubbele muisklik opende ze het mapje in de hoop het bericht opnieuw te kunnen bekijken. Het had geen zin. Het laatst verwijderde mailtje ging over cultuur, niet over spinnen in een web.

Ze stond op en vroeg zich af wat er nu daadwerkelijk was gebeurd. 'Te hard gefietst en daarna te snel gegeten, dát moet het zijn geweest...', fluisterde ze. Ze keek nog eens naar haar laptop en stond op van haar stoel. Even leek ze te twijfelen, maar liep toen alsnog haar kamer uit richting het geluid van de televisie. Gebiologeerd keek de rest van haar gezin naar een kerstuitzending met Robert ten Brink, zo'n nietszeggende kwast met een hoger salaris dan zij.

'Mam, je ziet wat bleekjes...', zei één van de kinderen. 'Ik denk dat ik wat verkeerds gegeten heb vanmiddag...', antwoordde ze. 'Ben je dan niet wezen eten bij de 4 Azen of La Fontana of zo?', vroeg haar man verbaasd. 'Nee, die jaarlijkse nieuwsjaarbroddelpartij was er weer.', zuchtte ze en draaide zich om richting haar werkkamer. 'Gewoon iets verkeerds gegeten. Dát zal het zijn... Flauwekul allemaal!'

En zo nam zij opnieuw plaats achter haar laptop en begon met het in kaart brengen van de prioriteiten. 'Eerst maar eens beginnen met de declaraties, want die moeten natuurlijk allemaal voor 31 december bij controlling ingediend zijn...' IJverig tikte ze de bedragen in die ze overnam van de zorgvuldig bewaarde bonnetjes. Tevreden zag ze het eindresultaat op haar scherm staan.

Ze opende de declaratielijsten van de jaren ervoor en zag dat ze vier jaar geleden net iets hoger was uitgekomen. 'Ach, toen is het ook goed gegaan, dan moet het dit jaar vast weer lukken. Zit er per slot van rekening al lang genoeg...' Een tikkeltje terughoudender dan normaal opende ze het scherm van haar emailprogramma om een nieuw bericht aan te maken. En zo werd aan de afdeling declaratiebeheer een mooi bedragje aangeboden teneinde dat misschien nog voor de jaarwisseling gestort te krijgen.

'Welterusten lieverd...', haar man gaf haar een zoen op haar wang en trok de deur zachtjes achter zich dicht. Ze was er een beetje van geschrokken, zo was ze opgegaan in haar e-mails: nasleep van het Parkttheater, het PopEi-gedoe en natuurlijk Cultuur Totaal. Pfff... het was een bewogen jaar geweest. Maar het was haar gelukt: alles was weggeflauwekuld en een nieuw jaar kon bijna beginnen.

'Nog even iets doen aan dat laatste dingetje, waar heb ik het nu toch gelaten... ja, hier is het!' en met een doffe klap viel een stoffige map op haar bureau: 'Onderwijs' stond erop. Een diepe zucht slaakte ze en vervolgens sprak ze zich moed in: 'It's a dirty job, but someone's got to do it... Maar voor ze haar gedachte kon afmaken vielen haar ogen dicht en een niet te stuiten slaapdrang overviel haar op overweldigende wijze. Ze gleed een beetje achterover in haar leren bureaustoel en viel in een diepe, diepe slaap.

Een poos had ze zo gelegen in haar stoel tot ze ineens wakker schrok. Een steeds luider zich herhalend signaal van binnenkomende e-mails vulde de kamer. Het beeldscherm voor haar bleef maar melden: 'U hebt 1 nieuw bericht, U hebt 1 nieuw bericht!'. Verschrikt gaf ze gehoor aan haar reflex en voordat ze er bij stilstond, klikte ze met de muis op de 'OK'-knop. Een zwart scherm popte op en vergrootte zich langzaam tot het hele beeldscherm gevuld was. 'Nee niet weer...', stamelde ze. Maar er was geen uitweg mogelijk: als door een magneet aangetrokken werd haar aandacht naar het scherm geleid.

Een klein Harry Potter-achtig mannetje verscheen steeds duidelijker in beeld. Met kinderlijke stem, maar in zeer correct Nederlands sprak hij haar toe:'Dag partijgenote, ik ben de geest van het verleden van kerstmis. Ga je met me mee, ik wil je wat laten zien...' Ze kende ook dit gezicht en ook die bijzondere manier van spreken. 'Ik... eh.. ik, maar geest, ik kan toch niet met u mee Windows in?'

Het kleine ventje strekte zijn rechter arm richting het beeldscherm en opeens zag ze hoe hij één vinger door het beeldscherm heen leek te prikken. 'Waar het hierom gaat is: vertrouwen. Kom!' Voorzichtig pakte ze zijn vinger vast, onmiddellijk overviel haar een ongelofelijk sensationeel gevoel vermengd met angst. Ze voelde haar hart kloppen in haar keel. Door een wereld vol transistors, schakelingen en hier en daar een Philips-IC stopte de reis even abrupt als ze begonnen was. De geest leidde haar nog een paar stappen naar voren en nodigde haar met een sierlijke gebaar uit om op verkenning te gaan.
Ze herkende het meteen: de besneeuwde pilaar van het Oranjebankje, het Van Heutszpark en natuurlijk de oude hervormde kerk. Wat had ze het daar toch naar haar zin gehad in Coevorden! En veel had ze er geleerd, zoals het verschil tussen goed en kwaad, dienstbaar zijn en vooral hard werken en niet zeuren. Dat was ook wat haar gedreven had om pedagogiek te gaan studeren: kinderen opvoeden en inleiden in hun wereld. Heerlijk! Er was bovendien heel wat aan te merken op de moderne opvoedstrategie die steeds meer voet aan de grond kreeg. Altijd maar inspraak en rechten voor kinderen. Hier had ze geleerd dat er niets mis was met duidelijke regels en handhaving ervan, iedere verantwoordelijke (dus ook een ouder) moet kunnen bepalen hoe het spel gespeeld wordt...

Ze keek nog eens goed rond en zag haar vriendinnen van vroeger met sneeuwballen gooien. Ze riep hen toe, maar zonder gevolg. 'Ze horen je niet...', zei de geest: '... je bent slechts een hoopje digitale nullen en enen dat terugreist in de tijd. Pak mijn hand, we gaan verder.'
Ze pakte zijn hand en sneller dan een muisklik was ze ineens in Utrecht. Hier was ze altijd zo graag verbleven. Op de schaats zwieren over de prachtige grachten tussen de historische panden, de sfeer van de universiteitsgebouwen en niet te vergeten: de onbeperkte studieduur. De Domstad had ze voorgoed in haar hart gesloten. Hier had ze ook zo genoten van dat collegejaartje 'massacommunicatie' en wat had ze er toen toch al wilde plannen mee. Ze stapten op een rondvaartboot die tijdelijk dienst deed als uitrustpunt voor het schaatsvolk. Ze rook de geur van warme chocomel en sloot haar ogen. 'Heerlijk!', dacht ze.

Toen ze haar ogen weer opende, zag ze dat niet langer in de Domstad was, nee, ze zat aan boord van een bootje in de Bossche wateren. Hier was ze tot bloei gekomen, hier was ze adviseur geweest en als zodanig gewaardeerd, hier had ze de fijne kneepjes van het managen onder de knie gekregen. Hier waren facturen nog gewoon rekeningen die een klant toch wel betaalde want het budget was toch al voorbestemd en bovendien per definitie ruim genoeg. Wat dat betreft een heerlijke tijd, al had ze moeten wennen aan de overlegcultuur, het komen tot consensus en het eeuwige Brabantse kwartiertje. Bah! Nee, in haar hart was ze een echte oosterling gebleven.

Lang kon ze er niet bij stil staan: de geest nam haar mee naar het station. 'Moeten we met de trein?', vroeg ze verbaasd, maar daarop wees de geest naar een auto die ze direct herkende. Duidelijk beschadigd bij het inparkeren. 'Hè, moet dit nu echt?' De geest pakte haar hand en in een flits vlogen beelden voorbij van de oude stadsschouwburg, het ‘Kunstlicht in de Kunst’-zaaltje, de Krabbendans, Strijp-S en van lunches, verschrikkelijk veel lunches... 'Stop!', ze schrok van haar eigen kreet.

Verschrikt keek ze om zich heen. Ze zat weer terug op haar stoel aan het bureau. Ze kneep met haar rechter hand zachtjes in haar linker arm. Ze was zo wakker als een haan in de morgen. Haar ogen richtten zich vervolgens op het digitale uurwerkje dat op het scherm feilloos de tijd aanduidde: '01:59' stond er te lezen. 'Oh God, niet wéér!', riep ze met een bibberige stem.

Maar het was al te laat, de tijd deed zijn werk haast met Zwitserse precisie. Wederom begon het scherm te flikkeren en opnieuw verscheen de melding van een nieuw bericht. Zo snel als ze kon klikte ze het scherm open, bang als ze was dat haar gezin wakker zou worden van het geluid dat doorgaans vergezeld gaat met binnenkomende post...

'Wees niet bang...', zei een stem, '...ik ben de geest van kerstmis vandaag.', op het beeldscherm was nu een man te zien waarvan het gezicht niet goed zichtbaar was. Wel had hij een ketting om zijn nek hangen, zo eentje waar Rein, Lex en Rob ook mee rondliepen. 'Ik ben er klaar voor...', zei ze rustig:'...kom maar op met die vinger dan pak ik desnoods je hele...' Maar voordat ze het wist was het scrollwieltje op de muis zo gaan draaien dat haar hele hand door de muis werd opgerold. Met een ruk verdween ze helemaal in de muis en het bekende gevoel maakte zich weer van haar meester.

De geest van kerstmis vandaag stond al op haar te wachten. 'Wees niet bang, ik ben de geest van kerstmis vandaag. Of had ik dat al gezegd?' 'Jazeker...', antwoordde ze en voegde eraan toe:'...en u gaat me zeker uitleggen dat ik vanaf vandaag kerst zou moeten vieren alsof er al niet genoeg van dat soort flauwekuldingen worden georganiseerd?' Maar de geest lachtte enkel hartelijk en bood haar zijn arm aan. Ze haakte aan en samen liepen ze op.

Voordat ze het in de gaten had, wandelden ze over het stadhuisplein. Het stadskantoor was uitgestorven, maar hier en daar liepen wel wat brallende mensen. Het plein was haar tweede werkplek. Dan stond ze te kijken om te zien hoe de Eindhovense jeugd de tijd verdoet met rondrollen op een plankje. Er was nog veel te doen in deze stad!

De geest nam haar mee richting Wal en ineens stonden ze op de redactie van het Eindhovens Dagblad. 'Wat moeten we ermee?', sprak juist de man aan het hoofd van de tafel. Een jongere vrouw aan de rechter kant waagde een poging: 'Ik weet het niet, hoor... Ik bedoel: ze wist natuurlijk best wel dat zulk declaratiegedrag niet geoorloofd was. Daar heeft ze zelfs voor getekend...' Nu werd ze aangevuld door een collega die tegenover haar zat: 'Jawel, maar als we haar aanpakken, dan moeten we ook iedereen doorlichten. Ook de burgemeester en de andere wethouders...' De man aan het hoofd van de tafel nam opnieuw het woord:'Ik stel voor dat we het in ieder geval over de kerst heen tillen, dat er van alles niet deugd is al duidelijk genoeg, maar als wij nu ook nog eens uitpakken, dan kan zij zéker inpakken!'

Een oudere deelnemer aan het gesprek vatte het vol ongeloof samen:'Dus als ik het goed begrijp, doen we wéér even niks. Vervolgens wachten we tot anderen de storm op gang brengen en pakken we daarna groot uit met nieuws waar de haren al op staan? Begrijp ik het zo goed?'
Ze vroeg aan de geest:'Over wie hebben ze het, geest? Het lijkt wel over iets héél actueels te gaan...' De geest lachte en zei: 'Wees niet bang, erg veel zal er de aankomende weken toch niet gebeuren. Iedereen gebruikt kerstmis en de jaarwisseling toch alleen maar om te herstellen van het eten en drinken...'

Lachend nam hij haar mee naar een etende groep mensen in een gezellige oude kamer. De geur kwam haar bekend voor, maar helemaal plaatsen kon ze het niet. Eén meneer stond op, tikte met een lepeltje een paar keer tegen zijn glas en stak van wal: 'Dames en heren, ik wil graag een toost uitbrengen op het college van onze fantastische stad. Jarenlang heeft het ons gesteund bij de totstandkoming en het uitbouwen van ons museum en onze collectie. Het lijkt mij dan ook niet meer dan billijk dat we, ondanks het dichtdraaien van de kraan, het glas heffen op de gezondheid van allen. Laten we ons gezegend weten met een vervroegd pensioen... we krijgen in ieder geval voldoende tijd om uit te zoeken wat nu daadwerkelijk de echte drijfveren waren om nu ineens de subsidie te stoppen. Waarschijnlijk hadden we vaker moeten gaan lunchen of zo...' Een bulderend gelach steeg op van de tafel en terwijl de geest haar aankeek, zei ze: 'Ik denk dat ik het al weet... kan het zijn dat het over mij gaat... Maar ik was altijd zorgvuldig, ik heb hard gewerkt en ik ben nog steeds trots op de uitkomst! Ik ik ik...'

De geest nam haar mee naar circuswagens, wagens met tijgers en een groot bord aan een gevel: Wintercircus. In het Parktheater hoorde ze twee garderobemedewerkers: 'Snap jij nou waarom het per sé zoveel groter moest?' Waarop de ander antwoordde: 'Ik niet, jij wel dan?' Hij wees op de rekken: 'Nog niet eens voor de helft gevuld, dat was toch vooraf ook al wel duidelijk lijkt mij...'
Ze liep aan de arm van de geest naar buiten, maar hoorde nog net zeggen: 'Ja en dat het iets over het budget zou gaan, dat kan ik me nog wel voorstellen, maar zo'n grote smak geld had dit nooit mogen kosten...'

'Ik geloof dat ik het wel snap, geest.' Een tijger brulde vanuit een wagen en ze deinsde achteruit. 'Wees niet bang!',zei de geest '...of had ik dat al gezegd?' Nog voor ze het antwoord uit kon spreken hoorde ze het geluid van driftig door elkaar sprekende dames en heren. Een aantal ervan herkende ze meteen. Het waren schoolhoofden, al moest ze die tegenwoordig directeuren noemen, maar daaraan kon ze maar niet wennen.
De geest duwde haar wat naar voren en zo kon ze goed horen wat er werd gezegd. 'Ja, ik snap het ook niet... het moet voor de gemeente toch een kleine moeite zijn om iets duidelijker richtlijnen te geven waar iedereen zich aan moet houden? Ik bedoel, hoe kan het nou dat de Reigerlaan enkel groei kent en witter is dan delfts blauw zonder blauw, terwijl alle andere scholen in Tongelre netjes meekleuren met de stad?'
Een andere man vulde aan: 'Ja, en als het nu iets nieuws was, maar het speelde al in de tijd dat daar 'De Laak' nog stond. Driehonderd meter stond ertussen, maar aan de leerlingen te zien leken het wel twee totaal verschillende werelddelen... Dat kán toch niet zomaar?'

Ze haalde diep adem en zei, zo luid als ze kon: 'Ouders hebben keuzevrijheid en dat is een groot recht in dit land, in deze stad...', maar hoe ze ook probeerde, niemand hoorde haar. Ze zocht een stoel en ging even zitten. Het werd ineens heel stil om haar heen. Nog nét hoorde ze de laatste woorden van de geest van kerstmis vandaag: 'Wees niet bang... Wees niet bang...'

Muisstil was het, alleen het tikken van haar bureauklokje hoorde ze nog. Het was een cadeautje voor haarzelf, ze had het in Parijs gekocht toen ze er die heerlijke drie dagen had doorgebracht. Zorgeloos had ze er rondgedwaald, de Eiffeltoren beklommen, de Arc de Triomph bezocht en natuurlijk een woordje tot God gericht in de Sacré Couer. Die laatste lag sowieso niet ver van haar pittoreske hotelletje. Ze keek nog eens goed naar het uurwerk. Drie uur, gaf het aan. Bliksemsnel flitsten haar ogen naar het beeldscherm van haar computer. Niets... alleen het woordje 'Windows' dat op wisselende plekken op het scherm oplichtte. 'Zie je wel, toch flauwekul...', maar juist op dat moment kleurde het scherm hagelwit en zag ze hoe de klok op de laptop 03:00 uur aangaf. Het Parijse prul liep altijd wat voor, dat was ze even vergeten...

Een sierlijke donkere sliert leek als door de wind over haar scherm te bewegen. Een soort zijden sluier was het en heel zachtjes hoorde ze geluid uit de luidsprekers van de laptop komen. Een zacht fluisterende stem sprak haar toe: 'Kom... kom dichterbij... leg je oor te luister...' Ze boog langzaam voorover. 'Kom gerust naar het scherm...', zei de stem nog eens. Een fractie verder bewoog ze haar hoofd nog richting het scherm toen met een klap de laptop dichtklapte en haar naar binnenzoog.

Daar stond ze dan: helemaal alleen in de kou. Een beetje angstig keek ze om zich heen. Was er werkelijk niemand? 'Psst!', siste er van bij haar voeten een stemmetje. Ze keek naar beneden en daar stond een klein gedrongen vrouwtje. Het mens kwam nauwelijks boven haar knieën uit maar ging prachtig gekleed in een bontmantel en op haar bolletje droeg ze een kruising van een muts en een hoed, eveneens van bont.

'Hou zee!', riep het mens van het één op het andere moment. De noodzaak om te fluisteren was blijkbaar niet langer aanwezig. 'Kom kind, ik ben de geest van de kerst in de toekomst. Noem me maar Majestijd.' Ze keek het menske nog maar eens goed aan en dacht: 'Die komt me ook al zo bekend voor...' Maar daar moest ze het helaas bij laten, want het dwergje veerde op en riep: 'Hou je vast aan mijn mantel, dan laat ik je wat zien. Goed vasthouden hoor, want er is een kans dat we belanden in een sneeuwstomml...' De arme geest van de toekomst had blijkbaar wat last van losse tandjes, maar het was wel een sterke dame! Ze zweefden naar een bijeenkomst van allemaal mannen in pakken en dames in kleurige mantelpakjes.

Waar was ze in hemelsnaam terecht gekomen? Achter in een hoekje zag ze Wouter Bos en háár Jan Peter samen gemoedelijk een sigaar roken. Wat waren ze oud geworden! Langzaam liep ze naar het tweetal toe en hurkte tussen hen in om te horen waarover ze het hadden.

'Dat hebben we toch eigenlijk maar mooi voor elkaar gekregen, hè Jan Peter? En dat allemaal dankzij dat gedoe in Eindhoven...' Jan Peter blies kringetjes sigarenrook en ging verder: 'Waar het hier om ging, was het feit dat zonder de toenmalige steun van de PvdA, in Eindhoven gewoonweg geen college meer was geweest! Het is mij tot op heden een raadsel waarom onze partijen pas na die affaire zijn gaan nadenken over een fusie...' Wouter antwoordde op zijn beurt: 'Daarna kwam toch ook nog dat gedoe over terugtrekken uit Afghanistan, weet je nog: wel of geen troepen? Dat was toch een stuk makkelijker toen we eenmaal wisten hoe we ook sámen konden opereren.'

Ze was met stomheid geslagen: haar kijk op het politiek krachtenveld leek niet meer te volstaan. 'Wat is dít in hemelsnaam?', maar voor haar het antwoord gegeven kon worden kwam daar ook Menno Knip aanschuifelen. Wat had ze met die arme VVD-burgemeester van Almelo van doen gehad. Die man had zoveel voor zijn stad betekend. Pas nu zag ze op grote roodgroene banieren aan de muur: 'VVPvDdCA: voor welzijn, cultuur, werk en ook een beetje onderwijs'. Haar mond viel open...

Een oude lange man in een wat versleten pak liep naar het verhoogde spreekgestoelte. Een schaatsspeldje pronkte op zijn rever. Hij klopte op de microfoon en de zaal hulde zich langzaam in stilte.
'Ahum, dames en heren...', hij wachtte nog even tot hij zeker wist dat alle toehoorders aandachtig bij de les waren: 'dames en heren, het doet mij een groot genoegen om u allen namens de VVPvDdCA hier in deze prachtige Margaret Thatcherzaal welkom te mogen heten. Wat fijn ook, dat u de sneeuw en kou op deze donkere kerstavond heeft getrotseerd om hier naar Eindhoven te komen voor de oprichtingsavond van onze nieuwe partij. Het is in deze ondernemende omgeving geweest, dat we voor het eerst gezien hebben hoe daadkracht en onderlinge steun ons kunnen helpen onze eigen doelen te realiseren…'

Applaus klonk nu uit de zaal, maar de man zette zijn rede voort: 'Als we één ding geleerd hebben van het verzuilde systeem waarvan onze oude partijen deel uitmaakten, dan was het wel het volgende: het gaat bij besturen niet om de belangen van het bedrijfsleven... het gaat bij besturen ook niet om de belangen van de ambtenaren en het gaat al helemaal niet om de belangen van de bewoners van onze steden. Dames en heren, politieke vrienden en vriendinnen, het draait in de kern allemaal... om ons!'
Het publiek werd wild: een oorverdovend gejuich klonk op uit de zaal en het klappen kreeg steeds meer weg van een ritmeoefening. Vooraan begon iemand een naam te scanderen: 'Di-rik, Di-rik, Di-rik...' en in een golfbeweging breidde het spreekkoor zich uit over de hele zaal.

Terwijl de man het publiek tot kalmte maande, vroeg ze de geest: 'Mevrouw Majestijd, wat is dit waarin ik terecht gekomen ben? Waarom is dit voor mij zo van belang? Ik bedoel, ik geloof dat ik inmiddels best wel weet dat ik nog lessen te leren heb, maar wat ik hier van opsteken moet... Ik snap het niet!' De kleine dame in het bont zette een wijsvinger aan haar lippen en trachtte, zo goed en zo kwaad als dat gaat met een kunstgebit, een 'sssst!'-geluid voort te brengen. Ze wees naar de spreker die inmiddels de aanwezigen weer tot rust had gekregen, waardoor hij verder kon met zijn verhaal.

'Partijgenoten, eigenlijk zijn wij allemaal ZZP-ers: Zelfstandigen Zonder Personeelsbehoeften. Maar we weten allemaal dat we de handjes nodig hebben om het werk uit te laten voeren. Dat goed aanpakken, is een kunst. Maar nog moeilijker is het om de gemeenteraden, de Staten of de Tweede Kamer op afstand te houden met hun bemoeizuchtige praatjes.' Daar sprong oud-burgemeester Knip op, die in het moment van stilte de zaal in riep: 'En de pers, niet te vergeten!' Gelach klonk en de spreker vervolgde zijn relaas: 'Geachte aanwezigen, het is dan ook met grote trots dat ik namens u allen een kunstwerk mag onthullen van de vrouw die helaas niet meer in ons midden is maar die ons allemaal de weg wees...'

Juist op dat moment voelde ze hoe de geest de vouw van haar broek pakte, waarna ze in een wip vooraan stonden... 'Dames en heren, daar gaat ie dan!', en met een ruk trok de man het witte laken van een borstbeeld. Minzaam leek het de toeschouwers aan te kijken, alsof het een ongedefinieerde vorm van trots uitstraalde. Ze stond als aan de grond genageld, ze kende die oogopslag maar al te goed...

'Ik snap het, mevrouw Majestijd... echt, ik snap het!', zei ze voorovergebukt om zich verstaanbaar te kunnen maken in de applaudisserende menigte. Opeens werd het stil om hen heen, de zaal was leeg. Althans, bijna leeg: op de grond lag een visitekaartje van ABNAMRO dat blijkbaar nog steeds bestond. Ze raapte het op: 'W. Bos, Chairman ABNAMRO Worldwide'. Dat had ze niet gedacht. Twee schoonmaakmedewerkers ruimden ondertussen alles aan kant. De geest nam haar mee richting de uitgang van het zaaltje en juist toen ze nog één blik op het beeld wierp, hoorde ze een schoonmaakdame zeggen:'Het was ook wel een beetje de naoorlogse Wilhelmina van Eindhoven, hè?' De geest maakte onbegrijpelijkerwijze ineens haast.

'Ik wil naar huis, mevrouw Majestijd, ik snap het. Ik moet wat dingen rechtzetten, zaken iets anders benaderen of aanpakken...', inmiddels liepen ze buiten waar de ijzige sneeuwresten het karakteristieke geluid voortbrachten dat te horen valt wanneer je erop gaat staan. Al had ze geen jas aan, kou voelde ze niet. Wel voelde ze zich wat onbehagelijk... ze keek om zich heen en zag nu dat ze over een kerkhof liepen.

De geest wees haar zonder iets te zeggen op een zerk: 'Philips Nederland', was erop te lezen. Ernaast lagen blijkbaar de resten van 'DAF', gevolgd door 'VDL' en daarachter zelfs een oude bekende: 'EGAS'. Aan de andere kant was ook een graf te zien, maar de naam was onleesbaar door de achtergebleven sneeuwresten. Alleen iets van '...rachtige wethoude...'. Ze kreeg er de rillingen van op haar rug. Net toen ze wilde smeken terug naar huis te mogen, pakte de kleine geest haar hand en voerde haar naar een onverlicht Parktheater. Op een plakaat viel te lezen: 'Wegens gebrek aan betaalbare kaartjes is ook deze voorstelling afgelast. Het Ralf Mackenbach Dansensemble is wel te zien in theater De Schalm te Veldhoven.'

Nu werd het haar teveel en ze barstte in snikken uit. Met haar armen gekruist voor haar gezicht leunde ze voorover tegen een paal. Na een minuutje of twee vermande ze zich en volgde met haar blik de paal omhoog: het was de Lichtnaald. Die was er blijkbaar nog steeds! Juist toen ze mevrouw Majestijd wilde vertellen over het gezegende moment dat de naald er kwam, gleden haar ogen langs de mast naar beneden. 'Made in Turkey', las ze. En weer kwamen de tranen. 'Laat me... laat me... laat me gaan, lieve geest...', snikte ze terwijl ze opnieuw tegen de Lichtnaald aanleunde. De geest gaf taal noch teken. 'Geest, ik beloof het: ik ga beter mijn best doen, nóg beter! Geest? Oehoe, mevrouw Majestijd?!'

Ze opende haar ogen en zag hoe ze de staande kapstok in haar werkkamer vasthad. Het ochtendzonnetje scheen al voorzichtig haar kamertje in. 'Maar, maar... dit is fantastisch! Ik ben er nog! Ik leef!' Ze keek naar haar laptop. Het scherm was zwart en aan het gekleurde lampje was te zien, dat de computer op de slaapstand was gesprongen.

Naast het toetsenbord lag een handgeschreven briefje. Het was van haar man: 'Lieve schat, dit is de koudste kerstnacht die ik ooit met je beleefde, maar ik wil dat je weet dat ik van je hou. Ook als je slaapt op je werkdossier. Kus'

Nu voelde ze ook pas dat er een wollen deken over haar schouders hing. 'Wat een lieverd!', zei ze hardop en zonder aarzelen ging ze richting de keuken waar ze meteen de oven aanzette. Alles haalde ze uit de kast om er een heerlijk ontbijt van te maken: ze kookte eieren, sneed de kerststol die haar kinderen hadden gekocht in nette plakjes en de roomboter kwam natuurlijk op tafel. Ze bond een schort voor en merkte dat ze het nog in zich had: echte Drentse boerenwafels maakte ze en ze bedacht zich meteen dat ze met oudjaar ook de Knijpertjes nog eens zou bakken...

De geur verspreidde zich door het hele huis en langzaam maar zeker werd iedereen wakker en schoof het hele gezin aan tafel. Haar kinderen pakte ze één voor één met allebei haar handen bij hun koppies en gaf ze een dikke zoen. Haar man kreeg een ongeëvenaarde knuffel, waarvan hij zelfs in de stoutste kerstnacht niet had durven dromen. Ze werden er vrolijk van!

Na het eten verontschuldigde ze zich en trok een dikke broek, trui en jas aan. Met een muts op haar hoofd fietste richting de stad, háár stad! 'Eerst maar naar de Geldropseweg...', zo instrueerde zij zichzelf. Het was koud, maar dat deerde niet. De reis leek veel korter dan voorheen. Ze trok aan de handremmen en tussen de ijsresten door kwamen de wielen van haar fiets tot stilstand. 'DAF', stond er op het grote bord te lezen. 'Het staat er nog...', fluisterde ze van onder haar muts vandaan.

'Vlug... naar de Boschdijk!' en met een behoorlijke vaart draaiden de pedalen hun rondjes. Eerst langs het kanaal, waar 'Egas' blijkbaar een doorstart maakte. Toen door via de dommelroute langs het TU\e-terrein en de Fontysgebouwen. Voor ze het wist was ze in Woensel-West aanbeland om uiteindelijk tegenover De Grote Beek het gebouw met de hangende constructie te zien: 'Philips Nederland' stond erop. Ze keek om zich heen om te zien of iemand haar zou zien, maar toen er geen sterveling bleek te zijn slaakte ze een kreet: 'Yes... op naar De Hurk'. Daar bleek de erfenis van Philips, nu zo veilig in handen van de VDL-groep nog immer te bestaan. Ze kreeg het er warm van!

Maar ze moest door. Via Evoluon en Lichtnaald, ook best leuk bij dag, fietste ze Strijp in. 'Over Strijp-S moet ik toch nog maar eens een keer nadenken. Misschien dat ik PopEi toch nog een tweede kans moet geven...' en langs de Frederiklaan reed ze bijna de Steentjeskerk voorbij. Bijna, want uiteraard stapte ze af om voorzichtig over te steken. Bij de brievenbus aangekomen, haalde ze een kerstkaart te voorschijn die ze thuis al zorgvuldig had volgeschreven: 'Ik wens u allen een gezegend kerstfeest toe en beloof u na uw welverdiende kerstvakantie op te zoeken met een alternatief subsidieaanbod. Hartelijke groeten, De Wethouder'.

Ze pakte haar fiets en even leek ze de verkeerde kant in te fietsen, ze was immers voornemens richting stadskantoor te gaan. Een goede honderd meter verderop zette ze haar fiets op slot en met haar stevige schoenen begon ze aan een voettocht door het oude Philips Dorp. Bij elke deur belde ze aan en wenste ze de bewoners fijne kerstdagen, bovendien verontschuldigde ze zich namens de gemeente voor de enorme overlast die het heien het afgelopen jaar had veroorzaakt. Verbouwereerd, vol ongeloof, maar ook verblijd, liet zij huis na huis Eindhovenaren achter. Zelden hadden ze zoiets meegemaakt, laat staan met kerst.

Een goed uur later hervatte ze haar tocht naar het Stadskantoor. Er was geen mens te bekennen, maar met haar persoonlijke code kon ze altijd binnen, ook op eerste kerstdag. Hoe heerlijk was het om er weer te zijn! Ze opende haar kamer en bedacht zich geen moment: 'Aan de slag! Maar, eh... niet te lang: het is tenslotte kerst.' En als een bezetene begon ze te tikken. De ene email naar de andere werd opgesteld, gelezen, herschreven en uiteindelijk verzonden. Die ochtend werden zwarte scholen verwittigd dat actief tintenbeleid zou worden opgesteld, kregen gerenommeerde cultuurdragende organisaties in de stad alsnog financiële steun toegezegd, werden alle bewoners van Eindhoven erop gewezen dat ze met hun stadspas gratis met de bus de stad in konden en kreeg de organisatie voor Designstedenontwikkeling een mail met afzegging van deelname voor de aankomende twintig jaar. Nog niet eens halverwege was ze, maar wat voelde ze zich heerlijk licht, haast herboren!

Het moeilijkste kwam natuurlijk ook nog aan bod: die bonnetjes. Ze was vastberaden: 'Die verdomde bonnetjes, wat dom van me…Ik zal er voor strijden om binnen ons hele college zuiver om te gaan met dit soort zaken! Haar vingers leken als galopperende paardenbenen over het toetsenbord te denderen. In ijltempo ontstond een protocol waar voorheen 35 raadsvergaderingen voor nodig waren. De strekking was eenvoudig: extra kosten gemaakt? Zelf betalen of vanuit de standaard onkostenvergoeding. Volledig voldaan drukte ze op de 'Verzenden'-knop. Daarna viel haar oog op het mapje 'Flauwekul', dat ze ook op haar werkplekcomputer tot haar beschikking had. Ze klikte met de rechter muisknop op het mapje en koos voor: 'Naam wijzigen'. Zorgvuldiger dan ooit tikte ze letter voor letter in en sloot vervolgens het programma. 'En nu snel naar huis!', riep ze terwijl ze zich opgewonden weer voorzag van muts, jas en handschoenen.

De fiets stond er gelukkig nog en het zonnetje scheen waterig op haar gezicht. Het was opvallend stil op straat. Bijna eng, zo weinig mensen als er op de been waren... Tot haar grote verbazing bleek uitgerekend op deze feestdag een Lidl-vestiging gewoon open te zijn. Op een oranje plaat stond te lezen: 'Speciaal voor jou!' Ze wist wat haar te doen stond en stapte af en ging naar binnen. Van alles was er te koop, maar niets leek voor haar bestemd. Tot ze heel zachtjes de muziek van een accordeon hoorde, heerlijke muziek vond ze dat. Ze volgde haar gehoor en kwam bij een rek met daarin allerlei talencursussen op cd-rom. De muziek klonk uit de bovenste verpakking: 'Frans. Ontwikkeld door een taalkundige didacticus verbonden aan de universiteit van Luik.' Ze wilde de achterkant van de verpakking lezen, maar die was afgeplakt met een oranje sticker: 'Speciaal voor jou! 100% korting!' Ze passeerde dolgelukkig de onbemande kassa, haalde haar fiets van het slot en trok huiswaarts.

'Hoi Mam!', riep haar jongste telg met een ongekend enthousiasme. 'Hallo! Ik kom zo, even wachten...', was haar antwoord. 'Nee hè, mam, niet weer werken, hè?' Maar dat hoorde ze al niet meer. In haar werkkamertje had ze haar laptop alweer tot leven gewekt. Tijdens het opstarten legde ze de cd-rom in een lade van haar bureau. 'Daar gaan we later mee aan de slag.', mompelde ze.

De laptop was inmiddels gebruiksklaar en zonder aarzeling opende ze ook ditmaal het emailprogramma. Ze klikte dubbel op het mapje 'Flauwekul' en begon alle mails aangaande Cultuur Totaal terug te plaatsen in de map 'To Do'. 'Nee... het is nog niet écht af, ik kan beter...'
Ook het mailverkeer omtrent de subsidie voor het Korte Naschoolse Activiteiten Programma voor kansarme jonge kinderen werd teruggeplaatst, want ze had eigenlijk wel erg makkelijk de rekening doorgeschoven richting de basisscholen. 'Zo, die was ik nog vergeten. Nu ook hier nog even de naam Flauwekul veranderen.' en zo geschiedde. Letter voor letter, met twee vingers als een ouderwetse politiefunctionaris, voerde ze de naam in: 'GEWETEN'. Tevreden sloot ze haar computer af en schoof aan bij de rest van haar gezin, die net de eerste slokken warme chocolademelk wegwerkte. Nooit heeft Eindhoven een fijnere wethouder gekend...

Kerstverhaal

Wat een prachtig verhaal. Dit is geen blog meer maar een compleet boek!
De subsidies aan kunst en cultuur zijn onderwerpen waarover elk jaar weer een verhaal te schrijven is.Ik denk dat hoe de pot met subsidie ook verdeeld wordt, het is nooit goed.
Waarom gaan de kunst en cultuur instellingen niet naar hun "klanten" toe en vragen om aanvullende gelden?
Bij de goede doelen is dat heel gebruikelijk. Als ik zie hoeveel bedelbrieven ik elke week krijg van o.a. de hartstichting,de nierstichting,Rode Kruis, Amnestie,etc. etc. dan vraag ik mij af waarom de kunst en cultuur dat niet doet. De goede doelen halen naast hun subsidie op deze manier nog vele miljoenen op.
Het zal wel een reden hebben maar ik kan die niet zo gauw bedenken.
Ik ben voor een goed subsidiebeleid. Ik vind het een taak van de overheid om kunst en cultuur, die niet aanspreekt bij het grote publiek, toch subsidie te verlenen zodat onze kunst en cultuur blijft bestaan en niet alles een eenheidsworst wordt.
De verdeling van de gelden zal helaas altijd een discussiepunt blijven. Persoonlijk vind ik dat instellingen die onderzoek doen naar gezondheid en "enge" ziektes wat meer subsidie zouden moeten krijgen krijgen . Wel vind ik het gebedel om geld voor bv. kankeronderzoek of hart en vaatziekten enigszins genant.
Ook zou er veel meer geld naar de voedselbanken en het Leger des Heils moeten gaan.
Ik kan zo nog even doorgaan want na het lezen van jouw verhaal borrelt er van alles bij me op.
Prettige Kerstdagen.

gerrit

Heeft de overheid ook een voobeeld functie?

In deze Eindhovense Chrismas Carol gaat het niet alleen om subsidies denk ik maar ook over onderwijs en de voorbeeld functie die politici zouden moeten hebben.

Een driedaagse cursus Frans in Parijs zoals we in het ED hebben kunnen lezen lijkt me op zijn zachts uitgedrukt wat overdreven. Daar hebben we hier in de buurt genoeg instituten voor als zo'n cursus al dringend nodig is?

Maar we moeten natuurlijk niemand veroordelen voordat die zichzelf heeft kunnen verdedigen. Ik ben benieuwd wat we via de pers nog meer te horen krijgen.

kerst verhaal

waaw dit verhaal zal mij 2010 bijblijven als een kalender als ik weer wil lachen.
mijn dank,
gerard