Vrijdag de vijftiende
Bijdrage van bleenhouwers op dinsdag 15 december 2009 om 08:52 uur
'Ken ik u niet ergens van?'
Dat zal ik vast en zeker zeggen,
Als ik de hand schud van een man,
Nadat ik het loodje weet te leggen...
'U komt me bekend voor:
Die lijnen van uw kaken...'
En dan ratel ik vast door,
Terwijl mijn hersenen maar kraken.
En zo gaat het gesprek dan voort,
Met deze, voor mij, vaag bekende man,
Daar boven, voorbij de hemelpoort,
Terwijl ik op zijn naam niet komen kan.
Dat buikje en die holle rug,
Even stil om naar me te luisteren,
Een kwinkslag met taal, kort en vlug,
Om daarna: 'Grapje hoor!' te fluisteren.
'Wie is hij toch?', hoor ik mij steeds weer denken,
Mijn humeur raakt er bijna door bedorven,
Maar hij grapt, terwijl wij ons een glas inschenken,
'Sjachrijn, dat is hier uitgestorven!'
De blik die op dat koppie prijkt...
Op het puntje van mijn tong ligt nu zijn naam,
'Ziede wel dat ie op oew lijkt!'
Zegt Petrus, de engel met de grootste faam.
Nu pas valt bij mij het kwartje,
Met het mysterie is 't gedaan,
Want deze man met zijn brose hartje,
Die had nog aan mijn wieg gestaan!
Mij soms vermanend toegesproken,
Mij meermaals over mijn bol geaaid,
Als walvis achter me aan gedoken,
Mijn werkstukjes steeds verfraaid...
Liefde voor mensen, liefde voor het leven,
Iets voor een ander doen,
Niet teveel nemen, 't is mooier om te geven,
Er telt meer dan enkel poen.
Ik had hem niet herkend,
Toch had ik het eigenlijk kunnen weten,
Want als ma ons culinair verwent,
Ziet ie nog altijd toe op wat wij eten...
Ik droomde verder over hoe 't zou zijn,
Tot mijn kindjes aan mijn bedrand stonden,
Ze openden mijn dag en het gordijn,
Opdat zij eindelijk eten konden.
Vandaag een week en twintig jaar geleden,
Vlakbij of op de Frederiklaan,
Is hij zomaar onderuit gegleden,
Nog nooit is een week zo traag gegaan...
Voor velen is de 15de gewoon een dagje,
Toch ben ik elk jaar een beetje bang,
Want één ding van mij aannemen, mag je:
Sommige etmalen duren gewoon te lang.
Dan ben ik blij dat het is gedaan,
En ik eindelijk weer slapen mag,
Wie weet waarheen mijn dromen gaan,
Ik sluit mijn ogen, snik en lach...
Dat zal ik vast en zeker zeggen,
Als ik de hand schud van een man,
Nadat ik het loodje weet te leggen...
'U komt me bekend voor:
Die lijnen van uw kaken...'
En dan ratel ik vast door,
Terwijl mijn hersenen maar kraken.
En zo gaat het gesprek dan voort,
Met deze, voor mij, vaag bekende man,
Daar boven, voorbij de hemelpoort,
Terwijl ik op zijn naam niet komen kan.
Dat buikje en die holle rug,
Even stil om naar me te luisteren,
Een kwinkslag met taal, kort en vlug,
Om daarna: 'Grapje hoor!' te fluisteren.
'Wie is hij toch?', hoor ik mij steeds weer denken,
Mijn humeur raakt er bijna door bedorven,
Maar hij grapt, terwijl wij ons een glas inschenken,
'Sjachrijn, dat is hier uitgestorven!'
De blik die op dat koppie prijkt...
Op het puntje van mijn tong ligt nu zijn naam,
'Ziede wel dat ie op oew lijkt!'
Zegt Petrus, de engel met de grootste faam.
Nu pas valt bij mij het kwartje,
Met het mysterie is 't gedaan,
Want deze man met zijn brose hartje,
Die had nog aan mijn wieg gestaan!
Mij soms vermanend toegesproken,
Mij meermaals over mijn bol geaaid,
Als walvis achter me aan gedoken,
Mijn werkstukjes steeds verfraaid...
Liefde voor mensen, liefde voor het leven,
Iets voor een ander doen,
Niet teveel nemen, 't is mooier om te geven,
Er telt meer dan enkel poen.
Ik had hem niet herkend,
Toch had ik het eigenlijk kunnen weten,
Want als ma ons culinair verwent,
Ziet ie nog altijd toe op wat wij eten...
Ik droomde verder over hoe 't zou zijn,
Tot mijn kindjes aan mijn bedrand stonden,
Ze openden mijn dag en het gordijn,
Opdat zij eindelijk eten konden.
Vandaag een week en twintig jaar geleden,
Vlakbij of op de Frederiklaan,
Is hij zomaar onderuit gegleden,
Nog nooit is een week zo traag gegaan...
Voor velen is de 15de gewoon een dagje,
Toch ben ik elk jaar een beetje bang,
Want één ding van mij aannemen, mag je:
Sommige etmalen duren gewoon te lang.
Dan ben ik blij dat het is gedaan,
En ik eindelijk weer slapen mag,
Wie weet waarheen mijn dromen gaan,
Ik sluit mijn ogen, snik en lach...



